De zittingen van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg worden zo'n drie weken van tevoren gepubliceerd in deze agenda.
De openbare zittingen van het CTG zijn in het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60, Den Haag. Wilt u als bezoeker een zitting bijwonen? Standaard is voor bezoekers een aantal plekken beschikbaar. Komt u met een groep? Meld de groep dan van tevoren aan. Dit doet u door een e-mail te sturen aan: CTG@minvws.nl.
Zitting op woensdag 11 maart 2026
Zaaknummer
C2025/2973
Partijen
Klager / huisarts
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een plekje laten verwijderen. Later bleek dat dit een dermatofibroom (goedaardige huidtumor) was. Klager verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en klager ten onrechte niet heeft verwezen naar een specialist.
RTG Amsterdam:
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2982
Partijen
Huisarts / klager
Gemachtigde van huisarts
Dhr. mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Klager nam telefonisch contact op met de huisarts vanwege pijnklachten en een bult op zijn schouder. De huisarts ging, naar later bleek ten onrechte, uit van een slijmbeursontsteking. Enkele weken later bleek dat klager een ontsteking aan zijn hartklep had.
Volgens klager heeft de huisarts onzorgvuldig gehandeld, omdat zij:
a) geen tijd had voor een fysiek consult;
b) niet goed luisterde naar de informatie die klager gaf;
c) hierdoor een verkeerde diagnose stelde en onjuiste behandeling voorschreef;
d) zonder toestemming van klager probeerde zijn medisch dossier terug te krijgen.
RTG Zwolle:
Verklaart klachtonderdelen a), b) en c) gegrond; legt de huisarts de maatregel op van een waarschuwing; verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan Medisch Contact en Tijdschrift voor Gezondheidsrecht.
Zaaknummer
C2025/2865
Partijen
Klaagster / huisarts
Gemachtigde van huisarts
Mw. mr. K. Zeylmaker
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is medio oktober 2014 door de huisarts gezien op de huisartsenpost. De huisarts heeft geconstateerd dat klaagster een bacteriële infectie in haar bovenste luchtwegen had en heeft na overleg met de dienstdoende internist een antibioticumkuur voorgeschreven. Vier dagen later bezocht klaagster vanwege aanhoudende koorts en nieuwe klachten de huisarts op de huisartsenpost nogmaals. Toen bleek haar toestandsbeeld ernstig verslechterd. De huisarts heeft klaagster ingestuurd naar de spoedeisende hulp (internist) voor verdere diagnostiek. Nadien heeft klaagster een aantal beroertes gehad als gevolg waarvan zij verlamd is geraakt en met afasie kampt. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat zij de ziektebeelden van klaagster bij het eerste bezoek aan de huisartsenpost niet serieus heeft willen nemen en geweigerd heeft om haar door te verwijzen naar de spoedeisende hulp van het ziekenhuis.
RTG Amsterdam:
De klacht is kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2827
Partijen
Klager (dezelfde klager in zaak C2025/2825, 2826) / arts maatschappij en gezondheid
Gemachtigde van arts maatschappij en gezondheid
Mevrouw mr. A.C. de Die
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Verzetzaak. Klacht tegen een arts. Klager verwijt de arts te hebben bijgedragen aan het opstellen van richtlijnen en regels die het (laten) verrichten van euthanasie onnodig hebben bemoeilijkt. Klager meent dat daarom de euthanasie, waar de echtgenote van klager om had verzocht, niet heeft plaatsgevonden. De echtgenote is niet door euthanasie, maar later door een natuurlijke oorzaak overleden. Klager heeft niet alleen een klacht ingediend, maar eist ook dat de organisatie waarvoor de arts werkzaam is, jaarlijks een bedrag overmaakt aan een andere organisatie die informatie verstrekt over het levenseinde.
Regionaal Tuchtcollege ’s-Hertogenbosch
verklaart klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af nu dit niet kan leiden tot een andere beslissing dan het Regionaal Tuchtcollege. Klaagster heeft tegen deze beslissing verzet ingesteld.
Zaaknummer
C2025/2825
Partijen
Klager (dezelfde klager in zaak C2025/2827, 2826) / KNO-arts (als SCEN-arts)
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een SCEN-arts. De echtgenote van klager was ernstig ziek en had gevraagd om euthanasie. Daarop heeft de huisarts van de patiënte het euthanasietraject ingezet. Onderdeel van dat traject is het inschakelen van een SCEN-arts. Klager verwijt de SCEN-arts dat hij te laat is gekomen en – in strijd met de wens van de patiënte – niet akkoord is gegaan met het uitvoeren van euthanasie.
