De zittingen van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg worden zo'n drie weken van tevoren gepubliceerd in deze agenda.
De openbare zittingen van het CTG zijn in het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60, Den Haag. Wilt u als bezoeker een zitting bijwonen? Standaard is voor bezoekers een aantal plekken beschikbaar. Komt u met een groep? Meld de groep dan van tevoren aan. Dit doet u door een e-mail te sturen aan: CTG@minvws.nl.
Zitting op woensdag 10 juni 2026
Zaaknummer
C2025/2925
Partijen
Klager/dermatoloog
Gemachtigde van dermatoloog
Mevrouw mr. A. van der Veen
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een dermatoloog. Klager is in het voorjaar van 2024 door een dermatoloog en een psychiater zowel lichamelijk als psychiatrisch onderzocht. Door de dermatoloog werd de diagnose gesteld dat er sprake was van skin picking met huidschade als gevolg van externe manipulatie bij infestatiewanen (Morgellons disease). Klager verwijt de dermatoloog dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, er geen gedegen onderzoek is verricht en dat hij is weggezet als een fantast met parasieten- en infestatiewanen.
RTG Amsterdam: de klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2926
Partijen
Klager (dezelfde als in zaak C2025/2925) /dermatoloog
Gemachtigde van dermatoloog
Mevrouw mr. A. van der Veen
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een dermatoloog. Klager is gediagnosticeerd met Morgellons disease door een collega van de dermatoloog. De dermatoloog heeft een artikel gepubliceerd over Morgellons disease. In dit artikel wordt de ziekte beschreven en verwezen naar een aantal (inter)nationale bronnen. Klager verwijt de dermatoloog dat hij zich in dit artikel beledigend heeft uitgelaten over patiënten met Morgellons disease. Ook verwijt hij de dermatoloog dat hij niet heeft gereageerd op uitnodigingen van klager om met hem over zijn opvattingen over het artikel in discussie te treden.
RTG Amsterdam: klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
Zaaknummer
C2025/2974
Partijen
Klager/tandarts
Gemachtigde klager
Mevrouw mr. M.K. Struwe
Gemachtigde van tandarts
Mevrouw mr. A.F. Maatje
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
De tandarts is werkzaam bij een praktijk voor tandheelkundige spoedgevallen. Klager heeft de praktijk bezocht in verband met kiespijn. Klager verwijt de tandarts dat zij een endodontische behandeling onzorgvuldig heeft uitgevoerd omdat er een zenuwdeel zou zijn achtergebleven in de kies en dat zij gebrekkig is geweest in de nazorg.
RTG Amsterdam: het college verklaart de klacht ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2945
Partijen
Klager/tandarts
Gemachtigde klager
De heer mr. L.H.E. Drenthe
Gemachtigde van tandarts
De heer mr. J.P. Plasman
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht van de ene tandarts tegen een andere tandarts. Klager en aangeklaagde zijn tandarts in dezelfde woonplaats. De verhoudingen tussen beide tandartsen zijn al jaren ernstig verstoord. Beide tandartsen hebben verscheidene (tucht)klachten tegen elkaar ingediend.
Voorzitter RTG Zwolle: bij afweging van de belangen van klager en aangeklaagde, komt de voorzitter tot het oordeel dat het belang van klager inmiddels niet meer opweegt tegen het belang van aangeklaagde om te worden beschermd tegen het steeds opnieuw indienen van klachten tegen hem. Met een dergelijke tuchtklacht worden de belangen van aangeklaagde onevenredig geschaad. Door deze klacht toch in te dienen maakt klager misbruik van recht. Klager wordt om die reden kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Zitting op maandag 15 juni 2026
Zaaknummer
C2025/3001
Partijen
Klager/apotheker
Gemachtigde van apotheker
Mevrouw mr. S. Dik
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een apotheker. Klager kreeg medicatie op basis van een door een arts voorgeschreven herhaalrecept. De apotheker werkt bij een online-apotheek. Op enig moment is het merk van een medicijn van dit herhaalrecept door de online-apotheek vervangen door een ander merk van dit medicijn. Klager is daarover niet vooraf geïnformeerd. Hij stelt bijwerkingen te hebben ondervonden van het andere merk medicijn. Voorts is volgens klager niet voldaan aan zijn verzoek om het medisch dossier te verstrekken.
