De collega’s van de tuchtcolleges zetten zich bij iedere klacht voor een zorgvuldige procedure waarin beide partijen worden gehoord. Het doel is om samen met lid-juristen en lid-beroepsgenoten tot een gewogen eindbeslissing te komen. Hieronder leest u in interviews hoe dat er in de praktijk uitziet.

Beeld: © Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg
“Een zorgvuldige procedure geeft erkenning”
Anne-Marie van Dam wist op haar twaalfde al wel zeker wat ze wilde: geneeskunde studeren. Inmiddels werkt ze zesentwintig jaar als psychiater en is ze tien jaar actief als lid-beroepsgenoot van het Regionaal Tuchtcollege Groningen. We praten met haar over haar persoonlijke ervaringen en rol.
Vanuit jouw eigen ervaringen met klachtencommissies en ook twee (ongegrond verklaarde) klachten, besloot je lid van het tuchtcollege te worden. Wil je daar iets meer over vertellen?
Van Dam: ‘Mijn eerste klacht kreeg ik toen ik net een half jaar als psychiater werkte op de crisisdienst. Ik was bezig met de procedure voor gedwongen opname. Dat duurt één tot twee uur en in die tijd was de patiënt door een bovenlicht weggeglipt en iets later door de politie opgepakt.
De patiënt klaagde mij aan omdat ik hem onrechtmatig zou hebben opgesloten. De deur van zijn kamer was niet op slot geweest, maar ik had wel de portier gewaarschuwd dat deze man niet de voordeur uit mocht. De zaak werd ongegrond verklaard. Bij uitspraak werd gezegd dat ik weliswaar buitenwettelijke dwang had toegepast - opsluiting mag pas als de last tot inbewaringstelling er is - maar dat ik als een goed hulpverlener had gehandeld. Want de man laten vertrekken terwijl je een gedwongen opname aan het regelen bent, is natuurlijk tegenstrijdig.
Die nuance illustreerde voor mij de zorgvuldigheid van het tuchtcollege. Verder vond ik de bejegening en insteek van het tuchtcollege veel prettiger dan die van de klachtencommissies die ik eerder meemaakte. Het tuchtcollege kijkt of je hebt gehandeld als redelijk bekwaam beroepsgenoot. Dat motiveerde mij op me op te geven als lid-beroepsgenoot.’
Na de uitspraak kon je de zorgvuldigheid waarderen, maar hoe voelde je je voorafgaand aan de zitting?
Van Dam: ‘Het krijgen van de brief kwam hard aan en de nacht voor de zitting sliep ik niet. Dus er gebeurt echt wel wat met je. Daarom pakten wij binnen de crisisdienst een klacht altijd op als een klacht tegen ons allemaal omdat we allemaal dezelfde werkwijze hanteren.
Juridisch werkt het niet zo want een klacht is altijd persoonlijk, maar op deze manier steunen we elkaar. Ik ga ook regelmatig mee met een aangeklaagde collega. Als psychiaters gaan wij, omwille van de behandeling of de veiligheid van anderen, nog wel eens in tegen de wensen van hun patiënt, bijvoorbeeld met gedwongen medicatie of gedwongen opname. Dat maakt ons een van de meest aangeklaagde beroepsgroepen.’
Hoe belangrijk is de deelname van een beroepsgenoot aan het tuchtcollege?
Van Dam: ‘De essentie van het tuchtcollege is dat je door beroepsgenoten wordt beoordeeld omdat zij je professionele handelen het beste kunnen beoordelen. Maar dat vraagt ook dat je de juiste specialismen bij de zaak haalt. De medische vakken specialiseren maar door, je bent nooit meer een gewone psychiater, internist, verpleegkundige of chirurg: je hebt daarom altijd minimaal één collegelid nodig met het juiste specialisme.’
Beeld: © Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg
Er is veel ruimte voor interactie”
Esmée van der Linde, secretaris bij het Centraal Tuchtcollege, geeft regelmatig presentaties en workshops aan studenten van zowel juridische als medische opleidingen. “Voor veel studenten is het tuchtrecht nog onbekend terrein”, vertelt Esmée. “Dat levert leuke gesprekken op.”
Welk punt wil je bij iedere presentatie meegeven?
“Voor zowel de studenten met de juridische achtergrond als de medische, geldt dat er een bepaald beeld is over het tuchtrecht en de tuchtcolleges. Ze lezen ook bepaalde uitspraken die het nieuws halen. Dat kleurt de beeldvorming. Ik hoop dat ik het werk van de tuchtcolleges tijdens mijn presentaties toegankelijker kan maken. Dat ik kan laten zien dat het in ieders belang is dat we er zijn. Dat het juist goed is dat we er zijn.”
Welke onderwerpen komen vaak terug ?
“Het gaat vaak over gedragingen die dichtbij de privésfeer komen. Daar kan iedereen zich wel iets bij voorstellen. Aan de hand van een aantal zaken leg ik uit of een zorgverlener hiervoor tuchtrechtelijk aangesproken kan worden. Denk bijvoorbeeld aan app-contact buiten de behandeluren, wat kan wel en wat niet?
Wat ook regelmatig ter sprake komt is dossiervoering. Ik leg uit waarom verslaglegging goed bijgehouden moet worden. Het is enerzijds van belang voor opvolgende zorgverleners, voor het team en de kwaliteit en continuïteit van de zorg. Anderzijds kan het nodig zijn voor het toetsen en verantwoorden van het handelen van de zorgverlener.”
