Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg. Direct naar hoofdmenu / zoekveld
U heeft de mogelijkheid om een klacht in te dienen over een behandeling die u zelf hebt ondergaan. U bent dan 'rechtstreeks belanghebbende'.
Een partner, ouders (of wettelijke vertegenwoordigers) en andere familieleden kunnen ook rechtstreeks bij het tuchtcollege klagen.
Daarnaast heeft een zorgverlener in sommige gevallen het recht om als rechtstreeks belanghebbende een klacht in te dienen. Bijvoorbeeld als hij vindt dat door onzorgvuldig handelen van een collega het resultaat van zijn eigen werk in gevaar is gekomen.
Er zijn vier partijen die niet rechtstreeks belanghebbend zijn, maar wel een klacht bij het tuchtcollege mogen indienen:
U kunt bij een tuchtcollege klagen over alle zorgverleners die in het BIG-register staan ingeschreven of ingeschreven waren toen het voorval zich voordeed. De volgende acht beroepsgroepen vallen onder het wettelijk tuchtrecht:
Bij de tuchtcolleges kunt u alleen klagen over situaties die onder de tuchtnormen in de gezondheidszorg vallen. Dit zijn twee normen waaraan uw zorgverlener zich moet houden. Hieronder staan enkele voorbeelden. Daarnaast zijn er tal van andere situaties die onder de tuchtnormen vallen.
1e Tuchtnorm: zorgvuldig handelen ten opzichte van de patiënt of zijn naasten
Dit kan over zeer uiteenlopende zaken gaan. Bijvoorbeeld:
2e Tuchtnorm: handelen in algemeen belang van de individuele gezondheidszorg
Deze norm gaat over het algemeen functioneren van de zorgverlener. Bijvoorbeeld:
U kunt een klacht bij het tuchtcollege uitsluitend schriftelijk indienen. Dat mag tot tien jaar na het voorval waarover u wilt klagen.
In een klaagschrift neemt u in ieder geval op:
U kunt het tuchtcollege vragen om u een voorgedrukt model van een klaagschrift toe te sturen. Overigens bent u dan niet verplicht van dit model gebruik te maken.
Het klaagschrift stuurt u naar het tuchtcollege in de regio waar de zorgverlener woont. Er zijn vijf regionale tuchtcolleges die ieder verantwoordelijk zijn voor een aantal provincies:
Er zijn belangrijke verschillen tussen het tuchtcollege en de klachtencommissie. Het tuchtrecht heeft als doel de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de gezondheidszorg te bewaken en niet om in een persoonlijk geval een oplossing te bieden. De vraag voor het tuchtcollege is niet zozeer 'Heeft de klager gelijk?' maar 'Is de zorgverlener tekortgeschoten?'. Niettemin kunt u een maatregel van het tuchtcollege tegen een zorgverlener natuurlijk als genoegdoening ervaren.
Een ander verschil is dat alle zorginstellingen en zorgverleners over een klachtencommissie moeten beschikken, terwijl u bij het tuchtcollege alleen over acht beroepsgroepen kunt klagen. De maatregelen van het tuchtcollege zijn echter bindend; hoewel ze serieus worden genomen, zijn de aanbevelingen van een klachtencommissie dat niet.
Het kiezen van de juiste weg is afhankelijk van de aard van uw klacht en het doel dat u wilt bereiken. Buiten een tuchtrechtprocedure zijn er ook andere
mogelijkheden:
Een gesprek met de hulpverlener.
In veel gevallen is uw klacht in een direct gesprek met de hulpverlener op te lossen. Wellicht weet hij niet dat u ergens ontevreden over bent en verbetert de situatie als hij daarop gewezen wordt.
Klachtencommissie.
Biedt een gesprek met uw hulpverlener geen bevredigende oplossing of bespreekt u de klacht liever niet rechtstreeks met hem, dan kunt u terecht bij een klachtencommissie. Niet alleen in alle zorginstellingen functioneert zo'n commissie, ook buiten een instelling werkende zorgverleners zoals huisartsen of oefentherapeuten zijn verplicht een commissie in te stellen die klachten tegen hen behandelt. Bij een klachtencommissie kunt u een klacht indienen over alle aspecten van de zorgverlening. Daarbij hoeft het niet persé om een medische fout te gaan. Ook met klachten over de omgang of zelfs over het eten in de zorginstelling kunt u bij de commissie terecht. Die onderzoekt uw klacht en heeft (als ze de klacht gegrond vindt) de mogelijkheid om aanbevelingen te doen. De instelling of hulpverlener moet binnen een maand laten weten of er naar aanleiding van die aanbevelingen maatregelen worden genomen. Zij zijn daar niet toe verplicht.
Als u denkt dat er sprake is van strafbare feiten kunt u het beste aangifte doen bij de politie. Die maakt daarvan proces-verbaal op en stuurt het naar de officier van justitie. De officier bepaalt vervolgens of de zaak aan de strafrechter wordt voorgelegd. Die kan de betrokken hulpverlener beboeten of in het uiterste geval veroordelen tot een gevangenisstraf.