De zittingen van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg worden zo'n drie weken van tevoren gepubliceerd in deze agenda.
De openbare zittingen van het CTG zijn in het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60, Den Haag. Wilt u als bezoeker een zitting bijwonen? Standaard is voor bezoekers een aantal plekken beschikbaar. Komt u met een groep? Meld de groep dan van tevoren aan. Dit doet u door een e-mail te sturen aan: CTG@minvws.nl.
Zitting op maandag 11 mei 2026
Zaaknummers
C2026/3123 t/m C2026/3131 en C2026/3133
Partijen
Klager/psychiaters, arts, specialisten ouderengeneeskunde
Gemachtigde van psychiaters
Mevrouw mr. C. Velink
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
De zoon van klager heeft namens klager een tuchtklacht ingediend tegen zes psychiaters, die werkzaam waren/zijn bij een zorgaanbieder voor geestelijke gezondheidszorg (C2026/3123 t/m C2026/3128) en tegen vier medewerkers van een centrum voor verpleeghuiszorg (C2026/3129 t/m C2026/3131 en C2026/3133) waar klager ten tijde van het indienen van de klachten verbleef. Klager had ten tijde van het indienen van de klachten een provisioneel bewindvoerder met alle bevoegdheden die een curator krachtens de wet heeft. De voorzitter is van oordeel dat de bewindvoerder aannemelijk heeft gemaakt dat klager terzake van het indienen van de klachten wilsonbekwaam is. De wilsonbekwaamheid van klager ten aanzien van het indienen van een klacht blijkt volgens de voorzitter overigens ook voldoende uit de overige processtukken.
RTG Amsterdam: verklaart de klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klachten
Zaaknummer
C2025/2805
Partijen
Klaagster (dezelfde als in de zaken C2025/2823 en C2025/2824) / internist
Gemachtigde van internist
De heer mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een internist. Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar moeder (hierna: patiënte) die is overleden. De patiënte werd behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. De internist was de hoofdbehandelaar van patiënte. Klaagster is, kort gezegd, niet tevreden over de medische behandeling die patiënte heeft gekregen.
RTG Amsterdam: verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2823
Partijen
Klaagster (dezelfde als in de zaken C2025/2805 en C2025/2824 / verpleegkundige
Gemachtigde van verpleegkundige
Mevrouw mr. M.E. van Kuijk-Wesdorp
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster is in de nacht opgenomen op de afdeling van het ziekenhuis waar de verpleegkundige werkzaam was, nadat zij zich in de avond had gemeld op de spoedeisende hulp (SEH). Patiënte was onder meer bekend met uitgezaaide borstkanker waarbij sinds weken sprake was van een respiratoire achteruitgang (benauwdheid). Op de SEH was op basis van het klinisch beeld ook sprake van vermoeden van sepsis (bloedvergiftiging). De verpleegkundige had vanaf 08:00 uur dagdienst op de afdeling waar patiënte in de nacht was opgenomen. Patiënte overleed daar aan het eind van de ochtend. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat hij is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte, in de communicatie met de familie en in de nazorg na het overlijden van patiënte.
RTG Amsterdam: verklaart de klacht ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2824
Partijen
Klaagster (dezelfde als in de zaken C2025/2805 en C2025/2823) /verpleegkundig specialist AGZ
Gemachtigde van verpleegkundig specialist AGZ
De heer mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een verpleegkundig specialist. De moeder van klaagster is behandeld in het ziekenhuis in verband met een mammacarcinoom (borstkanker). Vanaf september 2015 vonden de poliklinische controles plaats bij de verpleegkundig specialist. Eind februari 2021 heeft de arts de controles (weer) overgenomen in verband met uitzaaiingen (levermetastasen). Patiënte is op in maart 2022 overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist dat zij is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte en in de communicatie met patiënte en klaagster.
RTG Amsterdam: de klacht is in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2927
Partijen
Klaagster/verpleegkundige (dezelfde partijen als in de zaak C2025/2928)
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster heeft een aanvraag gedaan voor begeleiding vanuit de Wmo. De verpleegkundige heeft onderzoek gedaan en een rapport/advies uitgebracht. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat dit rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen en een onjuist advies, met een onjuiste conclusie, is. Verder verwijt klaagster de verpleegkundige dat hij het correctierecht niet goed heeft uitgevoerd en de rapportage niet op deze wijze naar de gemeente had mogen sturen. Ten slotte wordt de verpleegkundige verweten dat hij zonder toestemming van klaagster medische informatie in de tuchtrechtprocedure heeft ingebracht.