RTG ’s-Hertogenbosch: verklaart de klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2940
Partijen
Klaagster/cardioloog
Gemachtigde van klaagster
Mevrouw mr. W. van Egmond
Gemachtigde van cardioloog
Mevrouw mr. D. Benamari
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een cardioloog. Klaagster klaagt namens haar moeder (hierna: de patiënte), die in behandeling bij de cardioloog is geweest. De cardioloog was vanaf maart 2024 betrokken bij de behandeling van de patiënte als superviserend cardioloog. Na een aantal gesprekken met patiënte en haar familie is eind maart 2024 aan patiënte en een andere dochter uitgelegd dat er geen medische mogelijkheden meer waren en dat besloten is dat een nieuwe opname niet zinvol was. Drie dagen later is patiënte ontslagen naar huis. Halverwege mei 2024 heeft het ziekenhuis aan patiënte medegedeeld dat zij niet word opgenomen. Eind mei 2024 is patiënte overleden. Klaagster verwijt de cardioloog dat hij patiënte niet heeft geïnformeerd over zijn beslissing om patiënte niet meer op te nemen. Hierdoor is zij halverwege mei 2024 niet in het ziekenhuis opgenomen.
RTG Amsterdam: verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk. Het college is van oordeel dat onvoldoende concrete aanknopingspunten zijn te vinden die aannemelijk maken dat klaagster de wil van patiënte vertegenwoordigt. Een schriftelijke wilsverklaring of volmacht ontbreekt en ook is onvoldoende gebleken dat patiënte de wens had om een klacht tegen de cardioloog in te dienen. Ook het medisch dossier geeft geen blijk van enige ontevredenheid van patiënte en de overige familieleden over de behandeling en bejegening door de cardioloog.
Zaaknummer
C2025/2981
Partijen
Klaagster (dezelfde als in zaak C2025/2940)/internist
Gemachtigde van klaagster
Mevrouw mr. W. van Egmond
Gemachtigde van internist
Mevrouw mr. D. Benamari
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klaagster klaagt namens haar moeder, mevrouw D (hierna: de patiënte), die in behandeling bij de internist-nefroloog is geweest. De internist-nefroloog was sinds 2017 betrokken bij de behandeling van de patiënte. Op 31 mei 2024 is de patiënte overleden. Klaagster verwijt de internist-nefroloog dat zij zonder medeweten van de patiënte na haar ontslag uit het ziekenhuis
afspraken heeft gemaakt over haar medische behandeling. Daarbij heeft zij onjuistheden genoteerd en geweigerd de patiënte door te verwijzen naar een andere internist-nefroloog.
RTG Amsterdam: verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk. Het college is van oordeel dat onvoldoende concrete aanknopingspunten zijn te vinden die aannemelijk maken dat klaagster de wil van patiënte vertegenwoordigt. Een schriftelijke wilsverklaring of volmacht ontbreekt en ook is onvoldoende gebleken dat patiënte de wens had om een klacht tegen de internist-nefroloog in te dienen. Ook het medisch dossier geeft geen blijk van enige ontevredenheid van patiënte en de overige familieleden over de behandeling en bejegening door de internist-nefroloog. Integendeel: uit de weergave van de behandeling door de internist-nefroloog blijkt dat er naar tevredenheid langdurig en betrokken contact is geweest tussen haar en (de familie van) de patiënte.
Zaaknummer
C2025/2904
Partijen
Klager/internist
Gemachtigde van internist
De heer mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een internist. De echtgenote van klager is in april 2022 opgenomen geweest op de afdeling Interne geneeskunde van een ziekenhuis. Daar is zij behandeld voor een longontsteking als gevolg van aspiratie en ondervoeding. Tijdens die opname is een neusmaagsonde geplaatst. Klager verwijt de internist (a) dat zij de patiënte en klager twee uur heeft laten wachten op een ontslaggesprek; (b) de patiënte en klager niet heeft geïnformeerd over het gebruik van de sonde en de daarmee samenhangende risico’s bij het gebruik, alsmede de voorgeschreven medicatie; en (c) in de zorgoverdracht en een brief aan de huisarts geen of onvoldoende instructie heeft gegeven over het gebruik van de voorgeschreven medicatie.
RTG Amsterdam: verklaart klachtonderdeel b gegrond, legt de internist de maatregel op van waarschuwing, verklaart de klacht voor het overige ongegrond en bepaalt dat deze beslissing nadat die onherroepelijk is geworden geanonimiseerd in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en er publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.
