Voorwoord

2025

Het zijn van zorgverlener is best bijzonder, want ik denk dat eigenlijk niemand graag naar de dokter gaat. Meestal is er dan namelijk iets mis met je gezondheid. Toch behandelen zorgverleners jaarlijks duizenden, zo niet tienduizenden patiënten. Die behandeling gaat over het algemeen heel erg goed. Een enkele keer gaat het niet goed of lijken de zorgverlener en de patiënt (of naaste) elkaar niet meer te begrijpen.

Maar meestal gaat het wel goed. Op de ongeveer 300.000 zorgverleners zijn er het afgelopen jaar ongeveer 1250 klachten binnen gekomen. Dat is, als je bedenkt dat al die zorgverleners een x aantal patiënten hebben, een ongelooflijk goede prestatie. Het aantal klachten is op de aantallen patiënten en zorgverleners eigenlijk heel beperkt.

Beeld: © Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg

Komt er toch een klacht binnen bij de tuchtcolleges? Dan is dat voor zowel klagers als zorgverleners op z’n zachtst gezegd naar en vaak heel spannend. Toch heeft het tuchtrecht een belangrijke functie. Enerzijds om te kunnen beoordelen of de betreffende zorgverlener zijn of haar werk goed heeft gedaan. Anderzijds om de kwaliteit van, en toegang tot goede gezondheidszorg te behouden. Wat ook dit jaar weer opvalt, is dat wanneer er al een maatregel volgt, dit veelal een lichte vingerwijzing is. Slechts in uitzonderingsgevallen wordt een zware maatregel opgelegd.

Ruimte voor gesprek

Het tuchtrecht is laagdrempelig voor klagers. Patiënten hebben dankzij het tuchtrecht zelf iets te zeggen over de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland. Maar zorgverleners ook, omdat de beroepsgroep zelf vertegenwoordigd is bij de beoordeling. Daarnaast is het de taak van de tuchtcolleges om een zaak van alle kanten te bekijken en op een passende wijze af te doen. Dat betekent de ene keer een voorzittter- of raadkamerbeslissing. De andere keer is een zitting passender om een gecompliceerde casus helder te krijgen.

Een zorgverlener kan op zitting zelf toelichten hoe hij of zij heeft gehandeld en wat de overwegingen voor dat handelen zijn geweest. Het kan ook helpend zijn voor partijen om een casus nog eens door te nemen onder leiding van de tuchtcolleges. In sommige gevallen leidt dat zelfs tot meer begrip bij de klagende partij.

Hoewel, gelet op de cijfers, een zorgverlener maar zelden een klacht krijgt, is het wel zo dat iedere zorgverlener een kans heeft om een tuchtklacht te krijgen. Zoals in het interview met Isabelle van Rijn ook wordt gezegd; je kunt je er als zorgverlener maar het beste gewoon op voorbereiden.

Waar wij als tuchtcolleges, zorgen over hebben is de doorwerking van de verruwing in de maatschappij. Als tuchtcolleges zien wij een mondeling vooronderzoek en zitting als plek om het gesprek tussen partijen te voeren. Dat gesprek kan op inhoud best pittig zijn, maar wij zien ook dat de opstelling van klagers soms tot een verstoring van het gesprek leidt. Een lastig vraagstuk is hoe we toch een veilige omgeving kunnen blijven creëren, waarin klagers maar zeker ook verweerders zich vrij voelen om hun verhaal te vertellen.
 

Lerende effect

Een ander doel van het tuchtrecht is het lerende effect. Soms wordt ten onrechte wat smadelijk gedaan over dit uitgangspunt. Dat is jammer want als je je wat meer verdiept in een uitspraak dan is er van elke uitspraak iets te leren.

Leren van het tuchtrecht hoeft niet iets negatiefs te zijn. Een tuchtcollege kan ook zeggen dat iets juist goed gaat. Stel dat we zien dat een bepaalde organisatie richtlijnen opstelt die voor iedereen helder en navolgbaar zijn, dan kunnen andere organisaties daar inspiratie uit halen. Daarnaast kunnen eerdere uitspraken een de zorgverlener juist houvast bieden wanneer patiënten of anderen hun ongenoegen uiten over bepaalde behandelingen.

Op dit moment wordt het rapport van de evaluatie van de Wet BIG door de verschillende belanghebbenden bekeken en besproken. Verschillende medische instanties zijn betrokken om de adviezen concreet te maken. We houden ook als tuchtcolleges deze ontwikkelingen in de gaten.
 

Tot slot

Het hebben van een goede gezondheidszorg in Nederland is waar zorgverleners iedere dag hard voor werken. Dat doen mijn collega’s bij de tuchtcolleges op een andere manier ook. Het lijkt hier soms zo gewoon, maar ik realiseer me dat het iets kostbaars is: de enorme gedrevenheid en drive van de collega’s om mij heen. Ze streven ernaar om continue zo kwalitatief goed mogelijk werk te leveren.

Ik kijk terug op een jaar waarin we als tuchtcolleges weer hard hebben gewerkt, en ons opnieuw sterk hebben gemaakt voor de kwaliteit van de gezondheidszorg. Daar zullen we ons ook komend jaar weer ten volle voor inzetten.

mr. Katlijne van den Berg Jeths-van Meerwijk

voorzitter Regionaal tuchtcollege Den Bosch