Geen publieke afstraffingen

Gooi- en Eemlander, Stijn Keuris, 18 maart - Als voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam ziet Sandra Schreuder veel schrijnende zaken voorbij komen. Soms moet ze mensen die een slechte ervaring hebben gehad met een zorgaanbieder teleurstellen. Maar het tuchtcollege gaat niet om straffen. „Onze taak is het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de Nederlandse gezondheidszorg, in ieders belang.”

Inhoudelijk kan de in Hilversum wonende Sandra Schreuder niets zeggen over de zaak rond het overlijden van Rogier Mooij, maar dat ze de zaak leidt is geen toeval. Het medisch tuchtcollege Amsterdam krijgt rond de vierhonderdvijftig klachten per jaar, waarvan er uiteindelijk ongeveer honderdvijftig naar zitting komen.

Een aantal rechters heeft als nevenfunctie ook een baan als tuchtrechter, maar voorzitter Schreuder pakt de grote zaken op die landelijk besproken worden. Want, zo stelt ze, als voorzitter ben je het diepst geworteld in het tuchtrecht.

Vier dagen per week zit Schreuder in Amsterdam, voor de afwisseling is ze ook nog een dagje rechter in Zwolle. Het grote verschil tussen het tuchtrecht en andere vormen van rechtspraak zit in wiens belang vertegenwoordigd wordt. Bij tuchtrecht gaat het om het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de Nederlandse gezondheidszorg, wat in ieders belang is. Andere vormen van rechtspraak gaan over het belang van het individu.

Acht beroepen in de gezondheidszorg zijn opgenomen in het zogeheten BIG-register, dat staat voor Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. Alleen mensen die daarin geregistreerd staan kunnen aangeklaagd worden bij het tuchtcollege.

Daarmee kunnen sommige alternatieve genezers de dans ontspringen. „Soms ontlenen ze status aan het beroep arts en zijn ze geregistreerd. Dan kunnen we ze wel aanpakken, maar in andere gevallen moeten we mensen die een slechte ervaring hebben gehad vertellen dat we er niets mee kunnen. Zonder registratie geen zitting en dat kan voor frustratie zorgen.”

Het tuchtcollegebeschikt over verschillende maatregelen. De lichtste straf is een waarschuwing. „Daarbij ontbreekt het stempel van laakbaarheid”, zegt Schreuder. „Er is een fout gemaakt, maar niet opzettelijk.

Daarna kunnen we overgaan tot een berisping, wat een stevigere waarschuwing is omdat hier wel laakbaarheid aanwezig is.

En vervolgens kunnen we iemand een schorsing, een gedeeltelijke en gehele beroepsontzegging opleggen.”

Beeld: Studio Kastermans / Ben den Ouden

Schandpaal

Regelmatig maakt Schreuder mee dat klagers teleurgesteld zijn over de sanctie die wordt opgelegd. Vanaf een berisping krijgt een zorgverlener in het BIG-register een notitie bij zijn naam, die door iedereen te vinden is. „En omdat een berisping gepubliceerd wordt, komen zorgverleners dan met hun hele naam in de krant. Het is onze intentie ervoor te zorgen dat iemand niet nogmaals een fout maakt, maar nu komt hij vaak aan de publieke schandpaal. In de meeste gevallen heeft de zorgverlener zijn lesje wel geleerd, maar door de publicatie gaan patiënten hem op internet opzoeken en denken ze: ’die moeten we niet hebben’.

Soms komen mensen daarom maar moeilijk aan de bak na een berisping. Dus als iemand van zijn fout geleerd heeft en laat zien dat hij er alles aan heeft gedaan om zich te verbeteren, laten we het soms bij een waarschuwing. Wij krijgen wel eens het verwijt dat we het te makkelijk bij een waarschuwing laten, maar wij willen die publieke afstraffing voorkomen.”

Ook strafrechters wordt vaak verweten te laag te straffen. Den Haag stuurt aan op zwaardere straffen en ook vanuit het publiek is die wens vaak te horen. Maar er wordt lang niet altijd geluisterd. Onlangs kwam in het nieuws dat rechters het verbod op taakstraffen in zware zaken omzeilen door er één dag detentie aan toe te voegen. Volgens Schreuder komt dat omdat er vanuit de politiek meer invloed uitgeoefend wordt. „De onafhankelijkheid is enorm belangrijk. Inmiddels hebben we ook politici zoals Wilders die twijfel zaaien. Hij had het over ’neprechters’. In Amerika zien we hetzelfde, met Trump die de directe confrontatie met de rechters aangaat. Ik vind het heel erg kwalijk. We spelen allemaal onze rol in de rechtsstaat, en rechtspraak heeft een belangrijke functie. De slogan is ’rechtspraak maakt samen leven mogelijk’ en dat is ook echt zo. Je moet vertrouwen in rechters hebben en als een politicus dat neersabelt met zulke uitspraken kan er wantrouwen ontstaan. Rechters zijn echt niet doof voor de roep uit de samenleving om strenger te straffen, maar soms is het beter om wat anders te doen. In Nederland gaat rechtspraak er veelal om dat een dader zich niet nog een keer een vergrijpt aan een strafbaar feit. Dat weegt soms zwaarder dan de genoegdoening naar de samenleving of het slachtoffer.

