De zittingen van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg worden zo'n drie weken van tevoren gepubliceerd in deze agenda.
De openbare zittingen van het CTG zijn in het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60, Den Haag. Wilt u als bezoeker een zitting bijwonen? Standaard is voor bezoekers een aantal plekken beschikbaar. Komt u met een groep? Meld de groep dan van tevoren aan. Dit doet u door een e-mail te sturen aan: CTG@minvws.nl.
Zittingen op maandag 2 november 2026
Zaaknummer
C2026/3121Partijen
Klager/kinderartsGemachtigde van klager
De heer mr. A.J. VanGemachtigde van kinderarts
Mr. H.J.C. SminkType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een kinderarts-neonatoloog. De dochter van klaagster is prematuur geboren en is een aantal maanden opgenomen geweest in het ziekenhuis waar de kinderarts-neonatoloog werkt. Na een korte overplaatsing naar een ander ziekenhuis is de dochter van klaagster teruggekomen in het eerste ziekenhuis en is geconstateerd dat zij geïnfecteerd was geraakt met de Serratia marcescens bacterie en dat zij een hersenvliesontsteking had. Na een aantal weken waarin sprake was van toenemend weefselverval in de hersenen is vervolgens in een multidisciplinair overleg geconcludeerd dat genezing niet meer mogelijk was en dat een palliatief beleid werd ingezet. Klaagster verwijt de kinderarts-neonatoloog dat hij, als afdelingshoofd, onvoldoende maatregelen heeft genomen om een infectie met de Serratia marcescens bacterie te voorkomen. Ook verwijt zij de kinderarts‑neonatoloog dat hij ten onrechte een palliatief beleid heeft ingezet.
RTG Amsterdam: de klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.Zaaknummer
C2025/2893Partijen
Klaagster/neuroloogGemachtigde van neuroloog
Mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een neuroloog. Klaagster is bekend met epilepsie en is geruime tijd onder behandeling bij de neuroloog. Omdat klaagster niet aanvalsvrij is heeft de neuroloog klaagster voor behandeling verwezen naar een derdelijns epilepsiecentrum. Klaagster verwijt de neuroloog dat zij heeft geweigerd om klaagster te behandelen en dat zij de lamotrigine-waarden van klaagster niet heeft gemeten.RTG ’s‑Hertogenbosch: verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/3071Partijen
Dezelfde Klaagster/dezelfde neuroloog als zaak 1Gemachtigde van neuroloog
Mr. M.F. Mooibroek
Type zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een neuroloog. Klaagster verwijt de neuroloog dat zij de privacy van klaagster heeft geschonden doordat zij de medische gegevens van klaagster aan een ander ziekenhuis heeft gestuurd bij de verwijzing naar dat ziekenhuis. Ook verwijt klaagster de neuroloog dat zij in de verwijsbrief naar het andere ziekenhuis bewust onjuistheden heeft opgenomen.RTG ’s-Hertogenbosch: verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/2945Partijen
Klager/tandartsGemachtigde van klager
Mr. L.H.E. DrentheGemachtigde van tandarts
Mr. J.P. Plasman
Type zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht van de ene tandarts tegen een andere tandarts. Klager en beklaagde zijn tandarts in dezelfde woonplaats. De verhoudingen tussen beide tandartsen zijn al jaren ernstig verstoord. Beide tandartsen hebben verscheidene (tucht)klachten tegen elkaar ingediend.
Voorzitter RTG Zwolle: bij afweging van de belangen van klager en aangeklaagde, komt de voorzitter tot het oordeel dat het belang van klager inmiddels niet meer opweegt tegen het belang van aangeklaagde om te worden beschermd tegen het steeds opnieuw indienen van klachten tegen hem. Met een dergelijke tuchtklacht worden de belangen van aangeklaagde onevenredig geschaad. Door deze klacht toch in te dienen maakt klager misbruik van recht. Klager wordt om die reden kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.Zaaknummer
C2026/3243Partijen
Klager/tandarts
Type zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft een kies van klager getrokken en deze verrichting gedeclareerd op basis van de declaratiecode H35 (moeizaam trekken tand of kies met behulp van chirurgie). Klager verwijt de tandarts dat 1) zij een onjuiste declaratie heeft ingediend bij de zorgverzekeraar en 2) er in zijn patiëntendossier dingen staan genoteerd die totaal niet waar zijn.
