Psychiater mag rapportage in kader van rijbewijskeuring niet op verzoek van CBR aanpassen

Bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen was een klacht ingediend tegen een psychiater die zijn deskundigenrapportage had aangepast op verzoek van een medisch adviseur van het CBR. De klacht is gegrond verklaard.

Wat was er aan de hand?

Klager was met te veel alcohol op achter het stuur aangehouden. Aangezien dit al eens eerder was gebeurd, startte het CBR een ‘vorderingsprocedure’.

In het kader van deze procedure werd door een arts een rijbewijskeuring bij klager verricht. Beoordeeld moest worden of klager, met het oog op zijn alcoholgebruik, wel geschikt is om zijn rijbewijs te behouden. De eerste arts die dit onderzoek verrichtte, had geconcludeerd dat bij klager nog steeds sprake was van alcoholmisbruik. Klager was het hier niet mee eens.

Hij wilde een ‘second opinion’ en hiervoor werd de in deze zaak aangeklaagde psychiater aangesteld. Deze psychiater had in zijn eerste rapportage geconcludeerd dat klager zich niet meer schuldig maakte aan alcoholmisbruik. De psychiater werd vervolgens benaderd door een medisch adviseur van het CBR die hem erop wees dat bepaalde bevindingen in zijn rapportage onjuist waren.

Volgens de medisch adviseur was de psychiater hierdoor tot een verkeerde conclusie gekomen over klagers alcoholgebruik en hij verzocht de psychiater een en ander aan te passen. De psychiater was het eens met de kritiek van de medisch adviseur en paste hierop, tot tweemaal toe, de rapportage aan. Hij deed dit zonder hierover met klager te overleggen.

De klacht

Klager verwijt de psychiater onder meer dat hij zonder overleg met hem te voeren de rapportage, tot tweemaal toe, heeft aangepast op verzoek van het CBR. Ook verwijt hij de psychiater dat deze klager ten aanzien van de aangepaste rapportages niet heeft gewezen op het zogenaamde ‘blokkeringsrecht’. Dat recht houdt in dat klager als degene die is onderzocht, had mogen beslissen dat de rapportage niet zou worden verstrekt aan het CBR.

Wat vond het college?

Het college is het geheel eens met klager en verklaart de klacht gegrond. De psychiater had niet op verzoek van een medisch adviseur van het CBR, en zelfs zonder klager hierover te horen van te voren, zijn rapportage mogen aanpassen. Ook had hij klager op het blokkeringsrecht moeten wijzen. Alles bij elkaar genomen, tilt het college dermate zwaar aan de verweten handelingen van de psychiater dat aan hem de bevoegdheid wordt ontzegd om nog langer deskundigenrapportages op te stellen.

De psychiater is bij het Centraal Tuchtcollege in beroep gegaan tegen deze uitspraak. Die beroepsprocedure loopt nog.  

De volledige uitspraak van regionale tuchtcollege het staat op tuchtrecht.nl.