Wat leer je zelf van de presentaties die je geeft?
“De presentaties maken me nog meer bewust van de impact van een zaak. Als tuchtcolleges moeten we oog hebben voor hoe het kan voelen om in het beklaagdenbankje te zitten, met meerdere mensen tegenover je. Dat kan wel intimiderend zijn. Je wordt beoordeeld door vakgenoten. Best pittig. Andersom voor de klager ook. Die heeft in zijn of haar beleving iets vervelends en overweldigends meegemaakt.
Aan de ene kant zijn we rechtsprekend. Het uitgangspunt is om een zaak objectief en zakelijk te benaderen. Maar waar nodig en gepast met oog voor de emoties die er logischerwijs vaak zijn.
Wat hoop je dat studenten leren van je presentaties?
“Het zou mooi zijn dat het beeld over het tuchtrecht wat realistischer wordt en minder stoffig. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat de samenstelling van het college tijdens de behandeling van de zaak bestaat uit een combinatie van vakgenoten en juristen. Wat ik ook soms hoor is de veronderstelling dat de ene zorgverlener de andere de hand boven het hoofd houdt.
Omdat de meeste studenten weinig weten over het tuchtrecht levert dit veel leuke gesprekken op. Je ontkomt er niet aan eerst met wat theorie over de Wet BIG te starten, en daarna gaan we los met afgeronde zaken. Er is bij mij veel ruimte voor interactie. Een keer kwam ik niet eens toe aan de zaken die ik voor dat publiek had uitgezocht. Op zo’n moment ga ik graag in op vragen zoals ‘Wat als een zorgverlener niet bij de zitting komt? Of als een zorgverlener helemaal niets van zich laat horen?’”
Beeld: © Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg
"Als stagiaire heb ik hier veel geleerd"
Valerie van der Bulk loopt stage in haar laatste jaar HBO-rechten nadat ze eerder startte met een opleiding verpleegkunde. "Ik heb als stageadres het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Zwolle (RTG Zwolle) benaderd, omdat ik hier ook kan uitvinden of het gezondheidsrecht me het meest trekt.”
Valerie van den Bulk: “Gestart met de MBO-opleiding Verpleegkunde in Emmen (2016) merkte ik dat ik het leuk vond om met mensen te werken, maar of dat voor de lange termijn ook zo zou zijn? Tijdens de opleiding kwam ik in aanraking met de actuele wetgeving op zorg binnen het vak Ethiek. Te weinig, vond ik alleen nog, ik wilde meer weten, nog meer lezen en uitpluizen. Wat kan wel, wat kan niet? Zo kwam ik uit bij HBO-rechten. Daar zit ik nu in mijn laatste jaar. Ik heb als stageadres het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Zwolle (RTG Zwolle) benaderd, omdat ik hier ook kan uitvinden of het gezondheidsrecht me het meest trekt.”
Was er vanuit jouw school al een link met de tuchtcolleges?
“Nee, ik ben zelf op zoek gegaan naar een stage in het gezondheidsrecht. Ik kwam uit bij het tuchtrecht, maar kon vervolgens weinig informatie over stages op de website vinden. Daarom gebeld, en nadat ik mijn sollicitatiebrief had gestuurd, was het snel geregeld.”
“Mijn school vereist dat ik fulltime meewerk tijdens de stage, daartegenover staan wel een stagevergoeding en verlofdagen.
Bij het RTG Zwolle is er voor mij een inwerkprogramma voor de eerste maand gemaakt. Ik werd overal in begeleid: bij het opstellen van een brief, meegaan naar een mondeling vooronderzoek, en vervolgens met het meelezen op de feiten. In stapjes werd ik in het proces meegenomen.”
“Als afsluiting van de bachelor kan ik hier ook mijn scriptie doen. Ik ga onderzoek doen naar de maatregelen die hier opgelegd worden bij grensoverschrijdend gedrag. Wat wordt daarin meegewogen? En om aan de hand daarvan een beslisboom op te stellen. Dat is handig in de raadkamer. Heel veel zin in dit onderwerp!”
Wat is het leukst aan je stage?
“De mondelinge vooronderzoeken! Daarin kom je met de partijen in aanraking. Er wordt ook wat van mij verwacht. Krijg ik alle feiten mee? Kan ik daarna zelfstandig een stuk schrijven? En iedere keer loopt zo’n mondeling onderzoek weer net anders.”
“Het is een klein team waarbinnen je werkt, en dat komt de werksfeer ten goede. Het is hier heel laagdrempelig om vragen te stellen aan iedereen, of het nu de voorzitter of een secretaris is.”
Zie je jezelf hier wel werken?
“De functie van secretaris lijkt me heel interessant, of het nu in het gezondheidsrecht of op een ander gebied is. Over een paar weken heb ik een voorlichting over de verschillende masters bij de Rijksuniversiteit Groningen. Ik ga waarschijnlijk een algemene master doen, zodat het vakgebied wat breder is. Dan kan ik me vandaar uit nog verder specialiseren richting het gezondheidsrecht. Of niet. Het staat allemaal nog open.”
Beeld: © Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg
Mondeling vooronderzoek brengt de dialoog op gang
Bij de RTG's worden mondeling vooronderzoeken gehouden. Het is daar een waardevol aspect van het tuchtrecht, dat ervoor zorgt dat partijen met elkaar in gesprek kunnen gean. Soms ontstaat daardoor begrip tussen klager en verweerder.
RTG-secretarissen Talitha Brand en Dominique van Grootveld vertellen over hun werk