RTG Zwolle: De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zittingen op woensdag 11 november 2026
Zaaknummer
C2025/3092Partijen
Anesthesioloog/IGJGemachtigde van anesthesioloog
Mr. A.C. de DieType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht van de inspectie tegen een anesthesioloog. De anesthesioloog is strafrechtelijk veroordeeld voor een zedendelict in de privésfeer met een minderjarige. Daarvoor is hem een gevangenisstraf opgelegd. De inspectie verwijt de anesthesioloog - kort gezegd – dat hij in strijd heeft gehandeld met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt door seksueel misbruik te maken van een minderjarige en door het vervaardigen van kinderporno. Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat het handelen niet verenigbaar is met de zorgplicht die de anesthesioloog als zorgprofessional heeft. Het begaan van een zedenmisdrijf raakt het beroep van de anesthesioloog in de kern. Er is sprake van ernstig grensoverschrijdend gedrag gedurende een langere periode en bij het RTG ontbreekt de overtuiging dat de anesthesioloog een zodanig inzicht heeft in zijn handelen dat hij tijdig kan (laten) ingrijpen wanneer zich problemen zouden kunnen voordoen.
RTG ’s-Hertogenbosch: verklaart de klacht gegrond, bepaalt dat de inschrijving van de anesthesioloog in het BIG-register wordt doorgehaald dan wel wordt ontzegt, bepaalt dat de anesthesioloog geen werkzaamheden mag verrichten in de zorg die zien op de verzorging van patiënten. Zorgverlening betreft zorg in de ruimste zin van het woord.Zaaknummer
C2026/3146Partijen
Klager/specialist-ouderengeneeskundeGemachtigde van klager
Mr. R. KayaGemachtigde van specialist-ouderengeneeskunde
Mr. E.J.C. de JongType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De specialist ouderengeneeskunde heeft een melding van het vermoeden van ouderenmishandeling bij Veilig Thuis gedaan betreffende een patiënte van de huisartsenpraktijk waaraan zij als zelfstandige verbonden is. Patiënte woont bij haar zoon, klager in deze procedure. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat zij heeft nagelaten zorgvuldig onderzoek te doen en zware conclusies heeft getrokken zonder de in het zorgplan betrokken zorgfunctionarissen te raadplegen. Ook verwijt hij de specialist ouderengeneeskunde dat zij valse verklaringen heeft afgelegd bij Veilig Thuis en via valse beschuldigingen indirect heeft meegewerkt om een rechterlijke maatregel ten aanzien van patiënte te bewerkstelligen.
RTG ’s-Hertogenbosch: verklaart de klacht deels gegrond, bepaalt dat geen maatregel wordt opgelegd, en bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, geanonimiseerd in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.Zaaknummer
C2025/2811Partijen
Klaagster/ specialist-ouderengeneeskundeGemachtigde van specialist-ouderengeneeskunde
Mr. N.E. van UitertType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De klacht heeft betrekking op de behandeling van klaagsters moeder (hierna: patiënte), die inmiddels is overleden. Klaagster maakt de specialist ouderengeneeskunde meerdere verwijten over de behandeling van patiënte. Daarnaast klaagt zij erover dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de zorg aan patiënte en onheus is bejegend.
Voorzitter RTG Zwolle: de voorzitter is van oordeel dat in dit geval sprake is van bijzondere omstandigheden die ertoe leiden dat het uitgangspunt dat klaagster met de klachten de wil van patiënte vertegenwoordigt niet geldt. Dit betekent dat klaagster in de klachtonderdelen die betrekking hebben op de behandeling van patiënte niet-ontvankelijk is. De overige klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
Zittingen op maandag 16 november 2026
Zaaknummer
C2026/3275Partijen
Klager/psychiaterGemachtigde van klager
Mr. E.A.E.G.J. LibosanGemachtigde van psychiater
Mr. D. Schut-WolfsType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een psychiater. De dochter van klagers is in de zomer van 2024 overleden door suïcide. Klagers klagen over de zorg die de psychiater aan hun dochter heeft verleend. Zij verwijten hem dat hij aan de rechtbank heeft geadviseerd een verzoek tot gedwongen opname af te wijzen en heeft nagelaten haar medicijnen te verstrekken bij haar ontslag op de afdeling. Voorts klagen zij erover dat hij heeft geweigerd haar medisch dossier aan klagers af te staan en dat hij het overlijden van de dochter niet als calamiteit bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft gemeld.
