Het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle heeft een arts een berisping gegeven voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek op een aantal euthanasiepatiënten. De hierbij behorende waarborgen waren niet in acht genomen. De inspectie (IGJ) startte de tuchtzaak. Zij had eerder van de werkgever van de arts een ontslagmelding ontvangen.

Beeld: Pixabay

Reden klacht

De arts voerde in opdracht van zijn voormalige  werkgever euthanasie-trajecten uit. De arts benaderde een universiteit met zijn voorstel voor een onderzoek om de psychologische en biologische factoren die verband houden met menselijk lijden en euthanasie te onderzoeken. Na goedkeuring door de Ethiek Commissie van de universiteit legde de arts zijn onderzoek voor aan de coördinator wetenschappelijk onderzoek van zijn werkgever. Deze was sceptisch, omdat het een kwetsbare groep patiënten betrof.

De arts startte desondanks met zijn onderzoek en nam bij vier patiënten bloed af, bij één patiënt een haarmonster en vulde aanvullende vragenlijsten in. Toen de werkgever van de arts dit hoorde, werd hij direct ontslagen. Ook werd de IGJ op de hoogte gebracht. Deze startte een onderzoek en diende vervolgens een tuchtklacht in.

De IGJ verwijt de arts dat hij heeft gehandeld in strijd met de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO). De arts heeft volgens de IGJ gehandeld in strijd met de werkwijze van zijn werkgever en gedragsregels van het KNMG en toestemmingsformulieren van patiënten thuis  bewaard.

Verweer

De arts verklaart dat hij in de veronderstelling was dat het onderzoek was goedgekeurd, maar beseft nu dat hij de WMO heeft overtreden. De gevraagde toestemmingsverklaringen zijn aan de werkgever overhandigd. Verder verklaart de arts dat zijn ontslag de nodige gevolgen heeft gehad; zo heeft een aantal patiënten zonder opgaaf van redenen gehoord dat hun vertrouwde arts niet meer hun arts is en heeft hij een ruime tijd zonder noemenswaardig inkomen geleefd.  

Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO)

Wetenschappelijk onderzoek met mensen valt onder de WMO als er sprake is van medisch-wetenschappelijk onderzoek en personen aan handelingen worden onderworpen of hen gedragsregels worden opgelegd. Onderzoek dat onder de WMO valt moet, afhankelijk van het type onderzoek, vooraf door een erkende medisch-ethische commissie worden getoetst en goedgekeurd.

Overweging

Het tuchtcollege oordeelt dat de arts geen wetenschappelijk onderzoek mocht uitvoeren zonder een positief oordeel van de medisch-ethische commissie. De ethiekaanvraag  was beoordeeld en goedgekeurd door de Ethiek Commissie van de universiteit, maar dit is geen medisch-ethische commissie in de zin van de WMO.

Hierdoor stelde de arts patiënten bloot aan handelingen ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, zoals bloedafname en bevraging aan de hand van een vragenlijst, zonder dat de wetenschappelijk en ethische aanvaardbaarheid deugdelijk was getoetst.

Het ging hierbij om kwetsbare patiënten van wie het euthanasieverzoek door de arts beoordeeld zou worden. Volgens het college heeft de arts in strijd gehandeld met de KNMG-richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’, door de toestemmingsverklaringen thuis te bewaren  en niet in de medische dossiers van de patiënten op te slaan. Tot slot is de arts, in tegenspraak met interne afspraken, zonder zijn werkgever en teamgenoot te informeren, gestart met het onderzoek en hierbij solistisch te werk gegaan. Hiermee heeft hij volgens het college ook in strijd met de gedragsregels van de KNMG gehandeld.

Oordeel tuchtcollege

Het tuchtcollege oordeelt dat in deze zaak niet met een waarschuwing kan worden volstaan. De arts had extra zorgvuldigheid moeten betrachten, juist omdat het een extra kwetsbare groep patiënten betrof die voor hun euthanasiewens afhankelijk van hem was. Volgens het college vermengde de arts met zijn handelen de rol van onderzoeker en arts terwijl de WMO nadrukkelijk bedoeld is om de rechten, veiligheid en welzijn van patiënten te beschermen bij medisch-wetenschappelijk onderzoek. Bovendien was de arts niet transparant en ziet de arts volgens het college tijdens de zitting niet voldoende de ernst van zijn handelen in.

Alle onderdelen van de klacht zijn gegrond en het tuchtcollege oordeelt dat de maatregel van een berisping passend en geboden is.  

De volledige uitspraak zal worden gepubliceerd op www.tuchtrecht.nl en is tijdelijk te vinden via deze pagina op onze site.