RTG Zwolle: verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, legt de maatregel van waarschuwing op en bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Medisch Contact, Nursing en TvZ Verpleegkundige praktijk en wetenschap.
Zaaknummer
C2025/2928
Partijen
Verpleegkundige/klaagster (dezelfde partijen als in zaak (2025/2927)
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster heeft een aanvraag gedaan voor begeleiding vanuit de Wmo. De verpleegkundige heeft onderzoek gedaan en een rapport/advies uitgebracht. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat dit rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen, en een onjuist advies met een onjuiste conclusie is. Verder verwijt klaagster de verpleegkundige dat hij het correctierecht niet goed heeft toegepast en de rapportage niet op deze wijze naar de gemeente had mogen sturen. Ten slotte wordt de verpleegkundige verweten dat hij zonder toestemming van klaagster medische informatie in de tuchtrechtprocedure heeft ingebracht.
RTG Zwolle: verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, legt de maatregel van waarschuwing op en bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Medisch Contact, Nursing en TvZ Verpleegkundige praktijk en wetenschap.
Zitting op maandag 18 mei 2026
Zaaknummer
C2025/2798
Partijen
Klaagster (dezelfde klaagster als in de zaken C2025/2799 en C2025/2800) / Longarts
Gemachtigde van Longarts
Mevrouw mr. M.E. van Kuijk-Wesdorp
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis. Zij is – kort gezegd – niet tevreden over de zorg die haar moeder kreeg. Deze zorg was onvoldoende, waardoor haar moeder op 14 maart 2022 is komen te overlijden. De moeder van klaagster stond bij de longarts onder behandeling voor longklachten vanwege haar astma. De longarts heeft in zijn verweerschrift uitgelegd welke inspanningen hij heeft gedaan wat betreft de behandeling van de moeder van klaagster.
RTG Amsterdam: verklaart de klacht ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2799
Partijen
Klaagster (dezelfde klaagster als in de zaken C2025/2798 en C2025/2800) / Longarts
Gemachtigde van internist
Mevrouw mr. M.E. van Kuijk-Wesdorp
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis. Zij is – kort gezegd – niet tevreden over de zorg die haar moeder kreeg. Deze zorg was onvoldoende, waardoor haar moeder op 14 maart 2022 is komen te overlijden. De longarts was betrokken bij de behandeling van haar moeder op 11 maart 2022 en was de dienstdoend longarts op 13 en 14 maart 2022, de dag van het overlijden van de moeder van klaagster. De longarts heeft in haar verweerschrift uitgelegd welke inspanningen zij heeft gedaan wat betreft de behandeling van de moeder van klaagster.
RTG Amsterdam: verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2800
Partijen
Klaagster (dezelfde klaagster als in de zaken C2025/2798 en C2025/2799) / Longarts
Gemachtigde van internist
Mevrouw mr. M.E. van Kuijk-Wesdorp
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleen in het ziekenhuis. Zij is – kort gezegd – niet tevreden over de zorg die haar moeder kreeg, deze was onvoldoende, waardoor haar moeder op 14 maart 2022 is komen te overlijden. De longarts was betrokken bij de behandeling van de moeder van klaagster op 24 februari 2022 op de SEH van het ziekenhuis. De longarts heeft in zijn verweerschrift uitgelegd welke inspanningen hij heeft gedaan wat betreft de behandeling van de moeder van klaagster.
RTG Amsterdam: verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2950
Partijen
Klaagster (dezelfde klaagster als in de zaak C2025/2951) / SEH-arts
Gemachtigde van internist
Mevrouw mr. M.E. van Kuijk-Wesdorp
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een SEH-arts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die in een ziekenhuis aan haar moeder (patiënte) is verleend. De SEH-arts was op 13 en 14 maart 2022 de dienstdoend arts op de SEH. De patiënte is op 14 maart 2022 overleden. Volgens klaagster heeft de SEH-arts onzorgvuldig/onjuist gehandeld, omdat zij ten onrechte behandelcode A heeft veranderd in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan en de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had.
RTG Amsterdam: verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2951
Partijen
Klaagster (dezelfde klaagster als in de zaak 2025/2950) / arts
Gemachtigde van internist
Mr. M.E. van Kuijk-Wesdorp
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een arts, destijds arts-assistent op de SEH. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die in een ziekenhuis aan haar moeder (patiënte) is verleend. De arts was op 13 en 14 maart 2022 werkzaam als arts-assistent op de SEH. De patiënte is op 14 maart 2022 overleden. Volgens klaagster heeft de arts onzorgvuldig/onjuist gehandeld, omdat zij ten onrechte behandelcode A heeft veranderd in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan en de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had.