RTG ’s-Hertogenbosch: verklaart de klacht ongegrond.Zaaknummer
C2026/3227Partijen
Psychiater/herziening (klager)Gemachtigde van klager
Mr. B.L.M. FicqGemachtigde van psychiater
Mr. M.F. MooibroekType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Verzoek tot herziening van de beslissing in de zaak C2024/2515 waarin op 23 mei 2025 uitspraak is gedaan. De psychiater is hierbij een berisping opgelegd.Zaaknummer
C2026/3226Partijen
Gz-psycholoog/herziening (klaagster)Gemachtigde van klaagster
Mr. B.L.M. FicqGemachtigde van gz-psycholoog
Mr. M.F. MooibroekType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Verzoek tot herziening van de beslissing in de zaak C2024/2514 waarin op 23 mei 2025 uitspraak is gedaan. De GZ-psycholoog is hierbij een berisping opgelegd.Zaaknummer
C2025/3061Partijen
Klager/gz-psycholoogGemachtigde van gz-psycholoog
Mr. E.J.C. De JongType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager heeft een intakegesprek gehad bij de gz-psycholoog en is van mening dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld en ten onrechte heeft aangegeven dat de ervaringen van klager heel normaal zouden zijn na het doorgemaakte trauma. Ook zou zij volgens klager ten onrechte tot de conclusie zijn gekomen dat klager geen traumabehandeling behoeft en onvoldoende sessies hebben gehouden om tot een juiste diagnose te kunnen komen.
RTG ’s‑Hertogenbosch: verklaart de klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
Zittingen op woensdag 25 november 2026
Zaaknummer
C2026/3201Partijen
Klager/oogartsGemachtigde van oogarts
Mr. A.M. VermaasType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een oogarts. Klager had een oogaandoening en was voor staar behandeld in het buitenland. Er was sprake van forse nastaar. De oogarts heeft een YAG-laserbehandeling bij klager uitgevoerd om (beter) zicht te krijgen op het netvlies. Klager stelt dat hij hiervoor geen toestemming heeft gegeven, dat er geen tolk bij de ingreep was en dat hij blind is geworden door de ingreep.
RTG ’s-Hertogenbosch: verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.Zaaknummer
C2026/3192Partijen
Klaagster/arts (aios MDL)Gemachtigde van arts (aios MDL)
Mr. S.J. MuntingaType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een arts in opleiding tot MDL-arts. De moeder van klaagster (patiënte) is na een ERCP-procedure overleden aan de gevolgen van een pancreatitis. Klaagster verwijt de arts – kort gezegd – dat de indicatiestelling voor de ERCP onzorgvuldig was en dat de arts patiënte onvoldoende heeft geïnformeerd.
RTG Zwolle: verklaart de klacht kennelijk ongegrond.Zaaknummer
C2025/3193Partijen
Dezelfde klaagster/MDL-artsGemachtigde van MDL-arts
Mr. S.J. MuntingaType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een MDL-arts. De moeder van klaagster (patiënte) is na een ERCP-procedure overleden aan de gevolgen van een pancreatitis. Klaagster verwijt de MDL-arts – onder meer – dat hij niet heeft afgezien van de ERCP-procedure, dat hij is afgeweken van de toepasselijke (Europese) richtlijnen, dat de verslaglegging onvoldoende en tegenstrijdig was en dat de nazorg onvoldoende was.
RTG Zwolle: verklaart de klacht kennelijk ongegrond.Zaaknummer
C2026/3194Partijen
Dezelfde klaagster/MDL-artsGemachtigde van MDL-arts
Mr. A.C.I.J. HiddingaType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een MDL-arts. De moeder van klaagster (patiënte) is na een ERCP-procedure overleden aan de gevolgen van een pancreatitis. De MDL-arts heeft op verzoek van de collega die de procedure uitvoerde meegekeken en samen met hem besloten de procedure af te breken. Klaagster verwijt de MDL-arts – kort gezegd – dat hij ook verslag had moeten doen van zijn bevindingen tijdens de niet-succesvolle procedure.