Uit praktijkervaring hebben we geleerd dat een taakstraf of therapie vaak beter werkt dan iemand zonder behandeling opsluiten. Je kijkt als rechter vanuit je taak hoe je het samenleven mogelijk maakt en hoe dat het beste kan. Je wil voorkomen dat iemand nogmaals de fout ingaat. Dat laat onverlet dat er strafzaken zijn waar vergelding voor het leed dat is aangedaan ook een belangrijke rol speelt bij het opleggen van de straf.”

Gesloten deuren

Voor Schreuder is het in ieder geval duidelijk dat rechters beter met de bevolking moeten communiceren. In Nederland vindt veel plaats achter gesloten deuren en dan kan, zonder goede uitleg, een vonnis voor veel onbegrip zorgen. „Denk maar aan die man die een stoel naar de rechter gooide, omdat de rechter een taakstraf oplegde aan iemand die met alcohol op een dodelijk ongeluk had veroorzaakt. Waarom zijn bepaalde maatregelen passend en waarom kiest een rechter hiervoor? Ik denk dat er wat dat betreft nog veel te winnen valt. Er wordt wel eens gesproken over of wij niet wat meer in talkshows moeten zitten en wat meer van onszelf moeten laten zien. Ik ben daar niet helemaal voor, want het lijkt me niet gepast als rechters maar mee babbelen over de laatste roddels. Maar op sommige verzoeken kan je best ingaan.”

Rechters, en niet in de laatste plaats Schreuder, komen inderdaad vaker in beeld. Zij werkte bijvoorbeeld mee aan de serie ’Kijken in de ziel: De rechter’. „Het vak verandert wat dat betreft. Vroeger kwam er eens een lokale omroep kijken, inmiddels komen er veel meer camera’s op je af. We hebben ook trainingen gekregen hoe je goed overkomt op televisie. Je moet als rechter tegen de druk kunnen, ook tegen de aandacht vanuit het publieke debat. Maar je moet ook durven oordelen. Ik plaats dat onder persoonlijk leiderschap, het is een competentie die je moet hebben. Je bent er verantwoordelijk voor dat ook de daders een eerlijke zaak krijgen.”

Boegbeeld

De ene dag in Zwolle is Schreuder actief als civiel rechter. Ze behandelt vooral medische  aansprakelijkheidszaken, maar ook handelszaken of hier en daar een kort geding. Die afwisseling is juist wat het vak zo boeiend voor haar maakt. Ze moet zich in veel verschillende zaken verdiepen en weet daar dan ook weer wat van. „Als rechter ben je toch een generalist die de diepte in kan. Ik denk dat ik op termijn helemaal terug wil naar de rechtspraak, ik ben nu sinds september 2013 gedetacheerd. Eerst was ik plaatsvervangend voorzitter, later heb ik gesolliciteerd op deze functie. Het is vooral belangrijkdat je interesse in de gezondheidszorg hebt en dat je het boegbeeld van de organisatie wilt zijn. De tuchtrechtspraak is onafhankelijk, maar valt organisatorisch onder het ministerie van VWS (volksgezondheid) en ik zie nu hoe het er hier aan toe gaat. Dat vind ik belangrijk, eigenlijk zou iedere rechter zoiets moeten doen.

Je ambtelijke carrière duurt zo veertig jaar en als je wilt kun je altijd in dezelfde organisatie werkzaam blijven. Maar het is voor je scherpe blik goed om af en toe eens uit die rechtbank te gaan en wat andere werelden te zien.”

Bij het tuchtcollege ziet Schreuder in ieder geval andere zaken dan ze gewend was. Trends in de samenleving komen vaak in een andere vorm terug tijdens de zitting. Zo worden door het groeiende aantal vechtscheidingen steeds vaker psychologen aangeklaagd, die geadviseerd hebben een kind bij één van de ouders onder te brengen. „De andere ouder is het daar niet mee eens en dient een klacht in. Ook zien we veel zaken tegen bedrijfsartsen door het verscherpte re-integratieproces, of tegen het bureau medische advisering, dat bepaalt of iemand die asiel heeft aangevraagd op medische gronden in Nederland mag blijven.”


Normaal gesproken werken het tuchtrecht en het strafrecht los van elkaar, maar in zeer ernstige zaken hoeft dat niet. Zo startte de politie een onderzoek tegen een kinderarts die in het bezit was van kinderporno. „Later kwam het OM ook in beeld, maar zij hebben de zaak beoordeeld en vonden het uiteindelijk meer een zaak voor de tuchtrechter. De inspectie heeft de klacht bij ons ingediend. Dan begint
het dus strafrechtelijk, maar komt het toch hier terecht. Dat is wat mij betreft ook de goede weg, je legt dit voor aan de instantie die over de kwaliteit van de gezondheidszorg gaat. In die zaak ging het erom of wat je in je vrije tijd doet ook door een medisch tuchtcollege beoordeeld mag worden.

De grenzen daarover verschuiven. Er was eens een beruchte zaak tegen een arts die twee verslaafden had gevraagd om zijn vrouw met wie hij in een heftige scheiding lag in brand te steken. Hij vond de klacht tegen hem niet ontvankelijk, omdat het niets met zijn beroep te maken had. Maar toch is er toen beoordeeld dat iets wat je privé doet zo in kan gaan tegen wat van een zorgverlener verwacht mag worden, dat het niet los van je professionele carrière staat. Dat geldt ook voor de politie en bijvoorbeeld advocaten. En natuurlijk heeft een rechter daar ook mee te maken. Dit soort beroepen brengt iets extra’s met zich mee, de burger moet vertrouwen in je hebben.”