De zittingen van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg worden zo'n drie weken van tevoren gepubliceerd in deze agenda.
De openbare zittingen van het CTG zijn in het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60, Den Haag. Wilt u als bezoeker een zitting bijwonen? Standaard is voor bezoekers een aantal plekken beschikbaar. Komt u met een groep? Meld de groep dan van tevoren aan. Dit doet u door een e-mail te sturen aan: CTG@minvws.nl.
Zittingen op maandag 6 juli 2026
Zaaknummer
C2025/3025
Partijen
Klaagster/bedrijfsarts
Gemachtigde van bedrijfsarts
De heer mr. P. Willems
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster werd in het kader van de verzuimbegeleiding begeleid door de bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat zij haar niet goed heeft begeleid door onder andere een foutieve inschatting van de klachten en het weigeren van een second-opinion.
RTG Amsterdam:
verklaart klachtonderdeel d over de second-opinion gegrond, bepaalt dat geen maatregel wordt opgelegd en verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2996
Partijen
Arts/klager
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts die werkzaam is bij een arbodienst waar hij onder supervisie van een BIG‑geregistreerde bedrijfsarts werkt. Blijkens het BIG-register is de inschrijving van de arts in 2024 geschorst voor de duur van drie maanden vanwege geen of onvoldoende zorgverlening. Gedurende de schorsing is klager tweemaal op het spreekuur geweest bij de arts. Klager verwijt de arts dat hij tijdens de aan hem opgelegde schorsing op twee data spreekuur heeft gehouden.
RTG ’s‑Hertogenbosch:
verklaart de klacht gegrond; legt de arts de maatregel op van doorhaling van de inschrijving in het register, dan wel ontzegt de arts, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het register, het recht om weer in dit register te worden ingeschreven; bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.
Zaaknummer
C2026/3150
Partijen
Bedrijfsarts/klager
Gemachtigde van klager
Mevrouw mr. A. Willemsen
Gemachtigde van bedrijfsarts
De heer mr. L. Boor
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft regelmatig contacten gehad bij de bedrijfsarts. Op de achtergrond van meerdere van die consulten speelde een arbeidsconflict. Na één van de consulten heeft de bedrijfsarts informatie die klager hem verstrekte, verteld aan de casemanager, die deze vervolgens heeft doorgegeven aan de werkgever. Dat is daarna in een arbeidsgeschil tegen klager gebruikt.
RTG Amsterdam:
verklaart klachtonderdeel a. en b. gegrond, legt de bedrijfsarts de maatregel op van waarschuwing, verklaart de klacht voor het overige ongegrond, bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelden van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan tijdschriften Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Medisch Contact en Tijdschrift voor Bedrijfs-en Verzekeringsgeneeskunde.
Zaaknummer
C2026/3203
Partijen
Bedrijfsarts/klager
Gemachtigde van klager
De heer mr. I. Mercanoglu
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts was betrokken bij de begeleiding van klager bij ziekte. Klager verwijt de bedrijfsarts onder meer het heimelijk opnemen van consulten en het weigeren van verstrekken van de opnames. Ook verwijt klager de bedrijfsarts medisch onzorgvuldig gehandeld te hebben.
RTG Zwolle:
verklaart de klachtonderdelen a, b en i gegrond en legt de bedrijfsarts de maatregel van een schorsing van de inschrijving in het BIG-register als bedrijfsarts op voor de duur van een jaar, maar bepaalt dat deze slechts ten uitvoer wordt gelegd indien de bedrijfsarts binnen een periode van twee jaren na het onherroepelijk worden van deze uitspraak opnieuw tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en voorts onder een aantal bijzondere voorwaarden. Klager wordt voor wat betreft de klachtonderdelen c tot en met h niet-ontvankelijk verklaard en de klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard.
Zittingen op woensdag 15 juli 2026
Zaaknummer
C2025/3051
Partijen
Klager/huisarts
Gemachtigde van huisarts
Mevrouw mr. M.H.M. Mook
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Klager had pijn- en zwellingsklachten bij zijn rechterscheenbeen, hij vermoedde dat dit kwam door een breuk in zijn scheenbeen. Hij wilde dat de huisarts hem naar een orthopeed zou verwijzen. Klager is ontevreden over de behandeling van zijn klachten door de huisarts en de beslissing om hem te verwijzen naar een fysiotherapeut in plaats van naar een orthopeed. Klager verwijt de huisarts onder meer dat hij de breuk in zijn scheenbeen, die later bij een MRI-scan is vastgesteld, niet heeft opgemerkt.