RTG ’s‑Hertogenbosch:
Verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2826
Partijen
Klager (dezelfde klager in zaak C2025/2827 en 2825)/ huisarts
Gemachtigde van huisarts
mw. mr. H.B.M. Vrieling
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager was ernstig ziek en had gevraagd om euthanasie. Daarop heeft de huisarts het euthanasietraject ingezet. Klager verwijt de huisarts dat zij onvoldoende en warrig heeft gecommuniceerd over de gezondheidstoestand van de patiënte. Ook verwijt hij de huisarts dat zij onvoldoende bereikbaar en beschikbaar was, een onduidelijke verslaglegging heeft en geen euthanasie heeft uitgevoerd bij patiënte.
RTG ’s-Hertogenbosch:
Verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zitting maandag 16 maart 2026
Zaaknummer
C2025/3074
Partijen
Klaagster / tandarts
Gemachtigde van tandarts
Dhr. mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een tandarts. Klaagster is eind 2024 twee keer op consult geweest bij de tandarts. Over beide consulten is klaagster ontevreden. Zij stelt dat ze lang in de wachtkamer heeft moeten wachten, dat zij onvoldoende uitleg heeft gekregen over voedingssupplementen en dat de behandeling tijdens het tweede consult niet zorgvuldig is uitgevoerd. Ook heeft zij geen reactie ontvangen op de klacht die zij bij de tandartspraktijk heeft ingediend.
RTG Amsterdam:
verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2870
Partijen
Klagers / tandarts
Gemachtigde van tandarts
Mw. mr. M. Santema
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een tandarts. De zoon van klagers is van zijn fiets gevallen en is daarbij op zijn voortand gevallen. Klaagster is met haar zoon naar de huisartsenpost gegaan en daarna naar een tandartsspoedpraktijk. Bij de tandartsspoedpraktijk werd een röntgenfoto gemaakt. Op basis hiervan werd geadviseerd om de voortand te laten trekken door de eigen tandarts. De tandarts heeft de tand getrokken. Klagers verwijten de tandarts dat hij:
a) de behandeling ruw heeft uitgevoerd en de voortand voor het trekken onvoldoende heeft verdoofd waardoor de zoon onnodig pijn heeft geleden;
b) niet vooraf heeft besproken hoe hij de behandeling ging aanpakken;
c) klagers onheus heeft bejegend.
Regionaal Tuchtcollege Amsterdam:
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2819
Partijen
Klaagster / kaakchirurg
Gemachtigde van klager
Dhr. mr. H.J. Oosterhagen
Gemachtigde van kaakchirurg
Dhr. mr. A.L.J. Domevscek
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klaagster in juli 2020 een liplift uitgevoerd. Klaagster verwijt de kaakchirurg in de kern genomen dat zij het medisch dossier niet goed heeft bijgehouden, de lipliftoperatie onjuist heeft uitgevoerd en bij een daaropvolgende ingreep in september 2020 niet goed met klaagster heeft afgestemd en vervolgens is afgeweken van het afgesproken operatieplan.
RTG Amsterdam:
verklaart klachtonderdelen a en c deels gegrond, legt de kaakchirurg de maatregel van waarschuwing op, verklaart de klacht voor het overige ongegrond, veroordeelt de kaakchirurg in de kosten van klaagster en bepaalt dat deze beslissing geanonimiseerd in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt.
Zaaknummer
C2025/2924
Partijen
Tandarts / klaagster
Gemachtigde van tandarts
Dhr. mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een tandarts. Klaagster heeft in de praktijk van de tandarts een brug laten plaatsen. Klaagster is ontevreden over de brug en over een aantal randvoorwaarden die over de zorgverlening gaan. Klaagster verwijt de tandarts dat:
a) hij klaagster niet heeft ingelicht dat de brug niet zonder verdikking kon worden gemaakt;
b) hij klaagster haar dossier niet heeft willen overhandigen, c.q. haar het dossier niet heeft laten lezen en valse informatie in het dossier heeft opgenomen;
c) hij geen informatie over de mogelijkheid van het indienen van een klacht op zijn website heeft staan;
d) hij onverschillig was over het breken van de tijdelijke brug;
e) hij met andere tandartsen heeft gepraat zonder haar toestemming; en dat
f) zijn personeel klaagster slecht heeft bejegend.
RTG Amsterdam:
verklaart klachtonderdeel a) gegrond; legt de tandarts de maatregel op van waarschuwing;
verklaart de klacht voor het overige ongegrond; bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift NT/Dentz.
