De zittingen van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg worden zo'n drie weken van tevoren gepubliceerd in deze agenda.
De openbare zittingen van het CTG zijn in het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60, Den Haag. Wilt u als bezoeker een zitting bijwonen? Standaard is voor bezoekers een aantal plekken beschikbaar. Komt u met een groep? Meld de groep dan van tevoren aan. Dit doet u door een e-mail te sturen aan: CTG@minvws.nl.
Zitting op woensdag 25 maart 2026
Zaaknummer
C2025/3038
Partijen
Klaagster / huisarts
Gemachtigde van huisarts
Mw. mr. H.B.M. Vrieling
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht van dochter over de behandeling van haar inmiddels overleden moeder. De huisarts wordt verweten dat zij onvoldoende zorg heeft geleverd en niet adequaat heeft gehandeld in de fase van palliatieve zorg aan klaagsters moeder.
RTG Zwolle:
verklaart de klacht ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2994
Partijen
Klagers / huisarts
Gemachtigde van huisarts
Mw. mr. S.J. Muntinga
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Klagers zijn echtgenoten. Klaagster had eenmalig een dubbelconsult bij de huisarts als waarnemend huisarts. Klaagster uitte meerdere klachten en wilde worden doorverwezen naar een KNO-arts en naar een neuroloog. De huisarts verwees haar alleen naar een KNO-arts. Klaagster was daar boos over. Klagers verwijten de huisarts:
a. handelen in strijd met de zorgplicht;
b. ongeoorloofde beïnvloeding van een opvolgende zorgverlener;
c. schending van het beroepsgeheim;
d. schending van de privacy;
e. het plegen van smaad en laster;
f. ongeoorloofd systeemgebruik.
RTG ’s-Hertogenbosch:
verklaart klager niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen a, b en f; verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2891
Partijen
Arts / IGJ
Gemachtigde van klager
Mw. mr. Q.J.M.A. Amelink
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht van de IGJ tegen een arts die werkzaam is als arts voor gedetineerden en arrestanten. In het voorjaar van 2022 is de arts om consult gevraagd voor een arrestant op een politiebureau (hierna: de patiënt). De patiënt klaagde over hevige pijn in zijn bovenbeen die was ontstaan bij zijn arrestatie. De arts heeft hem pijnstilling in de vorm van methadon verstrekt. De IGJ verwijt de arts dat hij:
a) op onzorgvuldige wijze off-label methadon heeft verstrekt aan de patiënt;
b) geen zorg heeft gedragen voor een zorgvuldige en volledige dossiervorming van de zorg die hij aan de patiënt had verleend.
RTG Amsterdam:
verklaart de klacht gegrond en schorst de bevoegdheid van de arts om de aan de inschrijving in het register verbonden bevoegdheden uit te oefenen voor de duur van zes maanden;
beveelt dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij het college later anders mocht bepalen omdat de arts voor het einde van de proeftijd van twee jaren zich schuldig heeft gemaakt aan enig handelen of nalaten dat in strijd is met de goede zorg die hij als arts behoort te betrachten, of in strijd is met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt; en/of zich niet heeft gehouden aan een zestal geformuleerde bijzondere voorwaarden.
Zitting op woensdag 1 april 2026
Zaaknummer
C2025/2892 (verzetzaak)
Partijen
Klager/uroloog
Gemachtigde van uroloog
Mevrouw mr. H.B.M. Vrieling
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Verzetzaak. Klacht tegen een uroloog. De vrouw van klager is onder behandeling bij de uroloog. Klager heeft namens zichzelf een klacht ingediend tegen de uroloog. Hij verwijt de uroloog dat hij door patiëntenbelang aan het lijntje wordt gehouden, dat hij van het kastje naar de muur werd gestuurd toen zijn vrouw incontinentiemateriaal nodig had en dat er sprake is van verspilling van medicatie en het onnodig op kosten jagen. Ook verwijt klager de uroloog dat hij voor paal stond bij de apotheek en dat op de bijsluiter informatie stond over de aansturing van de apotheek en vertrouwelijke informatie.
Voorzitter RTG ’s-Hertogenbosch verklaart klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen 1, 3, 4 en 5, omdat klager geen concreet eigen belang heeft en verklaart klachtonderdeel 2 kennelijk ongegrond. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klager af nu dit niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege. Klager heeft tegen deze beslissing verzet ingesteld.
