Het Regionaal Tuchtcollege Zwolle (RTG) heeft uitspraken gedaan in de zaken waarbij zes zorgverleners uit een ggz-instelling werden aangeklaagd. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.

Volgens het tuchtcollege hebben de gewaarschuwde psychiaters onvoldoende onderbouwd dat het doorbreken van het beroepsgeheim daadwerkelijk noodzakelijk was en er geen alternatieven waren. De gz-psychologen hebben onvoldoende aandacht gehad voor hun primaire rol als behandelaar en voor de belangen van de patiënt.

Reden klacht

Klager was door zijn huisarts doorverwezen naar het traumacentrum van de ggz-instelling vanwege werkgerelateerde klachten. De zorgverleners die werkzaam waren in deze ggz-instelling  hebben informatie over klager gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Daarna heeft klager zes weken in voorlopige hechtenis doorgebracht. Ongeveer een jaar later heeft het Openbaar Ministerie wegens gebrek aan bewijs de strafzaak tegen klager geseponeerd.

Verweer

De zorgverleners hebben primair verzocht de klacht ongegrond te verklaren omdat volgens hen doorbreking van het beroepsgeheim gerechtvaardigd was.

Doorbreken van het beroepsgeheim

Onder omstandigheden kan een zorgverlener zijn beroepsgeheim doorbreken. Namelijk als diegene door handhaving van zijn zwijgplicht in een conflict van plichten terechtkomt. Om te beoordelen of dit het geval is, wordt onder meer gekeken of:

  • alles in het werk is gesteld om toestemming voor doorbreking van het beroepsgeheim te verkrijgen;
  • het niet doorbreken van het beroepsgeheim ernstige schade kan opleveren;
  •  de geheimhouder door handhaving van zijn zwijgplicht in gewetensnood verkeert;
  •  geen andere mogelijkheid bestaat om het probleem op te lossen of het gevaar af te wenden;
  • het vrijwel zeker is dat de geheimdoorbreking de schade kan voorkomen of beperken; en
  • het beroepsgeheim niet verder wordt doorbroken dan voor het beoogde doel noodzakelijk is.

Oordeel tuchtcollege

Psychiaters

Het tuchtcollege overweegt dat de NVvP (Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie) Handreiking benadrukt dat een psychiater, die een beroep op een conflict van plichten overweegt, een zorgvuldig besluitvormingsproces moet doorlopen. Hoewel de psychiaters (zaaknummers 8881 en 8883) er goed aan deden zich te laten adviseren door behandelaren, juristen en externe deskundigen, konden zij de beoordeling niet aan hen overlaten. Het tuchtcollege oordeelt dat niet zonder meer kon worden vastgesteld dat sprake was van concrete aanwijzingen voor een actueel risico op ernstige schade. Het recidiverisico werd als laag ingeschat zolang klager niet werkte en in behandeling zou gaan. De psychiaters hadden zich er nadrukkelijk van moeten vergewissen dat minder ingrijpende alternatieven onvoldoende mogelijkheden boden om het veronderstelde risico af te wenden. Klager is niet daadwerkelijk betrokken bij de afweging en er is niet geprobeerd zijn toestemming te krijgen.

De psychiater (in zaak 8884) die alleen betrokken was bij één gesprek voor de beoordeling van het suïciderisico van klager heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Ter zitting is de klacht over het doorbreken van het beroepsgeheim tegen deze psychiater ingetrokken. Over het andere klachtonderdeel oordeelt het college dat het niet op haar weg lag om zich verder te verdiepen in de werkomstandigheden van klager en hem verder passende zorg te bieden.



Verpleegkundige (zaak 8886)

Het tuchtcollege oordeelt dat het college niet kan vaststellen dat de verpleegkundige verantwoordelijk was voor de uiteindelijke beslissing het beroepsgeheim te doorbreken. De verpleegkundige ondertekende de brief aan het ziekenhuis niet.
Wat betreft de informatie die de verpleegkundige aan de politie heeft gegeven oordeelt het college dat niet kan worden vastgesteld welke informatie is verstrekt, omdat de gemachtigden van klager ervoor hebben gekozen de aangifte van het ziekenhuis en de politieverhoren niet (volledig en ongecensureerd) aan het dossier toe te voegen. Dat de verpleegkundige heeft meegewerkt aan de politieverhoren is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar nu daarover juridisch advies is ingewonnen en zij zich heeft laten bijstaan door een interne advocaat.

De verpleegkunde handelde zorgvuldig door de informatie van klager in multidisciplinair overleg in te brengen en anoniem juridisch advies in te winnen. De verpleegkundige heeft bij de verdere beoordeling van de casus en geboden zorg geen regiefunctie gehad. Verdere beslissingen werden genomen onder verantwoordelijkheid van de regiebehandelaar, de klinisch psycholoog en/of de betrokken psychiaters.
Over de verslaglegging oordeelt het college dat drie dagen na het indicatiegesprek een verslag door de verpleegkundige is gemaakt en aan klager is gestuurd. Klager heeft expliciet ingestemd met de inhoud daarvan. Van schending van de dossierplicht door de verpleegkundige is niet gebleken. De verpleegkundige heeft met klager gesproken over zijn werksituatie, zijn ervaringen tijdens de coronaperiode en de psychische klachten van klager daardoor. Door de casus voor te leggen aan andere professionals met aanvullende deskundigheid heeft zij gehandeld zoals van haar mocht worden verwacht. De klacht is ongegrond.

GZ-psychologen (zaken 8885 en 8887)

Het tuchtcollege oordeelt dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld welke rol de klinisch psycholoog (8885) en de gz-psycholoog (8887) hebben gespeeld bij de uiteindelijke besluitvorming over het doorbreken van het beroepsgeheim en het geven van informatie aan het ziekenhuis. Zij hebben de brief aan het ziekenhuis niet ondertekend. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Wat betreft de informatie die de klinisch psycholoog en de gz-psycholoog aan de politie hebben gegeven oordeelt het college dat niet kan worden vastgesteld welke informatie is verstrekt, omdat de gemachtigden van klager ervoor hebben gekozen de aangifte van het ziekenhuis en de politieverhoren niet (volledig en ongecensureerd) aan het dossier toe te voegen. Dat de klinisch psycholoog en gz-psycholoog hebben meegewerkt aan de politieverhoren is hen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar omdat daarover juridisch advies is ingewonnen en zij zich hebben laten bijstaan door een interne advocaat.
De klinisch psycholoog en de gz-psycholoog hebben onvoldoende oog gehouden voor hun primaire rol als behandelaar en voor de belangen van de patiënt. De klinisch psycholoog en gz-psycholoog hebben te weinig aandacht uit laten gaan naar de vraag welke zorg klager kon worden geboden. De focus is te veel komen te liggen op de vraag of sprake was van een conflict van plichten en een mogelijke melding aan de politie of derden. Dit klachtonderdeel is gegrond.

Maatregel

De psychiaters (zaken 8881 en 8883) krijgen een waarschuwing. Dit is een zakelijke terechtwijzing dat van hen een meer zelfstandige, kritische en kenbare toetsing van de voorwaarden voor doorbreking van het beroepsgeheim had mogen worden verwacht.
De klinisch psycholoog (8885) en de gz-psycholoog (8887) krijgen een waarschuwing. Dit is een zakelijke terechtwijzing dat van een klinisch psycholoog mag worden verwacht dat zij de belangen bij diagnostiek, risicotaxatie, behandeling en behoud van de behandelrelatie beter bewaken.

De volledige uitspraak zal worden gepubliceerd op tuchtrecht.overheid.nl en tijdelijk op www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl