Indienen van een klacht
U kunt bijvoorbeeld een klacht indienen als u:
- patiënt bent;
- geen patiënt bent, maar vindt dat een zorgverlener iets verkeerd tegen ú heeft gedaan;
- nabestaande bent;
- ouder van een minderjarige (<16) patiënt bent;
- collega van een zorgverlener bent.
Dit is wettelijk geregeld in artikel 65 lid 1 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
De volgende beroepsgroepen vallen onder het wettelijk tuchtrecht:
- Artsen (bijvoorbeeld huisartsen en medisch-specialisten zoals chirurgen en psychiaters)
- Tandartsen
- Apothekers
- Verloskundigen
- Fysiotherapeuten
- Verpleegkundigen
- Psychotherapeuten
- Gezondheidszorgpsychologen
- Physician assistants
- Orthopedagoog-generalisten
- Klinisch technologen
- Bachelor Medisch Hulpverlener
- Geregistreerd-mondhygiënist
Deze zorgverleners staan geregistreerd in het BIG-register (het register voor de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg). Dit is wettelijk geregeld in artikel 3 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
Met klachten over andere zorgverleners, bijvoorbeeld een doktersassistent of een diëtist, kunt u niet bij een tuchtcollege voor de gezondheidszorg terecht.
De klacht wordt ingediend bij het tuchtcollege van de regio waarin de zorgverlener woont.
- Zwolle (Groningen, Friesland, Drenthe, Flevoland, Overijssel en Gelderland)
- Amsterdam (Noord-Holland en Zuid-Holland)
- 's Hertogenbosch (Utrecht, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg)
Dit is wettelijk geregeld in artikel 53 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) en de artikel 2 Tuchtrechtbesluit BIG.
U kunt tot precies tien jaar na het handelen of nalaten van de zorgverlener een klacht indienen. Is datgene waarover u wilt klagen langer dan tien jaar geleden gebeurd, dan is de klacht verjaard. U wordt dan door het tuchtcollege in de klacht niet-ontvankelijk verklaard. Dit is wettelijk geregeld in artikel 65 lid 5 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
Als klager kunt u op ieder moment van de tuchtrechtprocedure de klacht schriftelijk intrekken. Dit wil niet altijd zeggen dat de klacht niet verder wordt behandeld. Als de aangeklaagde zorgverlener dat wil, gaat de behandeling van de klacht verder. Ook het tuchtcollege kan de procedure voortzetten als dat nodig is in het algemeen belang. Dan volgt alsnog een zitting.
Als een klacht na de zitting van het tuchtcollege wordt ingetrokken, wordt de behandeling van de klacht niet gestaakt. Dit is wettelijk geregeld in artikel 65d en artikel 73, elfde lid van de Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg)
Als u een klacht indient bij het tuchtcollege, betaalt u 50 euro griffierecht. Dit is een bijdrage in de kosten van de procedure en is wettelijk zo bepaald. Kosten voor eventuele getuigen en/of deskundigen die u meeneemt of laat oproepen, komen voor uw eigen rekening.
U kunt uw beroep tot aan de uitspraak door het Centraal Tuchtcollege intrekken.
Algemene vragen
Een tuchtcollege voor de gezondheidszorg oordeelt op basis van de klacht of de aangeklaagde zorgverlener zijn werk zorgvuldig heeft gedaan.
Het tuchtcollege toetst of de aangeklaagde zorgverlener heeft gehandeld in strijd met de zorg die hij behoort te leveren aan zijn patiënt (of diens familie).
Afhankelijk van de gedraging waarover wordt geklaagd toetst het tuchtcollege ook of de aangeklaagde zorgverlener buiten de directe relatie met de patiënt heeft gehandeld in strijd met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg.
Dit is wettelijk geregeld in artikel 47 lid 1 onder a en b Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
Als het tuchtcollege oordeelt dat de aangeklaagde zorgverlener niet zorgvuldig heeft gehandeld, verklaart het tuchtcollege de klacht gegrond en kan het de aangeklaagde zorgverlener een maatregel opleggen.
Dit is wettelijk geregeld in artikel 48 lid 1 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
Het centraal tuchtcollege is een hoger beroepsinstantie. Het centraal tuchtcollege behandelt tuchtrechtzaken waarin door een partij beroep is ingesteld tegen een uitspraak van een regionaal tuchtcollege. Het centraal tuchtcollege beoordeelt de klacht dan (geheel of gedeeltelijk) opnieuw.
Het tuchtrecht voor de gezondheidszorg heeft als doel de kwaliteit van de individuele gezondheidszorg te bewaken en te bevorderen en de patiënt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen van een zorgverlener. Het gaat om een algemeen belang.
Het tuchtrecht voor de gezondheidszorg is geregeld in de Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg), het Tuchtrechtbesluit BIG en in het Reglement van de regionale tuchtcolleges en het Reglement van het centraal tuchtcollege.
Wet BIG betekent Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg.
De Wet BIG gaat over de beroepen in de individuele gezondheidszorg. In de De Wet BIG(Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) staan onder meer regels en normen om patiënten te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen door zorgverleners.
Het BIG-register is een databank die voortkomt uit de Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg). In het BIG-register staan zorgverleners geregistreerd. Het BIG-register geeft duidelijkheid over de bevoegdheid van een zorgverlener. Iedereen kan het register raadplegen.
Zie: www.bigregister.nl.
Bij een tuchtcollege voor de gezondheidszorg kunt u terecht voor een uitspraak over het medisch handelen van uw zorgverlener. Als het tuchtcollege de klacht gegrond verklaart kan het de aangeklaagde zorgverlener een tuchtmaatregel opleggen.
De lichtste maatregel die het tuchtcollege kan opleggen is de waarschuwing. De maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register is de zwaarst op te leggen maatregel.
Zie voor de tuchtmaatregelen: artikel 48 lid 1 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
Nee. De tuchtcolleges voor de gezondheidszorg kunnen geen schadevergoeding toekennen. Die bevoegdheid hebben ze niet.
Voor schadevergoeding kunt u zich wenden tot de burgerlijke rechter of een onafhankelijke geschillencommissie.
Voor meer informatie kunt u terecht bij het Landelijk Meldpunt Zorg.
De procedure
Partijen worden in beginsel geacht ter terechtzitting te verschijnen om ter zitting hun standpunten nader mondeling toe te lichten en desgevraagd vragen die mogelijk vanuit het tuchtcollege worden gesteld, te kunnen beantwoorden.
Aanwezigheid van partijen is echter niet verplicht gesteld.
Het centraal tuchtcollege bestaat uit drie juristen, waaronder de voorzitter, en twee leden-zorgverleners met hetzelfde beroep als de aangeklaagde zorgverlener en wordt bijgestaan door een secretaris.
Dit is wettelijk geregeld in artikel 56 lid 1 en lid 2 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
Het regionaal tuchtcollege bestaat meestal uit vijf leden: twee juristen, van wie één de voorzitter is, en drie leden-zorgverleners met hetzelfde beroep als de aangeklaagde zorgverlener en wordt bijgestaan door een secretaris.
De voorzitter kan ook bepalen dat het college bestaat uit drie personen: één jurist (de voorzitter) en twee leden-zorgverleners eveneens bijgestaan door een secretaris.
Dit is wettelijk geregeld in artikel 55 lid 1 en lid 2 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
Ja, de zittingen van een tuchtcollege zijn toegankelijk voor publiek.
Als daarvoor belangrijke redenen zijn, kan het college besluiten de zitting zonder publiek te houden.
Dit is wettelijk geregeld in de artikelen 70 lid 1 en 74 lid 2 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
Ja, u kunt tot uiterlijk één week vóór de zitting zelf getuigen en deskundigen oproepen.
Kosten voor eventuele getuigen en/of deskundigen die u meeneemt of laat oproepen, komen voor uw eigen rekening.
Het oproepen van getuigen of deskundigen is wettelijk geregeld in artikel 68 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) en de artikelen 9 en 22 Tuchtrechtbesluit BIG.
Vooraf staat niet vast hoe lang een procedure duurt. Gemiddeld duurt een procedure bij een tuchtcollege zeven maanden.
Als eerste beoordeelt de secretaris van het regionaal tuchtcollege of uw klaagschrift voldoet aan de eisen.
Als het klaagschrift voldoet aan de eisen, dan stuurt de secretaris het door naar de aangeklaagde zorgverlener over wie de klacht gaat. Hij kan zich dan schriftelijk tegen de klacht verweren. Daarna beoordeelt de secretaris of partijen de gelegenheid krijgen om nog een keer schriftelijk te reageren.
Als partij krijgt u ook de mogelijkheid om uw standpunt mondeling toe te lichten aan de secretaris of een lid van het college. Als er behoefte is aan een mondeling vooronderzoek, worden beide partijen samen uitgenodigd voor het mondeling vooronderzoek. De secretaris kan tijdens het mondeling vooronderzoek onder meer bekijken of u er samen uit kunt komen (minnelijke oplossing). In dat geval, trekt de klager de klacht in.
Is dat niet het geval, dan verwijst de secretaris de klacht naar de raadkamer van het college of naar een openbare zitting.
De raadkamer bestaat uit een voorzitter die jurist is, en twee leden-zorgverleners met hetzelfde beroep als de aangeklaagde zorgverlener. Bij een behandeling van de klacht in raadkamer zijn de partijen niet aanwezig. Het college beoordeelt de klacht dan op basis van de ingediende stukken.
Het college kan in raadkamer de volgende beslissingen nemen:
- de klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het tuchtcollege behandelt de klacht dan niet inhoudelijk. Dit is bijvoorbeeld het geval als klager niet klachtgerechtigd is, niet duidelijk is tegen wie wordt geklaagd, niet duidelijk is waar de klacht over gaat of als de klager klaagt over een zorgverlener die niet BIG-geregistreerd is;
- de klacht is kennelijk ongegrond. Het tuchtcollege komt dan op basis van het dossier tot de conclusie dat de zorgverlener niet onzorgvuldig heeft gehandeld;
- de klacht wordt afgewezen omdat deze van onvoldoende gewicht is;
- de zaak gaat alsnog naar een openbare zitting.
Als de klacht naar een openbare zitting wordt verwezen, dan nodigt de secretaris partijen daarvoor uit. Dit gebeurt tenminste drie weken van te voren.
Tijdens de openbare zitting krijgen partijen de gelegenheid om hun verhaal te doen. Ook zal het college vragen stellen. De secretaris maakt aantekeningen van de zitting.
De uitspraak van het regionaal tuchtcollege volgt uiterlijk twee maanden na de zitting.
De procedure bij het regionaal tuchtcollege is wettelijk geregeld in de artikelen 65 tot en met 72 Wet BIhttps://wetten.overheid.nl/BWBR0006251/2025-07-05G (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) en de artikelen 4 tot en met 18 Tuchtrechtbesluit BIG.
Vooraf staat niet vast hoe lang een procedure duurt. Gemiddeld duurt de beroepsprocedure bij het centraal tuchtcollege zo'n acht maanden.
De secretaris van het centraal tuchtcollege beoordeelt of het beroepschrift voldoet aan de eisen.
Is dat niet het geval of zijn er andere vragen gerezen over de ontvankelijkheid, dan verwijst de secretaris de zaak naar de raadkamer van het centraal tuchtcollege. Bij deze behandeling in raadkamer zijn de partijen niet aanwezig. Het college beoordeelt de klacht dan op basis van de ingediende stukken. Het centraal tuchtcollege kan de indiener van het beroep in raadkamer niet-ontvankelijk verklaren in het beroep.
Als het beroepschrift voldoet aan de eisen en er verder geen vragen zijn over de ontvankelijkheid, dan stuurt de secretaris het beroepschrift naar de andere partij. Deze mag hiertegen verweer in beroep voeren.
Daarna verwijst de secretaris de zaak naar een openbare zitting.
Als de zaak naar een openbare zitting wordt verwezen, dan nodigt de secretaris partijen daarvoor uit. Dit gebeurt tenminste drie weken van te voren.
Tijdens de openbare zitting krijgen partijen de gelegenheid om hun verhaal te doen. Ook kan het college vragen stellen. De secretaris maakt aantekeningen van de zitting.
De uitspraak van het centraal tuchtcollege volgt uiterlijk twee maanden na de zitting.
De procedure bij het centraal tuchtcollege is wettelijk geregeld in de artikelen 73 tot en met 75 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) en de artikelen 19 tot en met 22 Tuchtrechtbesluit BIG.
Als u hulp nodig heeft bij het indienen van een klacht of het schrijven van een verweerschrift of als u ter zitting iemand anders namens u het woord wil laten voeren, dan kunt u zich laten bijstaan door een jurist of iemand anders die u daarvoor geschikt vindt. Dit is niet verplicht.
Voor hulp bij het indienen van een klacht kunt u ook contact opnemen met het Landelijk Meldpunt Zorg of met het Adviespunt Zorgbelang.
Informatie over gesubsidieerde rechtsbijstand vindt u bij het Juridisch Loket.
Uitspraak en maatregelen
Uiterlijk twee maanden na de zitting doet het tuchtcollege uitspraak.
In de beslissing staat tot welk oordeel het college is gekomen en op grond van welke overwegingen.
U ontvangt een afschrift van de beslissing van het college. Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het centraal tuchtcollege ontvangen een afschrift van de beslissing.
Dit is wettelijk geregeld in de artikelen 69 en 72 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
Berisping
Het college veroordeelt het gedrag van de hulpverlener. Hij heeft ernstig verwijtbaar gehandeld en wordt daarvoor terechtgewezen.
Geldboete
De zorgverlener moet een boete van maximaal € 4500,- betalen aan de Staat der Nederlanden.
Schorsing
De registratie van de zorgverlener wordt voor maximaal een jaar geschorst. Deze maatregel kan ook in combinatie met een geldboete worden opgelegd en kan aan voorwaarden worden verbonden.
Gedeeltelijke ontzegging het beroep uit te oefenen.
De zorgverlener blijft wel geregistreerd staan, maar mag bepaalde handelingen niet meer verrichten. Zo kan het een huisarts verboden worden nog langer bevallingen te leiden, terwijl hij andere werkzaamheden als arts mag blijven uitvoeren.
Schrappen uit het register
De zorgverlener wordt geschrapt uit het register. Hij raakt zijn titel kwijt en mag het beroep niet langer uitoefenen.
Wel gegrond, geen maatregel
Het college kan een klacht ook gegrond verklaren zonder dat het een maatregel oplegt.
Uiterlijk twee maanden na de zitting doet het tuchtcollege uitspraak.
In de beslissing staat tot welk oordeel het college is gekomen en op grond van welke overwegingen.
U ontvangt een afschrift van de beslissing van het college. Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het regionaal tuchtcollege in eerste aanleg ontvangen een afschrift van de beslissing.
Dit is wettelijk geregeld in de artikelen 69 en 72 en 74 lid 2 en lid 8 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
Als het tuchtcollege oordeelt dat de zorgverlener niet zorgvuldig heeft gehandeld, verklaart het tuchtcollege de klacht gegrond en kan het de aangeklaagde zorgverlener de volgende maatregelen opleggen:
- waarschuwing;
- berisping;
- geldboete (maximaal € 4500,-);
- (voorwaardelijke) schorsing van de inschrijving van de zorgverlener in het BIG-register(maximaal één jaar);*
- gedeeltelijke ontzegging het beroep uit te oefenen;*
- doorhaling van de inschrijving van de zorgverlener in het BIG-register.*
De lichtste maatregel die het tuchtcollege kan opleggen is de waarschuwing. De maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register is de zwaarst mogelijk op te leggen maatregel.
Alle opgelegde maatregelen van berisping en hoger worden openbaar gemaakt.
Zie voor de tuchtmaatregelen: artikel 48 lid 1 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
De maatregelen met een * kunnen niet worden opgelegd aan physican assistants en klinisch technologen, omdat zij op grond van artikel 36a Wet BIG slechts beperkt onder het tuchtrecht vallen.
Als het tuchtcollege vindt dat de zorgverlener niet onzorgvuldig heeft gehandeld, wijst het de klacht af. In dat geval legt het college geen maatregel op.
De opgelegde maatregel gaat in zodra de beslissing onherroepelijk is. Een beslissing van een regionaal tuchtcollege is onherroepelijk als de beroepstermijn van zes weken is verstreken en geen van partijen tegen de beslissing beroep heeft ingesteld.
Als een partij beroep instelt, heeft dit een opschortende werking. Dit betekent dat het opleggen van de maatregel wordt uitgesteld tot nadat de procedure in beroep bij het centraal tuchtcollege is afgerond. Een regionaal tuchtcollege kan bepalen dat een maatregel wel direct van kracht wordt. Dit heet een voorlopige voorziening.
Dit is wettelijk geregeld in artikel 48 lid 8 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
Uitspraken van tuchtcolleges worden de dag na de uitspraak gepubliceerd op Tuchtrecht. Op deze website staan geen namen of andere tot personen of instanties herleidbare concrete gegevens vermeld.
Een tuchtcollege kan ook in een uitspraak bepalen dat die geanonimiseerd aan een tijdschrift wordt aangeboden ter publicatie. De redactie van het tijdschrift beslist of de uitspraak wordt gepubliceerd.
Daarnaast worden sommige onherroepelijke beslissingen gepubliceerd op www.bigregister.nl, in de Staatscourant en in één of meer dag- of weekbladen in de regio waar de zorgverlener zijn beroep uitoefent. Dit is bepaald in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Het gaat hierbij om de volgende maatregelen, ook als die helemaal of gedeeltelijk voorwaardelijk zijn opgelegd:
- schorsing van de bevoegdheid om het BIG-beroep uit te oefenen;
- gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid om het BIG-beroep uit te oefenen;
- doorhaling van de inschrijving in het BIG-register;
- binding aan bijzondere voorwaarden om het BIG-beroep uit te oefenen.
Bij oplegging van een berisping of geldboete kan het tuchtcollege in de uitspraak bepalen dat de maatregel wordt gepubliceerd op dezelfde manier als hierboven genoemd onder 'sommige onherroepelijke beslissingen'.
In bepaalde gevallen wordt de maatregel meteen gepubliceerd, ook als die nog niet onherroepelijk is. Dit is het geval als een regionaal tuchtcollege heeft bepaald dat de maatregel onmiddellijk van kracht wordt, ook als eventueel hoger beroep wordt ingesteld.
In beroep gaan
Als uw klacht door een regionaal tuchtcollege niet-ontvankelijk is verklaard of als de klacht geheel of gedeeltelijk is afgewezen, kunt u bij het centraal tuchtcollege tegen die uitspraak in beroep.
Als klager kunt u geen beroep instellen als u het niet een bent met de zwaarte van de maatregel. Dit heeft ermee te maken dat het tuchtrecht een algemeen belang dient.
De aangeklaagde zorgverlener kan wel altijd beroep instellen, ook als hij alleen beroep instelt tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel. Dit is omdat de opgelegde maatregel direct op hem betrekking heeft.
Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg kan altijd in beroep gaan tegen een beslissing van een regionaal tuchtcollege.
Dit is wettelijk geregeld in de Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
U kunt uw beroep tot aan de uitspraak door het Centraal Tuchtcollege intrekken.
Nee, tegen een beslissing van het Centraal Tuchtcollege is geen beroep mogelijk. Dit is wettelijk geregeld in artikel 75 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
U moet het beroepsschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak indienen.
Dit is wettelijk geregeld in artikel 73 lid 1 Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).
U dient het hoger beroep schriftelijk in bij het regionaal tuchtcollege dat de uitspraak heeft gedaan waartegen het beroep wordt ingesteld (dus niet bij het centraal tuchtcollege).
Dit is wettelijk geregeld in artikel 73 lid 2 en artikel 19 lid 3 Tuchtrechtbesluit BIG.