Zaaknummer
C2025/3091
Partijen
Klaagster/internist
Gemachtigde van internist
Mevrouw mr. M.E. van Kuijk-Wesdorp
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een internist. Klaagster is gedurende een periode van ruim een jaar vanwege een afwijkend bloedbeeld in behandeling geweest bij de internist. Zij heeft in het begin medicatie toegediend gekregen waarbij een voorschrijffout is gemaakt door de internist. Deze fout heeft de internist erkend. Het vinden van de oorzaak van het afwijkende bloedbeeld was complex en de internist heeft geen definitieve diagnose kunnen stellen. Klaagster vindt dat de internist gedurende de behandeling op een groot aantal punten onzorgvuldig heeft gehandeld.
RTG Amsterdam: verklaart klachtonderdeel b over fouten bij de dosering van medicatie deels gegrond; bepaalt dat geen maatregel wordt opgelegd; verklaart de klachten voor het overige ongegrond.
Zitting op woensdag 24 juni 2026
Zaaknummer
C2025/3017
Partijen
Klaagster/huisarts
Gemachtigde van huisarts
Mevrouw mr. S. Dik
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is met een crisismaatregel gedwongen opgenomen nadat de huisarts de crisisdienst had ingeschakeld. Klaagster verwijt de huisarts dat zij lichtvaardig aan de crisisdienst opdracht heeft gegeven om klaagster te laten opnemen, waarbij klaagster in strijd met de uitgangspunten van de Nationale Hoorservice niet haar zienswijze heeft kunnen geven.
RTG Amsterdam: de klacht is kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/3003
Partijen
Klager/huisarts
Gemachtigde van huisarts
De heer mr. T.A.M. van Oosterhout
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Klager verbleef van 2013 tot 2017 in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. Klager is eenmaal bij de arts, destijds huisarts, op consult geweest. Klager verwijt de arts dat hij adviseerde paracetamol te nemen voor de hoofdpijn. Hij had klager verder moeten onderzoeken. Bovendien had hij op de hoogte moeten zijn van de psychofarmaca die klager toegediend kreeg.
RTG Amsterdam: de klacht is kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/3004
Partijen
Klager (dezelfde als in zaak C2025/3003)/psychiater
Gemachtigde van psychiater
Mevrouw mr. L.F. Brakel
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een psychiater. Klager verbleef in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. De psychiater werkte in die periode voor een instelling die psychiatrische hulp verleende in het verpleeghuis. Volgens klager heeft de psychiater hem:
a) vanaf 2014 zonder zijn medeweten medicatie gegeven, als gevolg waarvan klager fysieke klachten kreeg;
b) nooit lichamelijk onderzocht;
c) hem tijdens een consult niet respectvol behandeld heeft.
RTG Amsterdam: de klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2026/3148
Partijen
Klaagster/psychiater
Gemachtigde van psychiater
De heer mr. T.A.M. van Oosterhout
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een psychiater. Klaagster is tweemaal door de psychiater gezien voor een second opinion in het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail.
RTG Zwolle: verklaart klachtonderdelen b) en c) gegrond; legt de psychiater de maatregel op van een waarschuwing; verklaart de klacht voor het overige ongegrond; bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact.
Zaaknummer
C2026/3145
Partijen
Klager/psychiater
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een psychiater. Klager wilde zijn rijbewijs verlengen. Gelet op zijn leeftijd van (destijds) 75 jaar diende eerst een medische keuring plaats te vinden. In opdracht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) verrichtte de psychiater medisch en psychiatrisch onderzoek naar de rijgeschiktheid van klager. In zijn rapportage overwoog de psychiater dat er aanwijzingen waren gevonden tot het stellen van de diagnose alcoholmisbruik. Om die reden adviseerde hij het CBR om klager ongeschikt te verklaren. Het rijbewijs van klager werd door het CBR vervolgens niet verlengd. Klager verwijt de psychiater dat hij onzorgvuldig en ondeskundig heeft gehandeld bij het verrichten van het onderzoek.