RTG Amsterdam: verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.
Zitting op woensdag 27 mei 2026
Zaaknummer
C2025/2932
Partijen
Klager (dezelfde klager als in de zaken C2025/2933, 2025/2934 en C2025/2935) / anesthesioloog
Gemachtigde van anesthesioloog
Mevrouw mr. A.W. Hielkema
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak:
Klacht tegen een anesthesioloog. Klager, die al lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft bij een val zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen en uiteindelijk geopereerd. Klager heeft over de opname klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling betrokken waren. Klager verwijt de anesthesioloog – onder meer – dat er pas na drie opnamedagen een medewerker van het pijnteam is langsgekomen, dat er op de operatiedag geen overleg vooraf heeft plaatsgevonden en de wond zelf niet verdoofd is geweest en dat hij – klager – na de operatie twee uur lang met helse pijnen heeft liggen schreeuwen en verzoeken om zijn eigen medicatie werden genegeerd.
RTG Zwolle: De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2933
Partijen
Klager (dezelfde klager als in de zaken C2025/2932, 2025/2934 en C2025/2935) / chirurg
Gemachtigde van chirurg
Mevrouw mr. A.W. Hielkema
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak:
Klacht tegen een chirurg. Klager, die al lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft bij een val zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen en uiteindelijk geopereerd. Klager heeft over de opname klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling betrokken waren. Klager verwijt de chirurg het verstrekken van misleidende informatie wat betreft het doorsturen naar andere ziekenhuizen en wisselende instructies en mogelijkheden ten aanzien van de plaatselijke verdoving van klagers been.
RTG Zwolle: De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2934
Partijen
Klager (dezelfde klager als in de zaken C2025/2932, 2025/2933 en C2025/2935) / chirurg
Gemachtigde van chirurg
Mevrouw mr. A.W. Hielkema
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een chirurg. Klager, die al lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft bij een val zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen en uiteindelijk geopereerd. Klager heeft over de opname klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling betrokken waren. Klager verwijt de chirurg dat hij hem pas in de operatiekamer zag, dat er geen overleg vooraf heeft plaatsgevonden en dat de chirurg niet op de hoogte leek te zijn van klagers beperkingen.
RTG Zwolle: De klacht is kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2935
Partijen
Klager (dezelfde klager als in de zaken C2025/2932, 2025/2933 en C2025/2934) / chirurg
Gemachtigde van chirurg
Mevrouw mr. A.W. Hielkema
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een chirurg. Klager, die al lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft bij een val zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen en uiteindelijk geopereerd. Klager heeft over de opname klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling betrokken waren. Klager verwijt de chirurg dat hij zich niet aan klager heeft voorgesteld en dat klager er pas na het opvragen van het dossier achter kwam dat hij de behandelend arts was. In die hoedanigheid houdt klager hem er primair voor verantwoordelijk – onder meer - dat er geen gehoor is gegeven aan klagers verzoek om hem door te sturen aan een ander ziekenhuis, er geen begeleiding was wat betreft medicatie, is doorgegaan met het afgeven van medicatie die niet op klagers lijst stond en dat er geen overleg is gepleegd met klagers behandelend artsen in een kliniek elders.
RTG Zwolle: De klacht is kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2893
Partijen
Klaagster/neuroloog (dezelfde partijen als in zaak C2025/3071)
Gemachtigde van neuroloog
De heer mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een neuroloog. Klaagster is bekend met epilepsie en is geruime tijd onder behandeling bij de neuroloog. Omdat klaagster niet aanvalsvrij is heeft de neuroloog klaagster voor behandeling verwezen naar een derdelijns epilepsiecentrum. Klaagster verwijt de neuroloog dat zij heeft geweigerd om klaagster te behandelen en dat zij de lamotrigine-waarden van klaagster niet heeft gemeten.
RTG ’s-Hertogenbosch: verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/3071
Partijen
Klaagster/neuroloog (dezelfde partijen als in de zaak (2025/2893)
Gemachtigde van neuroloog
De heer mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een neuroloog. Klaagster verwijt de neuroloog dat zij de privacy van klaagster heeft geschonden doordat zij de medische gegevens van klaagster aan een ander ziekenhuis heeft gestuurd bij de verwijzing naar dat ziekenhuis. Ook verwijt klaagster de neuroloog dat zij in de verwijsbrief naar het andere ziekenhuis bewust onjuistheden heeft opgenomen.
RTG ’s-Hertogenbosch: verklaart de klacht kennelijk ongegrond.