Zwaarste maatregel voor grensoverschrijdend gedrag psychiater / psychotherapeut

Eindhoven – Zowel de cliënte zelf als de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd dienden een klacht in tegen de psychiater/psychotherapeut vanwege onder meer ernstig en langdurig grensoverschrijdend gedrag gedurende en na de behandelrelatie. Het tuchtcollege verklaart beide klachten gegrond en legt de hulpverlener de zwaarste maatregel op.

Reden klachten

De hulpverlener was als zelfstandig psychiater/psychotherapeut werkzaam bij een psychotherapiepraktijk. Cliënte was van begin 2006 tot medio juli 2015 bij hem in behandeling. Begin 2014 ontstond er een affectieve seksuele relatie. In de periode van ruim twee jaar zijn er tussen hen via WhatsApp-contact ongeveer 30.000 berichten gewisseld, waarbij zij onder meer op virtuele wijze seks hadden met elkaar.

De hulpverlener stuurde ook privéfoto’s, waaronder naaktfoto’s van zichzelf aan cliënte. Tijdens de behandelsessies werd hierover niet gesproken. Evenmin werd hierover iets vastgelegd in het patiëntendossier. De behandelrelatie werd medio 2015 in onderling overleg beëindigd. Het WhatsApp-contact tussen hen bleef nog geruime tijd doorgaan.

Omdat er pas begin 2016 een doorverwijzing naar een andere hulpverlener plaatsvond, heeft cliënte gedurende een periode van zeven maanden geen professionele hulp gehad.

Standpunt psychiater/psychotherapeut

De hulpverlener erkent dat er sprake was van langdurig en ernstig grensoverschrijdend gedrag en voert slechts op enkele onderdelen van de klachten verweer. Hij geeft aan dat bij hem in december 2014 de diagnose ziekte van Parkinson is vastgesteld en dat het aannemelijk is dat zijn ziekte en de medicatie die hij hiervoor gebruikte, van invloed zijn geweest op het grensoverschrijdende gedrag.

Het spijt hem wat er is gebeurd. Hij geeft aan dat hij schuldbesef en zelfinzicht heeft getoond, voor zichzelf professionele hulp heeft gezocht en dat de kans op herhaling nihil is. Hij verzoekt het tuchtcollege bij het opleggen van de maatregel hiermee rekening te houden. De hulpverlener staat sinds januari 2017 niet meer als psychotherapeut in het BIG-register ingeschreven. Eind augustus 2018 heeft hij al zijn behandelactiviteiten als psychiater beëindigd maar hij staat nog wel als psychiater in het BIG-register ingeschreven.

Oordeel tuchtcollege

Een hulpverlener mag geen seksuele relatie aangaan met degene die aan zijn hulp of zorg is toevertrouwd. Dat geldt zowel tijdens de hulpverlening als ook daarna. De reden daarvan is dat het bij een professionele relatie in de gezondheidszorg gaat om een cliënt die afhankelijk is van de hulpverlener. Die afhankelijkheid is aan het eind van de behandeling niet zonder meer (direct) verdwenen. De hulpverlener moet een professionele afstand tot de cliënt houden en de belangen van de cliënt beschermen. Die afstand en bescherming wegen zwaarder wanneer het om een cliënt met psychische problemen gaat, zoals in dit geval.

Naar het oordeel van het college heeft de hulpverlener zich schuldig gemaakt aan ernstig en langdurig grensoverschrijdend handelen zowel tijdens de behandelrelatie als direct na beëindiging daarvan en daarmee het (privé)leven van zijn cliënte verstoord die zich nu juist tot hem had gewend voor hulp.

Een hulpverlener dient zich altijd te houden aan de normen en grenzen van de professionele standaard en is persoonlijk verantwoordelijk voor de hulpverlening. De hulpverlener had zich naar aanleiding van de diagnose en symptomen van zijn ziekte, het medicatiegebruik en de mogelijke effecten daarvan moeten afvragen of hij zijn werk goed kon blijven uitoefenen.

Nadat hij zelf met medicatie was gestart, heeft de hulpverlener de behandeling van cliënte voortgezet terwijl hij verder ontspoorde waarbij een grenzeloze lawine aan app-contacten is ontstaan. Over deze enorme ontlading van virtuele seks heeft de hulpverlener nimmer uit zichzelf zijn werkgever of collega’s ingelicht. Het had op zijn weg gelegen om zich hiervan te vergewissen en de gestelde gevolgen zijn ziekte en medicijngebruik - in het licht van het kunnen leveren van kwalitatief goede zorg - kenbaar te maken aan en te bespreken met zijn collega’s.

Opgelegde maatregel

Het college heeft naar aanleiding van zijn verweer niet de overtuiging dat de hulpverlener het volstrekt ontoelaatbare en de ernst van zijn gedrag inziet. Het is niet aan hemzelf te danken dat zijn gedrag aan het licht is gekomen, is onderzocht en - uiteindelijk - gestopt.

Het college is van oordeel dat in deze zaak alleen de zwaarste maatregel past. Dat betekent dat zijn inschrijving in het BIG-register als psychiater zal worden doorgehaald.

Aangezien de hulpverlener sinds januari 2017 niet meer als psychotherapeut is geregistreerd en het college van oordeel is dat dit ook niet meer mogelijk moet zijn, zal hem het recht worden ontzegd om zich opnieuw als psychotherapeut te laten registreren.

Alleen op deze wijze kan risico op herhaling worden voorkomen.