Zwolle – Klaagster heeft een abortus laten uitvoeren bij een abortuskliniek. Zij maakt de arts en de verpleegkundige meerdere verwijten. Verder heeft de medisch coördinator van de abortuskliniek volgens klaagster tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld omdat de kliniek niet zou voldoen aan de zwaardere wettelijke eisen die gelden bij een zwangerschap van meer dan dertien weken. Het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle verklaart alle onderdelen van de klacht in elke afzonderlijke zaak ongegrond.
Beeld: © Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg
Reden klacht
Klaagster heeft spijt van de abortus. Er heeft een intakegesprek plaatsgevonden met de arts en aansluitend is de abortus uitgevoerd. De verpleegkundige heeft klaagster ook gezien voorafgaand aan de ingreep. Op de dag van de behandeling in de kliniek was zij gesloten en verdrietig. Ze verwijt de arts en de verpleegkundige onder meer een verkeerde inschatting van haar mentale toestand, dat niet is gesproken over mogelijke alternatieven en dat er geen overleg is gevoerd over de nodige bedenktijd. Ook was er geen deskundige psychologische hulp en maatschappelijke zorg beschikbaar in de kliniek.
Verweer
Verweerders hebben aangevoerd dat klaagster uitgebreid is voorgelicht en geïnformeerd over de behandeling. Tijdens het intakegesprek is nagegaan of zij zeker was van haar besluit en er waren geen aanwijzingen dat klaagster langer tijd nodig had om na te denken. Vanwege een duidelijk geuite wens bestond er geen aanleiding om klaagster te verwijzen naar haar huisarts of Fiom, het expertisecentrum ongewenste zwangerschappen. Omdat klaagster zich in het tweede trimester bevond, was een medicamenteuze behandeling als alternatief niet mogelijk. Hoewel klaagster gesloten en verdrietig overkwam tijdens het gesprek, is dit niet beschouwd als ‘verborgen twijfel’.
Wet en Besluit afbreking zwangerschap
Sinds 1 januari 2023 geldt op grond van artikel 3 lid 1 van de Wet afbreking zwangerschap een flexibele bedenktermijn. Dit betekent dat de arts en de vrouw in gezamenlijk overleg een termijn vaststellen die nodig is om tot een weloverwogen besluit te komen. Verdere eisen om tot een zorgvuldige besluitvorming te komen zijn uitgewerkt in het Besluit afbreking zwangerschap. Een arts dient tenminste één gesprek met de vrouw te voeren om te komen tot een zorgvuldige besluitvorming.
Overweging
Klaagster nam drie dagen na een positieve zwangerschapstest contact op met de abortuskliniek. Zij had haar wens om de zwangerschap af te breken diezelfde dag met haar huisarts besproken. Er werd een afspraak gepland voor een abortus in de kliniek vijf dagen later. Het college overweegt dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die de conclusie rechtvaardigen dat er onvoldoende tijd met klaagster is gesproken, waardoor klaagster onvoldoende professioneel zou zijn uitgevraagd en er verkeerde inschattingen zijn gemaakt over het mentale aspect van abortus. Het college vindt het spijtig dat klaagster ter zitting aangaf niet te weten waarom zij geen ruimte voelde om haar twijfel te kunnen delen met de verweerders. Maar dit leidt niet tot het oordeel dat er een verkeerde inschatting is gemaakt en dat klaagster hierdoor is beperkt in haar keuzevrijheid met betrekking tot het al dan niet afbreken van de zwangerschap.
Oordeel tuchtcollege
Het college is van oordeel dat uit de feiten niet blijkt dat er aanwijzingen waren dat klaagster toch verborgen twijfels had die opgemerkt hadden moeten worden. Hierbij speelt ook een rol dat klaagster al enige dagen eerder contact had met haar huisarts en tussen dat contact en het gesprek met de arts ook nog vijf dagen zaten. Dit maakt de gedachte dat klaagster zich overvallen voelde en de indruk had dat zij geen kant meer op kon, niet voor de hand liggend. Er bestond hierdoor ook geen reden om te verwijzen naar externe deskundigen op psychologisch en maatschappelijk gebied.
Alle onderdelen van de klacht in elke afzonderlijke zaak zijn ongegrond.
De volledige uitspraken zullen worden gepubliceerd op www.tuchtrecht.nl en tijdelijk op deze website.
Ga naar uitspraak Z2025-8441.
Ga naar uitspraak Z2025-8458.
Ga naar uitspraak Z2025-8459.