RTG Amsterdam:
verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/3103
Partijen
Klaagster/huisarts (destijds i.o.)
Gemachtigde van huisarts (destijds i.o.)
Mevrouw mr. A.W. Hielkema
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een (destijds) huisarts in opleiding. De dochter van klaagster was ziek. Ze klaagde over oorpijn en hoofdpijn. De huisarts heeft haar op het spreekuur gezien. De huisarts concludeerde tot een oorontsteking met koorts. Drie dagen later zag de huisarts haar weer op het spreekuur en na onderzoek en overleg met een kinderarts schreef verweerder antibiotica voor. Hij zag verder geen aanleiding om de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Op dezelfde dag heeft de huisarts klaagster nog gebeld waarna de huisarts nogmaals heeft overlegd met de kinderarts. Ook toen zag de huisarts geen aanleiding de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Diezelfde avond is zij via de HAP (huisartsenpost) en opnieuw overleg door de dienstdoende huisarts met een kinderarts alsnog naar het ziekenhuis verwezen en bleek dat sprake was van een hersenvliesontsteking.
Klaagster verwijt de huisarts dat:
a) hij onzorgvuldig heeft gehandeld door geen adequate actie te ondernemen in verband met de
klachten van de dochter van klaagster, uiteindelijk resulterend in de diagnose meningitis
(hersenvliesontsteking);
b) de kinderarts tot twee keer toe geen groen licht heeft gegeven voor insturen, omdat verweerder
niet met de juiste overtuiging en informatie het overleg heeft gevoerd.
RTG ’s-Hertogenbosch:
verklaart de klacht ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2991
Partijen
Klager/huisarts
Gemachtigde van huisarts
Mevrouw mr. C.J. van den Ham
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij hem naar een psychiater heeft verwezen zonder daarbij een concrete hulpvraag in de verwijsbrief te formuleren, dat hij in de jaren daarna verlengingen heeft afgegeven en dat hij niet heeft gereageerd of gehandeld op brieven van de psychiater. Daarnaast verwijt klager de huisarts meer in het algemeen een nalatigheid gedurende de 18-jarige psychiatrische behandeling van klager, door zich in deze periode niet op de hoogte te laten stellen van het verloop van de behandeling en deze te beoordelen.
Voorzitter RTG Amsterdam:
verklaart dat de klacht verjaard is voor wat betreft de gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden vóór 21 mei 2015. Voor de periode daarna is de klacht onvoldoende duidelijk. Klager is kennelijk niet‑ontvankelijk in de klacht.
Zaaknummer
C2025/3072
Partijen
Klager/arts (destijds huisarts)
Gemachtigde van arts (destijds huisarts)
Mevrouw mr. A.F. Maatje
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een arts. De moeder van klager was ongeneeslijk ziek. Volgens klager heeft de arts een blaasontsteking van zijn moeder niet herkend en niet behandeld waardoor zij sepsis heeft gekregen. Voor klager is ook onduidelijk waarom verweerster bepaalde medicatie heeft voorgeschreven. Tot slot verwijt klager de arts dat zij moeder niet heeft bezocht in het weekend voor haar overlijden.
RTG ’s-Hertogenbosch:
verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.
Zaaknummer
C2026/3152
Partijen
Klaagster/huisarts
Gemachtigde van klaagster
Mevrouw mr. S.S. van Gijn
Gemachtigde van huisarts
De heer mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. De huisarts is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij deze organisatie. Per 6 november 2023 heeft de huisarts de behandelingsovereenkomst tussen klaagster en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over de (opvolging van) zorg na het beëindigen van de behandelingsovereenkomst.
RTG Zwolle:
verklaart de klacht ongegrond en bepaalt dat deze beslissing geanonimiseerd in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan een aantal nader genoemde tijdschriften.
Zittingen op maandag 10 augustus 2026
Zaaknummer
C2026/3143
Partijen
Klaagster/huisarts
Gemachtigde van huisarts
Mevrouw mr. J.M. Janson
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Het klaagschrift en de aanvulling daarop bestaan uit een groot aantal verwijten tegen de aangeklaagde huisarts en drie andere huisartsen van dezelfde praktijk tegen wie klaagster ook een klacht heeft ingediend
RTG Amsterdam: De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat onvoldoende duidelijk is geworden wat de klachten van klaagster precies zijn.