RTG Zwolle: verklaart de klacht kennelijk ongegrond.Zaaknummer
C2026/3195Partijen
Dezelfde klaagster/artsGemachtigde van arts
Mr. E.E. RippenType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een arts. De moeder van klaagster (patiënte) is na een ERCP-procedure overleden aan de gevolgen van een pancreatitis. De arts heeft patiënte als dienstdoend arts-assistent in de avond volgend op de procedure beoordeeld op de verpleegafdeling. Hij concludeerde na onderzoek dat er sprake was van een acute alvleesklierontsteking. Klaagster verwijt de arts dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld, door summier verslag te doen en geen overleg te voeren met de achterwacht.
RTG Zwolle: verklaart de klacht kennelijk ongegrond.Zaaknummer
C2026/3196Partijen
Dezelfde klaagster/artsGemachtigde van arts
Mr. E.E. RippenType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een arts. De moeder van klaagster (patiënte) is na een ERCP-procedure overleden aan de gevolgen van een pancreatitis. De arts is bij de behandeling van patiënte op de IC betrokken geweest, heeft na het overlijden van patiënte de lijkschouwing gedaan en een verklaring van natuurlijk overlijden afgegeven. Klaagster verwijt de arts dat zij onzorgvuldig onderzoek naar de doodsoorzaak van patiënte heeft gedaan, dat zij ten onrechte een verklaring van natuurlijke dood heeft afgegeven en dat zij niet bevoegd was de lijkschouwing te verrichten. RTG Zwolle: verklaart de klacht kennelijk ongegrond.Zaaknummer
C2026/3197Partijen
Dezelfde klaagster/anesthesioloog-intersivistGemachtigde van anesthesioloog-intersivist
Mr. E.E. RippenType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een arts. De moeder van klaagster (patiënte) is na een ERCP-procedure overleden aan de gevolgen van een pancreatitis. De arts is bij de behandeling van patiënte op de IC betrokken geweest, heeft na het overlijden van patiënte de lijkschouwing gedaan en een verklaring van natuurlijk overlijden afgegeven. Klaagster verwijt de arts dat zij onzorgvuldig onderzoek naar de doodsoorzaak van patiënte heeft gedaan, dat zij ten onrechte een verklaring van natuurlijke dood heeft afgegeven en dat zij niet bevoegd was de lijkschouwing te verrichten. RTG Zwolle: verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Zittingen op woensdag 2 december 2026
Zaaknummer
C2026/3112Partijen
Kaakchirurg/klagerGemachtigde van kaakchirurg
Mr. A.L.J. DomevscekType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klager een feminiserende gelaatsoperatie uitgevoerd. Klager was op dat moment in transitie van man naar vrouw. Inmiddels is deze transitie weer ongedaan gemaakt. Klager verwijt de kaakchirurg:
a) de wensen van klager heeft genegeerd dan wel onvoldoende met deze wensen rekening heeft gehouden;
b) de operatie op een andere wijze heeft uitgevoerd dan wat van tevoren met klager is besproken en waarvoor klager toestemming heeft gegeven;
c) onjuiste en/of onvoldoende informatie heeft verstrekt over de risico’s op complicaties;
d) de neus van klager overmatig heeft gereduceerd, waardoor ademhalingsproblemen zijn ontstaan, dan wel deze ingreep niet volgens de medisch professionele standaard heeft uitgevoerd;
e) de mate van reductie/verandering en de mogelijkheden die hiervoor bestaan ten onrechte niet met klager heeft besproken.