Zaaknummer
C2025/2883
Partijen
Klager/psychiater
Gemachtigde van klager
De heer mr. M.P. Harten
Gemachtigde van psychiater
Mevrouw mr. P. Dijkstra
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een psychiater. Klager was vanaf 28 februari 2022 vrijwillig opgenomen op de high intensive care van een GGZ-instelling. Vanwege oplopende spanning en omdat klager met ontslag wilde, heeft de regiebehandelaar op 2 maart 2022 een beoordeling aangevraagd ten behoeve van de voorbereiding op een crisismaatregel. De psychiater heeft die dag een medische verklaring opgesteld waarin zij concludeert dat verplichte zorg voor klager nodig is. Diezelfde dag is de crisismaatregel opgelegd. Op 7 maart 2022 heeft de rechtbank de crisismaatregel voor drie weken voortgezet. Op 9 maart 2022 is geconcludeerd dat klager veilig naar familie kon reizen en dat er toezicht zou zijn op het continueren van de antipsychotica. Daarop is een ontslagprocedure ingezet en is klager op 14 maart 2022 met ontslag gegaan. Klager verwijt de psychiater dat zij hem niet serieus heeft genomen, een onjuiste diagnose heeft gesteld en ten onrechte een crisismaatregel heeft opgelegd.
RTG Amsterdam: De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2885
Partijen
Dezelfde klager als in de zaken C2025/2883 en C2025/2884/psychiater
Gemachtigde van klager
De heer mr. M.P. Harten
Gemachtigde van psychiater
Mevrouw mr. P. Dijkstra
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een psychiater. Klager is op 1 november 2021 door zijn huisarts verwezen naar de crisisdienst van een GGZ-instelling in verband met een psychotisch toestandsbeeld. Klager was daar tot en met medio januari 2022 onder ambulante behandeling. De psychiater was zijn regiebehandelaar. Klager verwijt de psychiater dat hij hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld en medicatie is voorgeschreven.
RTG Amsterdam: De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2884
Partijen
Dezelfde klager als in de zaken C2025/2883 en C2025/2885/verpleegkundig specialist GGZ
Gemachtigde van klager
De heer mr. M.P. Harten
Gemachtigde van verpleegkundig specialist GGZ
Mevrouw mr. P. Dijkstra
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een verpleegkundig specialist GGZ. Klager was vanaf 28 februari 2022 vrijwillig opgenomen op de high intensive care van een GGZ-instelling. De verpleegkundig specialist was zijn regiebehandelaar. Zij heeft op 2 maart 2022 een beoordeling aangevraagd door een onafhankelijk psychiater in het kader van de aanvraag van een crisismaatregel. Klager verwijt de verpleegkundig specialist dat zij hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld, medicatie is voorgeschreven en een crisismaatregel is opgelegd.
RTG Amsterdam: De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2938
Partijen
IGJ/verpleegkundige
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige was werkzaam in een instelling die onder meer mensen met een verslaving behandelt. De inspectie verwijt de verpleegkundige dat zij: a) seksueel grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt en aansluitend aan de behandelrelatie een seksuele en persoonlijke relatie aan te gaan met de patiënt; b) onprofessioneel heeft gehandeld door – zonder dat hiertoe een noodzaak bestond – medische informatie over patiënten met een derde te delen.