Zaaknummer
C2026/3144
Partijen
Klaagster/huisarts
Gemachtigde van huisarts
Mevrouw mr. A.C.I.J. Hiddinga
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Het klaagschrift en de aanvulling daarop bestaan uit een groot aantal verwijten tegen de aangeklaagde huisarts en drie andere huisartsen van dezelfde praktijk tegen wie klaagster ook een klacht heeft ingediend.
RTG Amsterdam: De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat onvoldoende duidelijk is geworden wat de klachten van klaagster precies zijn.
Zaaknummer
C2026/3122
Partijen
Klaagster/huisarts
Gemachtigde van huisarts
De heer mr. drs. M.C. Hoogendam
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. De huisarts schreef klaagster, die veel last had van hoofdpijn, tramadol voor. Een paar dagen later kwam klaagster in huis ten val. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat zij ten onrechte tramadol heeft voorgeschreven en dat zij onvoldoende is voorgelicht en gemonitord.
RTG Zwolle: verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/3102
Partijen
Klagers/arts
Gemachtigde van arts
De heer mr. C. Riemens
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen arts van het consultatiebureau. Klagers beklagen zich erover dat de arts nalatig is geweest bij de zorg voor hun overleden zoontje. Het zoontje is uiteindelijk gediagnostiseerd met twee aangeboren hartafwijkingen te hebben. Zij stellen dat tijdig en juist handelen van de arts geleid had tot een eerdere diagnose en een effectiever behandeltraject. Dit had de kansen op een betere uitkomst aanzienlijk kunnen vergroten.
RTG Zwolle: Het college verklaart de klacht ongegrond.
Zittingen op woensdag 19 augustus 2026
Zaaknummer
C2025/3083
Partijen
Klagers/Chirurg
Gemachtigde van chirurg
De heer mr. P. Dalhuisen
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een vaatchirurg. Klager kwam op de Spoedeisende Hulp in verband met pijn en een infectie in zijn linkervoet. Klager had reeds diverse medische klachten, en de wond herstelde onvoldoende. Uiteindelijk werd besloten tot een onderbeenamputatie. Klager verwijt de vaatchirurg, samengevat, dat hij ten onrechte zijn gehele onderbeen heeft geamputeerd, terwijl alleen zijn voet geamputeerd zou worden. Door deze amputatie is de stomp te kort voor een goede prothese.
RTG Zwolle: verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/3084
Partijen
Klagers/Chirurg
Gemachtigde van chirurg
De heer mr. P. Dalhuisen
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een chirurg. De chirurg was in december 2021/januari 2022 betrokken bij de zorg aan de in 2022 overleden echtgenote van klager. De klacht gaat onder meer over de vraag of de chirurg klager en zijn echtgenote al dan niet volledig en tijdig heeft geïnformeerd over mogelijke diagnoses (waaronder kanker) en of er – aan de chirurg te wijten – onnodige vertraging is opgetreden in het proces dat uiteindelijk leidde tot de diagnose galwegkanker.
RTG Zwolle: verklaart de klacht ongegrond.
Zaaknummer
C2026/3186
Partijen
Klaagster/(destijds) orthopedisch chirurg
Gemachtigde van orthopedisch chirurg
De heer mr. T.D.D. Loeffen
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klaagster heeft zich in 2014 in verband met knieklachten tot de orthopedisch chirurg gewend. Aanvankelijk werd een conservatieve behandeling ingezet. In januari 2015 is klaagster geopereerd in verband met een ontwrichting van de knieschijf en een bloeding in het kniegewricht. Klaagster herstelde goed, maar zij ontwikkelde later opnieuw klachten en pijn, die tot heden voortduren. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgenomen operatie, de operatie niet lege artis heeft verricht en in verband met zijn pensionering niet heeft gezorgd voor een zorgvuldige overdracht.