Het RTG komt tot het oordeel dat de klacht deels gegrond is daar waar het gaat om de op de kaakchirurg rustende (verzwaarde) informatieplicht en het verkrijgen van toestemming (‘informed consent’).RTG Amsterdam: verklaart klachtonderdelen a, b, c en e deels gegrond; legt de kaakchirurg de maatregel op van waarschuwing; verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
Bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Medisch Contact en NT/Dentz (van de KNMT).Zaaknummer
C2026/3325Partijen
Orthodontist/klagerGemachtigde van orthodontist
Mr. O. PlantenGemachtigde van klager
Mr. A.C.H. Jansen
Type zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een orthodontist. Klager was werkzaam als orthodontist. Hij heeft zijn praktijk in 2020 overgedragen. De beklaagde orthodontist is werkzaam in dezelfde regio als klager. In de periode 2020 tot en 2021 hebben zich meerdere (voormalige) patiënten van klager tot de orthodontist gewend en heeft de orthodontist de behandeling van deze patiënten overgenomen. Een deel van deze patiënten heeft een tuchtklacht tegen klager ingediend. Klager verwijt de orthodontist – samengevat – dat hij zich onnodig negatief over klager heeft uitgelaten tegenover (de ouders van) deze patiënten, (de ouders van) patiënten heeft aangezet tuchtklachten in te dienen en zonder overleg met hem na het geven van een second opinion de behandeling heeft overgenomen.
RTG ’s‑Hertogenbosch: verklaart de klachten deels gegrond, legt de orthodontist een berisping op en veroordeelt de orthodontist in de proceskosten van klager.Zaaknummer
C2026/3344Partijen
Klager/psychotherapeutGemachtigde van psychotherapeut
Mr. P.H.N. Keuning
Type zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een psychotherapeut. De klacht gaat over de betrokkenheid van de psychotherapeut bij de familie van klager.Voorzitter RTG Amsterdam: Uit de door klager overlegde mailwisseling tussen hem en de psychotherapeut blijkt dat klager de psychotherapeut een groot aantal vragen voorlegt waarin hij opheldering vraagt over de grenzen tussen diens rol als vriend en als professional, maar klager noemt daarin geen feitelijke handelingen die zouden duiden op tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag. Ook overigens blijkt naar het oordeel van de voorzitter niet dat er sprake is van handelen dat in strijd is met wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar hoort te doen. De klacht is kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2025/3085Partijen
Klagers/psycholoogGemachtigde van klagers
Mr. I.P.C. SindramGemachtigde van psycholoog
Mr. Y.R. Koorevaar
Type zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog was als regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klaagster, die psychische klachten ontwikkelde na de geboorte van de zoon van klagers. Hierbij is onder meer gesproken over de spanningen tussen klagers. Uiteindelijk is de behandeling op verzoek van klaagster gestopt. Vlak na de beëindiging van de behandeling heeft de gz-psycholoog een melding gemaakt bij Veilig Thuis in verband met zorgen over de veiligheid van de zoon. Klagers maken de gz-psycholoog diverse verwijten over de melding bij Veilig Thuis.RTG Zwolle: verklaart klachtonderdeel 2 deels gegrond, bepaalt dat geen maatregel wordt opgelegd, verklaart de klacht voor het overige ongegrond, bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekend gemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie, Medisch Contact en Tijdschrift de Psycholoog.
Zaaknummer
C2026/3222 (verzet)Partijen
Klager/gz-psycholoogGemachtigde van gz-psycholoog
Mr. V.C.A.A.V. Daniels
Type zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Verzetzaak. Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is ten behoeve van een Pro Justitia-onderzoek in 2014 en 2015 opgenomen geweest in een psychiatrisch observatiecentrum. De gz-psycholoog heeft in dat kader een rapport over hem opgesteld. Volgens klager heeft de gz-psycholoog zonder zijn toestemming en medeweten, toestemming gegeven aan de directeur van dit onderzoekscentrum om de betreffende rapportage te verstrekken in een in 2018 dienende klachtprocedure bij het Regionaal Tuchtcollege. Daarnaast zou de gz-psycholoog in 2025 privacygevoelige medische gegevens betreffende klager onbeveiligd aan klager hebben verzonden. Het Regionaal Tuchtcollege ’s-Hertogenbosch heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klager af nu dit niet kan leiden tot een andere beslissing dan het Regionaal Tuchtcollege. Klager heeft tegen deze beslissing verzet ingesteld.
