Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam heeft de BIG-registratie van een huisarts doorgehaald. De huisarts had zich onder meer negatief uitgelaten over COVID-19 vaccinaties. De maatregel is onvoorwaardelijk. Het tuchtcollege deed deze uitspraak naar aanleiding van een tuchtklacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

Beeld: Pixabay

Reden klacht

De IGJ ontving meerdere meldingen over de huisarts en zijn gedrag en uitlatingen over COVID-19 vaccinaties. Ook ontving de IGJ de eerdere uitspraak van dit college (ECLI:NL:TGZRAMS:2022:69). Dit was voor de IGJ aanleiding om een onderzoek naar de huisarts in te stellen. Het rapport hiervan werd in augustus 2024 uitgebracht. Het tuchtcollege heeft op 26 november 2024 het klaagschrift van de IGJ ontvangen.

In 2025 kreeg de IGJ het bericht dat de instelling die de spoedzorg voor huisartsen in de regio organiseert de betreffende huisarts had ontslagen wegens disfunctioneren. De huisarts zou, ondanks afspraken hierover, persoonlijke opvattingen over vaccinaties hebben opgedrongen aan patiënten. De instelling had hierover klachten ontvangen. De IGJ heeft vervolgens opnieuw onderzoek ingesteld en een rapport opgemaakt. Ook heeft de IGJ besloten een aanvullend klaagschrift in te dienen bij het tuchtcollege.

De IGJ is van mening dat de huisarts de wijze waarop hij de zorg voor zijn patiënten invult te zeer laat beïnvloeden door zijn persoonlijke opvattingen. Deze stroken niet met de professionele normen van de beroepsgroep van huisartsen. Daardoor komt de patiëntveiligheid in het gedrang. Het gaat onder meer om het informeren van patiënten over COVID-19 en de vaccinaties daartegen en over vaccinaties in het algemeen.

Verweer

De huisarts heeft het tuchtcollege enerzijds verzocht de klachten ongegrond te verklaren. Hij bestrijdt de juistheid van de door de beroepsgroep van huisartsen opgestelde normen en verwijt andere artsen, die wel achter die normen en het belang van de vaccinaties staan, onvoldoende kritisch vermogen. Anderzijds heeft hij te kennen gegeven zich te refereren aan het oordeel van het tuchtcollege. Hij erkent bij de twee consulten bij de instelling voor spoedzorg te zijn ‘doorgedraafd’.

Oordeel tuchtcollege

Het tuchtcollege oordeelt dat alle klachtonderdelen gegrond zijn en dat een ingrijpende maatregel op zijn plaats is, omdat de huisarts zich niet houdt aan de voor hem geldende beroepsnormen. Hierbij vindt het tuchtcollege het bijzonder kwalijk dat de huisarts niet alleen de COVID-19-vaccinaties heeft ontraden en ontmoedigd, maar zich ook negatief heeft uitgelaten en nog steeds uitlaat over de vaccinaties van het Rijksvaccinatieprogramma. Op grond van talloze wetenschappelijk onderzoeken staat de werkzaamheid van de vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma tegen ernstige (kinder)ziekten onomstotelijk vast. Het feit dat mensen vanuit verschillende openbare bronnen bang worden gemaakt voor dergelijke vaccinaties, leidt ertoe dat de vaccinatiegraad steeds verder daalt, met een toenemend risico op uitbraken met voor kinderen potentieel zeer ernstige en zelfs dodelijke gevolgen. De huisarts draagt daar volgens het tuchtcollege actief aan bij.

Al met al komt het tuchtcollege, op grond van de ernst van de aan de huisarts verweten gedragingen en de onwrikbaarheid van zijn ideeën, tot de maatregel van onvoorwaardelijke doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register. Dit betekent dat de huisarts zijn functie als huisarts niet meer mag uitoefenen. Het tuchtcollege is zich er van bewust dat dit grote persoonlijke consequenties heeft voor de huisarts. Het is echter van oordeel dat de kwaliteit van de gezondheidszorg meebrengt dat niet met een lichtere beroepsbeperkende maatregel, zoals schorsing, kan worden volstaan.

Uitspraak

De volledige uitspraak zal worden gepubliceerd op www.tuchtrecht.overheid.nl en is tijdelijk te vinden via deze pagina op onze site.