RTG ’s-Hertogenbosch : verklaart de klacht gegrond, egt de verpleegkundige de maatregel op van schorsing van haar bevoegdheid om de aan de inschrijving in het register verbonden bevoegdheden uit te oefenen voor de duur van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk en beveelt dat het voorwaardelijk deel van deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij het bevoegde regionale tuchtcollege later anders mocht bepalen omdat de verpleegkundige voor het einde van een proeftijd van twee jaren:
a) zich schuldig heeft gemaakt aan enig handelen of nalaten dat in strijd is met de goede zorg die zij als verpleegkundige behoort te betrachten, of in strijd is met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt; en/of
b) zich niet heeft gehouden aan de navolgende bijzondere voorwaarden:
1. de verpleegkundige stelt zich op korte termijn, maar uiterlijk binnen drie maanden na het onherroepelijk worden van deze beslissing, onder behandeling van een BIG-geregistreerd gz-psycholoog of psychotherapeut en informeert de inspectie, binnen een door de inspectie te bepalen termijn, wie de behandeling gaat uitvoeren;
2. de verpleegkundige informeert, binnen een door de inspectie te bepalen termijn, de inspectie over het behandelplan dat tenminste dient te omvatten: bewustwording van het thema afstand en nabijheid en het overschrijden van persoonlijke en professionele grenzen binnen of vlak na een zorgrelatie, het verwerven van inzicht in de factoren die hebben bijgedragen aan het seksueel grensoverschrijdende gedrag, het verkrijgen van inzicht in en de behandeling van (mogelijke) hulpvragen en kwetsbaarheden op dit vlak en het versterken van de probleemoplossende vaardigheden van de verpleegkundige met het oog op het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de toekomst;
3. de verpleegkundige geeft aan haar behandelaar schriftelijk toestemming dat de inspectie bij de behandelaar gedurende het behandeltraject informatie kan inwinnen over de voortgang, de aard, de inhoud en de frequentie van de behandeling;
4. de verpleegkundige geeft aan haar behandelaar schriftelijk toestemming dat deze aan het einde van de behandeling aan de inspectie een finale rapportage uitbrengt dat de behandeling met goed gevolg is afgerond;
5. de verpleegkundige geeft aan de behandelaar schriftelijk toestemming om de inspectie direct te informeren, zodra de behandeling om een andere reden is afgebroken of gestopt.
- draagt de inspectie op toezicht te houden op de bijzondere voorwaarden onder b);
- bepaalt dat eerst het onvoorwaardelijke deel van de schorsing ten uitvoer zal worden gelegd;
- bepaalt dat de proeftijd ingaat op de dag dat deze beslissing onherroepelijk is geworden;
- bepaalt dat de proeftijd uitsluitend loopt gedurende de periode dat de verpleegkundige in het register is ingeschreven en bevoegd is de daaraan verbonden bevoegdheden uit te oefenen;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Nursing.
Zaaknummer
C2025/2947
Partijen
Verpleegkundige/Zilveren Kruis N.V.
Gemachtigde van verpleegkundige
De heer mr. J.O. Bohr
Gemachtigde van Zilveren Kruis N.V.
Mevrouw mr. A. van Noort
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige was enig aandeelhouder/bestuurder van een onderneming die (thuis)zorg verleend. De onderneming declareerde zorgvergoedingen bij klaagster als zorgverzekeraar. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij bewust en stelselmatig declaraties heeft ingediend bij klaagster voor zorg die niet werd geleverd, bewust en stelselmatig bij klaagster zorg heeft gedeclareerd die niet voor vergoeding in aanmerking komt en dat zij bij gebrek aan een deugdelijke administratie niet voldoet aan de dossierplicht.
RTG Zwolle: verklaart de klacht gegrond, beveelt de doorhaling van de inschrijving van de verpleegkundige in het register dan wel ontzegt de verpleegkundige het recht om weer in dit register te worden ingeschreven en bepaalt dat deze beslissing nadat die onherroepelijk is geworden, geanonimiseerd in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan een aantal nader genoemde tijdschriften.
Zitting op maandag 13 april 2026
Zaaknummer
C2025/2944
Partijen
Klager/(destijds) gz-psycholoog
Gemachtigde van (destijds) gz-psycholoog
Mevrouw mr. A.W. Hielkema
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een gz-psycholoog in zijn hoedanigheid van directeur van een inrichting. Klager verwijt de gz-psycholoog dat hij de dagrapportages die zijn opgemaakt tijdens het verblijf van klager in 2015 in de inrichting, heeft laten vernietigen. Klager stelt dat de dagrapportages, omdat deze ten grondslag liggen aan klinisch observatieonderzoek door benoemde deskundigen, onder gegevens vallen die moeten worden opgenomen in het medisch dossier en twintig jaar bewaard moeten worden.
