‘s-Hertogenbosch – Ouders klagen over de zorg die de aangeklaagde psychiater heeft verleend aan hun dochter. De dochter is overleden door suïcide. Zij verwijten de psychiater dat hij aan de rechtbank heeft geadviseerd een verzoek tot gedwongen opname af te wijzen en heeft nagelaten haar medicijnen te verstrekken bij haar ontslag uit de afdeling. Ook klagen zij erover dat hij heeft geweigerd haar medisch dossier aan klagers af te staan en dat hij het overlijden van de dochter niet als calamiteit bij de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft gemeld.

Reden klachten

De dochter van klagers was al langere tijd in behandeling omdat zij kampte met psychische problemen en zij suïcidaal was. In de periode van haar opname bij de instelling waar ook de psychiater werkzaam was, heeft de rechtbank meermalen een verzoek om gedwongen opname afgewezen. Het zorgteam had daartoe overigens ook geadviseerd. Het zorgteam heeft een autonomie bevorderend beleid ingezet. Bij haar ontslag uit de instelling heeft de dochter volgens haar ouders onvoldoende medicatie mee gekregen, waardoor zij aan haar lot is overgelaten. De ouders vinden dat het overlijden als calamiteit gemeld had moeten worden.

Beeld: © Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg

Standpunt zorgverlener

De psychiater stelt zich op het standpunt dat de ouders niet klachtgerechtigd zijn, omdat de dochter haar ouders buiten de behandeling heeft willen houden en er daardoor sprake van is dat de ouders de veronderstelde wil van hun dochter niet vertegenwoordigen. De  psychiater meent niet tuchtrechtelijk verwijtbaar te hebben gehandeld.

Oordeel tuchtcollege

Ouders zijn klachtgerechtigd

Het college heeft over de klachtgerechtigdheid van de ouders geoordeeld dat zij ontvankelijk zijn. Er waren geen bijzondere omstandigheden die maakten dat er twijfel zou zijn over de vraag of de ouders wel de wil van de dochter vertegenwoordigden. Dat haar ouders afwisselend wel en niet bij haar behandeling werden betrokken maakt niet dat er sprake is van bijzondere omstandigheden. Zij worden dus wel ontvankelijk geacht in hun klacht.

Beoordeling van de klachten

De psychiater is drie dagen als psychiater bij de behandeling van de patiënte betrokken geweest. Het autonomie bevorderend beleid was toen al ingezet. Er was geen reden voor de psychiater om deze beslissing te heroverwegen.

Klagers is een afschrift van het medisch dossier geweigerd. De verantwoordelijkheid dit verzoek te beoordelen lag niet bij de psychiater, maar bij de regiebehandelaar. De psychiater heeft wel in zijn rol van geneesheer-directeur de regiebehandelaar geadviseerd. Het college oordeelt dat afgifte het dossier terecht is geweigerd, omdat er geen sprake is van een zwaarwegend belang dat afgifte rechtvaardigt.

Bij het ontslag van de dochter was de psychiater niet betrokken. Patiënte heeft bij haar ontslag de medicatie teruggekregen die zij bij opname bij zich had. Daarmee was voldoende geborgd dat zij tot het volgende contact met een ambulant zorgverlener voorzien was van medicatie.

Ook het verwijt dat de suïcide als calamiteit bij de Inspectie gemeld had moeten worden is ongegrond. Dit omdat de psychiater niet de verantwoordelijke is voor een dergelijke melding. Dat is namelijk de instelling. Daarnaast geldt dat er geen sprake was van verplichte zorg en daarom hoefde de suïcide niet te worden gemeld. Ook van andere situaties waarin zo’n verplichting kan gelden was geen sprake.

Alle klachtonderdelen zijn dus ongegrond.