RTG ’s-Hertogenbosch: verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.Zaaknummer
C2026/3274 (verzet)Partijen
Klager/N.N.Type zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Verzetzaak. Klager klaagt over een psychiater of gz‑psycholoog die feedback gaf op het pro Justitia rapport dat over klager is opgesteld. Instelling heeft geweigerd om de naam van de zorgverlener te verstrekken. Nu zowel klager – op wie de verantwoordelijkheid rust om de naam van de beklaagde te verstrekken, als de secretaris – die zich als vooronderzoeker voldoende heeft ingespannen om die naam te achterhalen, de identiteit van de beklaagde niet heeft kunnen vaststellen, is klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Klager kan tegen deze beslissing beroep instellen. Als hij dat niet doet, wordt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd gewezen op haar mogelijkheid om beroep in te stellen. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klager af nu dit niet kan leiden tot een andere beslissing dan het Regionaal Tuchtcollege. Klager heeft tegen deze beslissing verzet ingesteld.
Zittingen op maandag 7 december 2026
Zaaknummer
C2026/3173Partijen
Klagers/huisartsGemachtigde van huisarts
Mr. A.W. HielkemaType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Klagers zijn patiënt in de huisartsenpraktijk van de huisarts. Zij zijn ontevreden over een aantal zaken. Volgens klagers heeft de huisarts bij klaagster onvoldoende onderzoek verricht en een incompetente dan wel verkeerde diagnose gesteld. Daarnaast is volgens klagers sprake van ongeoorloofde beïnvloeding van een opvolgend zorgverlener. Ook heeft de huisarts zich volgens hen schuldig gemaakt aan het plegen van smaad en laster. Verder heeft de huisarts volgens klagers de gelegenheid gegeven tot misbruik van het elektronisch systeem en heeft zij onvoldoende geïnstrueerd tegen en onvoldoende gewaakt voor misbruik van UZI-passen. Ook heeft de huisarts volgens klagers ten onrechte geweigerd om verzoeken tot selectieve vernietiging van het dossier van klaagster te honoreren. Ten slotte is volgens klager sprake van onzorgvuldige en onrechtmatige gegevensverwerking.RTG ’s-Hertogenbosch: verklaart klager niet-ontvankelijk in klachtonderdelen a,b,d,e en f, verklaart klachtonderdeel e gegrond, verklaart klachtonderdeel f deels gegrond, legt de huisarts een waarschuwing op, verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
Zaaknummer
C2026/3230Partijen
Klagers/huisartsGemachtigde van huisarts
Mr. A.W. HielkemaType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Klagers hebben zich tot (de praktijk van) de huisarts gewend in verband met toegenomen gedragsproblemen bij hun minderjarige zoon en met het verzoek om herhaling van een in het buitenland aan hun zoon voorgeschreven antipsychoticum. Klagers maken de huisarts uiteenlopende verwijten over onder meer de wijze waarop zij heeft gehandeld naar aanleiding van de hulpvraag voor hun zoon, haar dossiervoering, communicatie, klachtafhandeling en een door haar gedane melding bij Veilig Thuis.RTG Zwolle: De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond
Zaaknummer
C2026/3111Partijen
Bedrijfsarts/klagerGemachtigde van bedrijfsarts
Mr. E.J.C. de JongType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klager is na een ziekmelding door zijn werkgever naar de bedrijfsarts gestuurd. Na enkele contacten met de bedrijfsarts heeft klager om een second opinion gevraagd. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij niet bevoegd was als bedrijfsarts te handelen en dat hij op meerdere punten onzorgvuldig heeft gehandeld.
RTG ’s-Hertogenbosch: verklaart klachtonderdeel c), e) en f) gegrond, legt de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing op verklaart de klacht voor het overige ongegrond, bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Medisch Contact en het Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde.
Zaaknummer
C2025/3012Partijen
Klaagster/bedrijfsartsGemachtigde van bedrijfsarts
Mr. J.M. de VriesType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft op verzoek van de werkgever van klaagster na het derde ziektejaar van klaagster een verklaring 26e week ontslagtoets afgegeven, waarin zij heeft geconcludeerd dat niet te verwachten is dat klaagster binnen een periode van 26 weken weer geschikt wordt voor de bedongen arbeid, al dan niet in aangepaste vorm. Volgens klaagster is sprake van een onjuiste verklaring die is opgesteld zonder dat de bedrijfsarts hier tevoren met klaagster over heeft gesproken of haar heeft onderzocht.RTG Amsterdam: De klacht is in al haar onderdelen ongegrond.
Zaaknummer
C2026/3154Partijen
Klaagster/artsGemachtigde van klager
Mr. M. GoedhartGemachtigde van arts
Mr. P. WillemsType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een arts. Klaagster heeft een consult gehad bij de arts vanwege een beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid. Klaagster verwijt de arts onder meer dat zij in strijd met de waarheid heeft gerapporteerd en verzuimd heeft om klaagster te informeren dat zij zich ook kon wenden tot haar supervisor.RTG Amsterdam: verklaart alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond
Zittingen op donderdag 10 december 2026
Zaaknummer
C2026/3258Partijen
Plastisch chirurg/herzieningGemachtigde van plastische chirurg
Mr. J.M. de VriesType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Verzoek tot herziening van de beslissing in de zaak C2025/2848 waarin op 16 maart 2026 uitspraak is gedaan. De plastisch chirurg is hierbij een berisping opgelegd.Zaaknummer
C2025/2979Partijen
Klaagster/plastisch chirurgGemachtigde van klaagster
Mr. J.H. WeermeijerGemachtigde van plastisch chirurg
Mr. M.F. MooibroekType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij een onjuiste operatie heeft uitgevoerd of de operatie niet zorgvuldig heeft uitgevoerd. Ook wordt geklaagd over de nazorg van de plastisch chirurg aan klaagster. Klaagster heeft dezelfde klacht geformuleerd richting het ziekenhuis waar de plastisch chirurg werkzaam is.RTG Zwolle: verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht, voor zover gericht tegen het ziekenhuis, verklaart de klacht, voor zover klaagster daarin ontvankelijk is, in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zittingen op woensdag 16 december 2026
Zaaknummer
C2026/3331Partijen
Klager/ verpleegkundigeType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
De verpleegkundige heeft de moeder van klager, die in een zorgcentrum verbleef, op basis van een overeenkomst, kort gezegd, gezelschap gehouden en activiteiten met haar ondernomen, zoals museumbezoek. Klager stelt, kort samengevat, dat de verpleegkundige ten onrechte weigert aan hem verantwoording af te leggen over zijn precieze rol en zijn declaraties, terwijl hij over een periode van tien maanden via de bewindvoerder van de moeder van klager een bedrag van 6.146,57 heeft ontvangen.Voorzitter RTG Zwolle: klager is kennelijk niet-ontvankelijk omdat klager niet als rechtstreeks belanghebbende in de zin van de Wet BIG kan worden aangemerkt.
Zaaknummer
C2026/3174Partijen
Klager/verpleegkundigeGemachtigde van verpleegkundige
Mr. drs. E.E. RippenGemachtigde van klager
Mr. B.W.M. ToemenType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een verpleegkundige. Klager is een vluchteling die asiel heeft aangevraagd in Nederland. In mei 2024 zou hij met een burgervliegtuig vanaf Schiphol worden uitgezet onder begeleiding van medewerkers van de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar). De verpleegkundige was als medische escort bij de uitzetting aanwezig. De piloot van het vliegtuig heeft twee keer het taxiën naar de startbaan onderbroken, de eerste keer om demonstranten tegen de uitzetting van boord te laten halen, de tweede keer vanwege de medische situatie van klager. Klager is vervolgens naar het ziekenhuis vervoerd en niet uitgezet. Klager verwijt de verpleegkundige:
a) hij te laat heeft ingegrepen terwijl klagers gezondheid onder toezicht van de verpleegkundige in gevaar werd gebracht;
b) hij actief heeft meegewerkt aan de uitvoering van de uitzetting;
c) hij niet gekwalificeerd was om de uitzetting te begeleiden;
d) hij ten onrechte heeft gezegd dat hij arts was (titelmisbruik);
e) zijn handelen ernstige gevolgen heeft gehad voor de mentale gezondheid van klager; en
f) hij de beroepsgroep een slechte naam heeft bezorgd.
RTG Amsterdam:- verklaart klager niet-ontvankelijk voor wat betreft klachtonderdeel d;- verklaart klachtonderdeel a gedeeltelijk gegrond;- bepaalt dat geen maatregel wordt opgelegd;- verklaart de klacht voor het overige ongegrond.Zaaknummer
C2026/3277Partijen
Klager/huisartsGemachtigde van huisarts
Mr. V.C.A.A.V. DanielsType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een huisarts. Klager ontving via de huisartsenpraktijk van verweerder zijn hiv-medicatie. Het ziekenhuis was verantwoordelijk voor de medische controles en behandeling van de hiv-infectie. Toen uit de informatie van de behandelend specialist bleek dat klager zich aan de ziekenhuiscontroles onttrok, besloot de huisarts de medicatie niet langer voor te schrijven en verwees klager naar de specialist voor controle en hiv-medicatie. Klager verwijt de huisarts dat hij ten onrechte en zonder melding na 18 jaar opeens de vervolgmedicatie van de internist weigerde te verstrekken. Ook weigerde de huisarts volgens klager noodmedicatie te verstrekken.RTG Zwolle: De klacht is kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2026/3169Partijen
Klagers/huisartsGemachtigde van arts
Mr. H.B.M. VrielingType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klacht tegen een arts. De moeder van klaagster (patiënte) is na een ERCP-procedure overleden aan de gevolgen van een pancreatitis. De arts heeft patiënte als dienstdoend arts-assistent in de avond volgend op de procedure beoordeeld op de verpleegafdeling. Hij concludeerde na onderzoek dat er sprake was van een acute alvleesklierontsteking. Klaagster verwijt de arts dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld, door summier verslag te doen en geen overleg te voeren met de achterwacht.RTG Zwolle: verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2026/3198Partijen
Klager/huisartsGemachtigde van huisarts
Mr. E.J. WervelmanGemachtigde van klager
Mr. S. OostingType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klager is door twee huisartsen, verweerder en verweerster in de zaak C2026/3199, gezien en beoordeeld in verband met keelpijn en pijn bij het slikken. Enkele dagen later is in het ziekenhuis de diagnose fasciitis necroticans gesteld en heeft klager zeer intensieve maar ook mutilerende behandelingen ondergaan die hem uiteindelijk hebben gered maar met zeer ernstig en blijvend letsel tot gevolg. Klager maakt de huisarts diverse verwijten verwoord in 9 klachtonderdelen (a t/m i). Klager verwijt de huisarts onder meer dat hij hem niet goed zou hebben onderzocht, hem ten onrechte geen antibioticum heeft voorgeschreven, hem ten onrechte prednison en diclofenac heeft voorgeschreven zonder maagbeschermer en dat hij het voorgaande heeft gedaan zonder informed consent.RTG Amsterdam: verklaart alle klachtonderdelen ongegrond en wijst het verzoek van klager om een kostenveroordeling af.
Zaaknummer
C2026/3199Partijen
Klager (dezelfde als in zaak C2026/3198)/huisartsGemachtigde van huisarts
Mr. E.J. WervelmanGemachtigde van klager
Mr. S. OostingType zitting
Openbare zittingAard van de zaak
Klager is door twee huisartsen, verweerster en verweerder in de zaak C2026/3198, gezien en beoordeeld in verband met keelpijn en pijn bij het slikken. Enkele dagen later is in het ziekenhuis de diagnose fasciitis necroticans gesteld en heeft klager zeer intensieve maar ook mutilerende behandelingen ondergaan die hem uiteindelijk hebben gered maar met zeer ernstig en blijvend letsel tot gevolg. Klager maakt de huisarts diverse verwijten zoals verwoord in 5 klachtonderdelen (a t/m e). Klager verwijt de huisarts onder meer dat zij geen onderscheid heeft gemaakt tussen een ernstige en een milde keelontsteking, hem niet goed zou hebben onderzocht, hem ten onrechte geen antibioticum maar prednison heeft voorgeschreven en dat zij het voorgaande heeft gedaan zonder informed consent. Voorts meent klager dat de huisarts hem ten onrechte niet heeft doorverwezen naar een KNO-arts.RTG Amsterdam: verklaart alle klachtonderdelen ongegrond en wijst het verzoek van klager om een kostenveroordeling af.