RTG ’s-Hertogenbosch: verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zittingen op maandag 6 juli 2026
Zaaknummer
C2025/3025
Partijen
Klaagster/bedrijfsarts
Gemachtigde van bedrijfsarts
De heer mr. P. Willems
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster werd in het kader van de verzuimbegeleiding begeleid door de bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat zij haar niet goed heeft begeleid door onder andere een foutieve inschatting van de klachten en het weigeren van een second-opinion.
RTG Amsterdam:
verklaart klachtonderdeel d over de second-opinion gegrond, bepaalt dat geen maatregel wordt opgelegd en verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2996
Partijen
Arts/klager
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts die werkzaam is bij een arbodienst waar hij onder supervisie van een BIG‑geregistreerde bedrijfsarts werkt. Blijkens het BIG-register is de inschrijving van de arts in 2024 geschorst voor de duur van drie maanden vanwege geen of onvoldoende zorgverlening. Gedurende de schorsing is klager tweemaal op het spreekuur geweest bij de arts. Klager verwijt de arts dat hij tijdens de aan hem opgelegde schorsing op twee data spreekuur heeft gehouden.
RTG ’s‑Hertogenbosch:
verklaart de klacht gegrond; legt de arts de maatregel op van doorhaling van de inschrijving in het register, dan wel ontzegt de arts, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het register, het recht om weer in dit register te worden ingeschreven; bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.
Zaaknummer
C2026/3203
Partijen
Bedrijfsarts/klager
Gemachtigde van klager
De heer mr. I. Mercanoglu
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts was betrokken bij de begeleiding van klager bij ziekte. Klager verwijt de bedrijfsarts onder meer het heimelijk opnemen van consulten en het weigeren van verstrekken van de opnames. Ook verwijt klager de bedrijfsarts medisch onzorgvuldig gehandeld te hebben.
RTG Zwolle:
verklaart de klachtonderdelen a, b en i gegrond en legt de bedrijfsarts de maatregel van een schorsing van de inschrijving in het BIG-register als bedrijfsarts op voor de duur van een jaar, maar bepaalt dat deze slechts ten uitvoer wordt gelegd indien de bedrijfsarts binnen een periode van twee jaren na het onherroepelijk worden van deze uitspraak opnieuw tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en voorts onder een aantal bijzondere voorwaarden. Klager wordt voor wat betreft de klachtonderdelen c tot en met h niet-ontvankelijk verklaard en de klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard.
Zaaknummer
C2026/3150
Partijen
Bedrijfsarts/klager
Gemachtigde van klager
Mevrouw mr. A. Willemsen
Gemachtigde van bedrijfsarts
De heer mr. L. Boor
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft regelmatig contacten gehad bij de bedrijfsarts. Op de achtergrond van meerdere van die consulten speelde een arbeidsconflict. Na één van de consulten heeft de bedrijfsarts informatie die klager hem verstrekte, verteld aan de casemanager, die deze vervolgens heeft doorgegeven aan de werkgever. Dat is daarna in een arbeidsgeschil tegen klager gebruikt.
RTG Amsterdam:
verklaart klachtonderdeel a. en b. gegrond, legt de bedrijfsarts de maatregel op van waarschuwing, verklaart de klacht voor het overige ongegrond, bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelden van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan tijdschriften Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Medisch Contact en Tijdschrift voor Bedrijfs-en Verzekeringsgeneeskunde.
Zittingen op woensdag 15 juli 2026
Zaaknummer
C2025/3051
Partijen
Klager/huisarts
Gemachtigde van huisarts
Mevrouw mr. M.H.M. Mook
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Klager had pijn- en zwellingsklachten bij zijn rechterscheenbeen, hij vermoedde dat dit kwam door een breuk in zijn scheenbeen. Hij wilde dat de huisarts hem naar een orthopeed zou verwijzen. Klager is ontevreden over de behandeling van zijn klachten door de huisarts en de beslissing om hem te verwijzen naar een fysiotherapeut in plaats van naar een orthopeed. Klager verwijt de huisarts onder meer dat hij de breuk in zijn scheenbeen, die later bij een MRI-scan is vastgesteld, niet heeft opgemerkt.
RTG Amsterdam:
verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/3103
Partijen
Klaagster/huisarts (destijds i.o.)
Gemachtigde van huisarts (destijds i.o.)