Voorzitter RTG Zwolle: De klacht is kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/3015
Partijen
Klaagster/psychiater
Gemachtigde van psychiater
De heer mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft gedurende een aantal jaren samen met haar partner relatietherapie gevolgd bij de psychiater. Nadat die behandelrelatie is geëindigd, wordt de psychiater gebeld door de (ex-)partner en een buurvrouw dat zij zich zorgen maken over klaagster. De psychiater adviseert hen contact op te nemen met de huisarts zodat die eventueel actie kan ondernemen. Diezelfde avond wordt klaagster opgehaald door de crisisdienst en gedwongen opgenomen in een gesloten afdeling van een GGZ-instelling. Als de psychiater door de behandelend psychiater wordt gebeld, deelt hij met hen de klinische indrukken die hij tijdens de therapie heeft gekregen, waaronder de door hem gestelde diagnose. Klaagster verwijt de psychiater dat hij aan de (ex-)partner en de buurvrouw het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Ook verwijt zij hem dat hij een diagnose heeft gesteld die nooit met haar is gedeeld en waarvoor hij geen behandelplan heeft opgesteld.
RTG Amsterdam: verklaart de klacht deels gegrond en legt de psychiater de maatregel op van waarschuwing.
Zaaknummer
C2025/3016
Partijen
Dezelfde klaagster als in zaak C2025/3015/psychotherapeut
Gemachtigde van psychotherapeut
De heer mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster heeft gedurende een aantal jaren samen met haar partner relatietherapie gevolgd bij de psychotherapeut. Nadat die behandelrelatie is geëindigd, wordt de psychotherapeut gebeld door de (ex-)partner en een buurvrouw dat zij zich zorgen maken over klaagster. De psychotherapeut adviseert hen contact op te nemen met de huisarts zodat die eventueel actie kan ondernemen. Diezelfde avond wordt klaagster opgehaald door de crisisdienst en gedwongen opgenomen in een gesloten afdeling van een GGZ-instelling. Als de psychotherapeut door de behandelend psychiater wordt gebeld, deelt hij met hen de klinische indrukken die hij tijdens de therapie heeft gekregen, waaronder de door hem gestelde diagnose. Klaagster verwijt de psychotherapeut dat hij aan de (ex-)partner en de buurvrouw het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Ook verwijt zij hem dat hij een diagnose heeft gesteld die nooit met haar is gedeeld en waarvoor hij geen behandelplan heeft opgesteld.
RTG Amsterdam: verklaart de klacht deels gegrond en legt de psychotherapeut de maatregel op van waarschuwing.
Zaaknummer
C2025/2756
Partijen
Klaagster/psychiater
Gemachtigde van klaagster
De heer mr. D.W.H.M. Wolters
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een psychiater. De psychiater is in het kader van een destijds tegen klaagster lopende strafzaak als deskundige benoemd met het verzoek een psychiatrisch onderzoek te verrichten naar klaagster. Klaagster is van mening dat het door de psychiater verrichte onderzoek onzorgvuldig en ondeskundig is gedaan en dat sprake is van machtsmisbruik en valsheid in geschrifte. Een en ander heeft er volgens klaagster toe geleid dat haar ten onrechte terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (tbs met dwangverpleging) is opgelegd.
RTG Amsterdam: De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2723
Partijen
Klaagster/klinisch psycholoog
Gemachtigde van klaagster
De heer mr. D.W.H.M. Wolters
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een klinisch psycholoog. De klinisch psycholoog is in 2017 en 2019 in het kader van een tegen klaagster lopende strafzaak als deskundige benoemd met het verzoek een psychologisch onderzoek in te stellen naar klaagster. Klaagster verwijt de klinisch psycholoog: a) geen zorgvuldig en deskundig onderzoek heeft gedaan omdat zij haar slechts eenmaal kort heeft gesproken; b) klaagster iets heeft laten tekenen waarvan zij niet wist wat het was tijdens een ‘enge ontmoeting’; en c) in de rapportages dingen heeft opgeschreven die niet waar of onjuist zijn zodat sprake is van machtsmisbruik en valsheid in geschrifte. Door haar rapport zijn verkeerde conclusies getrokken.