RTG ’s-Hertogenbosch: verklaart de klacht ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2849
Partijen
Klager/orthopedisch Chirurg
Gemachtigde van orthopedisch chirurg
Dhr. mr. V.C.A.A.V. Daniels
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klager verwijt de orthopedisch chirurg dat hij bij een knieoperatie zijn rechterbeen heeft rechtgezet zonder onderzoek te hebben gedaan naar de stand van zijn rechtervoet. Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat er geen sprake van is dat het been is rechtgezet. De klachten aan klagers rechtervoet zijn naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege niet te verklaren door de stand van het been na de knieoperatie. De orthopedisch chirurg heeft derhalve niet verwijtbaar gehandeld.
RTG Amsterdam: Klager is kennelijk niet-ontvankelijk voor wat betreft het klachtonderdeel over het ziekenhuis en de klacht is voor het overige kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2850
Partijen
Klager/orthopedisch Chirurg
Gemachtigde van orthopedisch chirurg
Dhr. mr. V.C.A.A.V. Daniels
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klager verwijt de orthopedisch chirurg onder meer dat hij tijdens een consult onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan en heeft gezegd dat een operatie aan klagers voet niet meer mogelijk was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat op het moment van onderzoek er geen operatie-indicatie was, zodat het besluit van de orthopedisch chirurg om geen CT-scan te maken en te volstaan met een hernieuwde röntgenfoto terecht is. Het Regionaal Tuchtcollege kan het advies om niet te opereren en door te gaan met de pijnbestrijding en proberen met steunzolen de situatie te optimaliseren goed volgen.
RTG Amsterdam: Klager is kennelijk niet-ontvankelijk voor wat betreft het klachtonderdeel tegen het ziekenhuis en de klacht is voor het overige in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zitting op maandag 24 augustus 2026
Zaaknummer
C2025/3093
Partijen
Klaagster/psychotherapeut
Gemachtigde van psychotherapeut
Mevrouw mr. drs. S. Slabbers
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een psychotherapeut. Klager en zijn zoon zijn bij de psychotherapeut in systeembehandeling gegaan vanwege hun verstoorde relatie. Klager is niet tevreden over die behandeling. De psychotherapeut gaf volgens hem te veel ruimte aan de zoon en was niet neutraal, waardoor hij – klager – de gesprekken als onveilig en her traumatiserend heeft ervaren. Daarbij miste hij een intakegesprek, behandelplan dossier en kwaliteitsstatuut.
RTG ’s-Hertogenbosch: verklaart de klachtonderdelen 2) en 5) gegrond; verklaart de klachtonderdelen 1), 3), 4) en 7) ongegrond; legt de psychotherapeut de maatregel op van waarschuwing.
Zaaknummer
C2026/3212
Partijen
Klaagster/psychotherapeut
Gemachtigde van psychotherapeut
De heer mr. E.J.C. de Jong
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster verwijt de psychotherapeut dat hij haar onheus en onprettig heeft bejegend en dat hij de behandeling voortijdig en onzorgvuldig heeft beëindigd zonder zorg te dragen voor een doorverwijzing en het continueren van de zorg en zonder de gelegenheid te bieden voor een bemiddelingsgesprek met de mogelijkheid tot herstel van de behandelrelatie.
RTG Amsterdam: verklaart de klacht ongegrond, bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.
Zaaknummer
C2026/3181
Partijen
Gz-psycholoog/klaagster
Gemachtigde van gz-psycholoog
Mevrouw mr. H.B.M. Vrieling
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster was in behandeling bij een therapeut. De gz-psycholoog was op dat moment de supervisor van deze therapeut. Nadat de therapeut vanwege ziekte uitviel, kwam klaagster in behandeling bij de gz-psycholoog.
Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat zij:
a) onvoldoende transparant was bij aanvang van de behandeling (mei 2023) over haar professionele relatie met de therapeut;
b) in december 2024 handelde zonder informed consent;
c) onzorgvuldig vertrouwelijke informatie heeft gedeeld met de therapeut;
d) de klacht onprofessioneel heeft afgehandeld, eenzijdig het contact heeft verbroken en zonder hoor en wederhoor structureel geen signalen heeft opgepakt, het dossier achteraf heeft gewijzigd en een gespreksverslag heeft verstuurd per onbeveiligde e-mail;
e) de vertrouwelijkheid heeft geschonden en onvoldoende professionele afstand heeft gehouden bij het collegiaal overleg op 15 november 2023.
RTG Zwolle: verklaart de klachtonderdelen b en c gegrond en de klachtonderdelen a en d deels gegrond; Legt de gz-psycholoog een berisping op; Verklaart de klacht voor het overige ongegrond.