Zaaknummer
C2025/2866
Partijen
Tandarts / klaagster
Gemachtigde van klaagster
Mw. mr. I. Karimi
Gemachtigde van tandarts
Mw. mr. S. Dik
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft bij klaagster implantaten geplaatst. Klaagster verwijt de tandarts dat:
1. hij bij het plaatsen van het implantaat op de positie van element 2.5 tandheelkundig
onzorgvuldig heeft gehandeld:
- hij had een sinuslifting moeten verrichten alvorens hij het implantaat kon plaatsen;
- hij heeft het implantaat scheef geplaatst en heeft klaagster hierover niet geïnformeerd;
- hij heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de klachten van klaagster waardoor een aanzienlijk
delay is ontstaan in de behandeling van de tandheelkundige problemen;
2. hij bij het plaatsen van het tweede implantaat precies dezelfde fout heeft gemaakt: weer geen sinuslifting voorafgaand aan het plaatsen van het implantaat waardoor de kans op mislukking zeer groot was;
3. er sprake is van een gebrekkige dossiervoering;
4. hij geen klachtenregeling heeft/weigert de klacht van klaagster te behandelen als klacht;
5. hij de zaak frustreert door niet/niet volledig/heel laat te voldoen aan de informatieverzoeken
van de tandheelkundige adviseur van de rechtsbijstandsverzekeraar en de gemachtigde van klaagster;
6. hij gedurende het hele proces de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening heeft
overschreden.
RTG Den Bosch:
Verklaart de klachtonderdelen 1, 3, 4, 5 en 6 gegrond en legt de tandarts de maatregel op van berisping en bepaalt dat deze maatregel, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden, zal worden gepubliceerd in het BIG-register. De klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard, de tandarts is veroordeeld in de proceskosten van klaagster en de beslissing wordt, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het Nederlands Tandartsenblad.
Zitting op woensdag 25 maart 2026
Zaaknummer
C2025/3038
Partijen
Klaagster / huisarts
Gemachtigde van huisarts
Mw. mr. H.B.M. Vrieling
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht van dochter over de behandeling van haar inmiddels overleden moeder. De huisarts wordt verweten dat zij onvoldoende zorg heeft geleverd en niet adequaat heeft gehandeld in de fase van palliatieve zorg aan klaagsters moeder.
RTG Zwolle:
verklaart de klacht ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2994
Partijen
Klagers / huisarts
Gemachtigde van huisarts
Mw. mr. S.J. Muntinga
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Klagers zijn echtgenoten. Klaagster had eenmalig een dubbelconsult bij de huisarts als waarnemend huisarts. Klaagster uitte meerdere klachten en wilde worden doorverwezen naar een KNO-arts en naar een neuroloog. De huisarts verwees haar alleen naar een KNO-arts. Klaagster was daar boos over. Klagers verwijten de huisarts:
a. handelen in strijd met de zorgplicht;
b. ongeoorloofde beïnvloeding van een opvolgende zorgverlener;
c. schending van het beroepsgeheim;
d. schending van de privacy;
e. het plegen van smaad en laster;
f. ongeoorloofd systeemgebruik.
RTG ’s-Hertogenbosch:
verklaart klager niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen a, b en f; verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2891
Partijen
Arts / IGJ
Gemachtigde van klager
Mw. mr. Q.J.M.A. Amelink
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht van de IGJ tegen een arts die werkzaam is als arts voor gedetineerden en arrestanten. In het voorjaar van 2022 is de arts om consult gevraagd voor een arrestant op een politiebureau (hierna: de patiënt). De patiënt klaagde over hevige pijn in zijn bovenbeen die was ontstaan bij zijn arrestatie. De arts heeft hem pijnstilling in de vorm van methadon verstrekt. De IGJ verwijt de arts dat hij:
a) op onzorgvuldige wijze off-label methadon heeft verstrekt aan de patiënt;
b) geen zorg heeft gedragen voor een zorgvuldige en volledige dossiervorming van de zorg die hij aan de patiënt had verleend.
RTG Amsterdam:
verklaart de klacht gegrond en schorst de bevoegdheid van de arts om de aan de inschrijving in het register verbonden bevoegdheden uit te oefenen voor de duur van zes maanden;
beveelt dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij het college later anders mocht bepalen omdat de arts voor het einde van de proeftijd van twee jaren zich schuldig heeft gemaakt aan enig handelen of nalaten dat in strijd is met de goede zorg die hij als arts behoort te betrachten, of in strijd is met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt; en/of zich niet heeft gehouden aan een zestal geformuleerde bijzondere voorwaarden.