RTG Amsterdam: De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zitting op maandag 20 april 2026
Zaaknummer
C2025/2904
Partijen
Klager/internist
Gemachtigde van internist
De heer mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een internist. De echtgenote van klager is in april 2022 opgenomen geweest op de afdeling Interne geneeskunde van een ziekenhuis. Daar is zij behandeld voor een longontsteking als gevolg van aspiratie en ondervoeding. Tijdens die opname is een neusmaagsonde geplaatst. Klager verwijt de internist: (a) dat zij de patiënte en klager twee uur heeft laten wachten op een ontslaggesprek; (b) de patiënte en klager niet heeft geïnformeerd over het gebruik van de sonde en de daarmee samenhangende risico’s bij het gebruik, alsmede de voorgeschreven medicatie; en (c) in de zorgoverdracht en een brief aan de huisarts geen of onvoldoende instructie heeft gegeven over het gebruik van de voorgeschreven medicatie.
RTG Amsterdam: verklaart klachtonderdeel b gegrond, legt de internist de maatregel op van waarschuwing en bepaalt dat deze beslissing nadat die onherroepelijk is geworden geanonimiseerd in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en er publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.
Zaaknummer
C2025/2984
Partijen
Dezelfde klager/huisarts
Gemachtigde van huisarts
De heer mr. V.C.A.A.V. Daniels
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, hierna patiënte, was in april 2022 opgenomen in het ziekenhuis vanwege ondervoeding door slikproblemen en aldaar is een neusmaagsonde geplaatst. Patiënte kreeg als thuismedicatie macrogol voorgeschreven. Na ontslag bleef patiënte last houden van de sonde en ondervond zij meerdere klachten, zoals misselijkheid, braken en het uitspugen van de sonde. In mei 2023 kreeg patiënte een nieuwe sonde. Klager vindt – kort gezegd – dat de huisarts in de zorg omtrent de voorgeschreven medicatie, de sonde(voeding) en de klachten van patiënte tekort is geschoten.
RTG Amsterdam: verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2906
Partijen
Klaagster/huisarts (destijds ANIOS)
Gemachtigde van huisarts
Mevrouw mr. S.J. Muntinga
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts, destijds werkzaam als ANIOS interne geneeskunde. Klaagster is in het najaar van 2014 naar de SEH verwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De klachten van klaagster gaan over het handelen van de arts tijdens de opname op de SEH en de verdere behandeling van klaagster. Verder gaan de klachten over de deskundigheid van de arts en het overleg met haar supervisor.
RTG Amsterdam: De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2907
Partijen
Dezelfde klaagster als in de zaken C2025/2906, C2025/2908 en C2025/2909/internist
Gemachtigde van internist
Mevrouw mr. S. Dik
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een internist. Klaagster is in het najaar van 2014 naar de SEH verwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De internist was de supervisor van de SEH-arts die klaagster heeft opgevangen en beoordeeld. Klaagster verwijt de internist onder meer dat hij zelf naar het ziekenhuis had moeten komen om zich te vergewissen van de toestand van klaagster, inadequate communicatie en organisatie van de zorg en inadequate dossiervoering.
RTG Amsterdam: De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2908
Partijen
Dezelfde klaagster als in de zaken C2025/2906, C2025/2907 en C2025/2909/neuroloog
Gemachtigde van neuroloog
Mevrouw mr. S.J. Muntinga
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een neuroloog. Klaagster is in het najaar van 2014 naar de SEH verwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De neuroloog was betrokken als hoofdbehandelaar tijdens klaagster opname op de afdeling Neurologie. Klaagster verwijt de neuroloog onder meer dat er geen goede samenwerking was tussen de neuroloog en de internist, zij klaagster niet de zorg heeft gegeven die zij verdiende en zij klaagster zelf had moeten bezoeken.
RTG Amsterdam: De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2909
Partijen
Dezelfde klaagster als in de zaken C2025/2906, 2025/2907 en C2025/2908/internist (destijds AIOS)
Gemachtigde van internist
Mevrouw mr. S.J. Muntinga
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een internist, destijds arts in opleiding tot internist. Klaagster is in het najaar van 2014 naar de SEH verwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De internist was destijds als arts-assistent van de afdeling interne geneeskunde betrokken bij de behandeling van klaagster. Klaagster verwijt de internist onder meer dat hij zich te passief gedroeg bij de behandeling van klaagster, de ziektebeelden niet herkende, uitvalsverschijnselen negeerde en klaagster haar eigen diagnose migraine liet stellen.
RTG Amsterdam: De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.