Mevrouw mr. A.W. Hielkema
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een (destijds) huisarts in opleiding. De dochter van klaagster was ziek. Ze klaagde over oorpijn en hoofdpijn. De huisarts heeft haar op het spreekuur gezien. De huisarts concludeerde tot een oorontsteking met koorts. Drie dagen later zag de huisarts haar weer op het spreekuur en na onderzoek en overleg met een kinderarts schreef verweerder antibiotica voor. Hij zag verder geen aanleiding om de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Op dezelfde dag heeft de huisarts klaagster nog gebeld waarna de huisarts nogmaals heeft overlegd met de kinderarts. Ook toen zag de huisarts geen aanleiding de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Diezelfde avond is zij via de HAP (huisartsenpost) en opnieuw overleg door de dienstdoende huisarts met een kinderarts alsnog naar het ziekenhuis verwezen en bleek dat sprake was van een hersenvliesontsteking.
Klaagster verwijt de huisarts dat:
a) hij onzorgvuldig heeft gehandeld door geen adequate actie te ondernemen in verband met de
klachten van de dochter van klaagster, uiteindelijk resulterend in de diagnose meningitis
(hersenvliesontsteking);
b) de kinderarts tot twee keer toe geen groen licht heeft gegeven voor insturen, omdat verweerder
niet met de juiste overtuiging en informatie het overleg heeft gevoerd.
RTG ’s-Hertogenbosch:
verklaart de klacht ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2991
Partijen
Klager/huisarts
Gemachtigde van huisarts
Mevrouw mr. C.J. van den Ham
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij hem naar een psychiater heeft verwezen zonder daarbij een concrete hulpvraag in de verwijsbrief te formuleren, dat hij in de jaren daarna verlengingen heeft afgegeven en dat hij niet heeft gereageerd of gehandeld op brieven van de psychiater. Daarnaast verwijt klager de huisarts meer in het algemeen een nalatigheid gedurende de 18-jarige psychiatrische behandeling van klager, door zich in deze periode niet op de hoogte te laten stellen van het verloop van de behandeling en deze te beoordelen.
Voorzitter RTG Amsterdam:
verklaart dat de klacht verjaard is voor wat betreft de gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden vóór 21 mei 2015. Voor de periode daarna is de klacht onvoldoende duidelijk. Klager is kennelijk niet‑ontvankelijk in de klacht.
Zaaknummer
C2025/3072
Partijen
Klager/arts (destijds huisarts)
Gemachtigde van arts (destijds huisarts)
Mevrouw mr. A.F. Maatje
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een arts. De moeder van klager was ongeneeslijk ziek. Volgens klager heeft de arts een blaasontsteking van zijn moeder niet herkend en niet behandeld waardoor zij sepsis heeft gekregen. Voor klager is ook onduidelijk waarom verweerster bepaalde medicatie heeft voorgeschreven. Tot slot verwijt klager de arts dat zij moeder niet heeft bezocht in het weekend voor haar overlijden.
RTG ’s-Hertogenbosch:
verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.
Zaaknummer
C2026/3152
Partijen
Klaagster/huisarts
Gemachtigde van klaagster
Mevrouw mr. S.S. van Gijn
Gemachtigde van huisarts
De heer mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. De huisarts is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij deze organisatie. Per 6 november 2023 heeft de huisarts de behandelingsovereenkomst tussen klaagster en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over de (opvolging van) zorg na het beëindigen van de behandelingsovereenkomst.
RTG Zwolle:
verklaart de klacht ongegrond en bepaalt dat deze beslissing geanonimiseerd in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan een aantal nader genoemde tijdschriften.
Zittingen op 27 juli 2026
Zaaknummer
C2025/3033
Partijen
Klager/psychiater
Gemachtigde van psychiater
Mevrouw mr. drs. E.E. Schmitt-Hoogeterp
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater als (eind)verantwoordelijk zorgverlener dat een aantal zorgverleners zijn huis is binnengedrongen zonder zijn toestemming, zonder contact vooraf en zonder aankondiging.
RTG Amsterdam:
verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/3151
Partijen
Klager/psychiater
Gemachtigde van psychiater
Mevrouw mr. S. Dik
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat hij in zijn rapportage ten onrechte heeft vermeld dat klager verschillende strafbare feiten zou hebben gepleegd. Klager stelt dat de psychiater is ingelicht door een andere psychiater en dat hij die inlichtingen onterecht heeft overgenomen in zijn rapportage.
Voorzitter RTG Amsterdam:
De klacht is kennelijk ongegrond.