Als twee fietsers botsen en één van beiden is arts

Het tuchtcollege Den Haag behandelde een klacht tegen een arts die al fietsend met een andere fietser in botsing was gekomen. De andere fietser diende een klacht tegen de arts in.

Wat was er aan de hand?

Nadat de fietsers elkaar rijdend in verschillende richtingen hadden geraakt, is de ene fietser, de arts, achter de andere fietser, de klager, aangereden.

Bij de valpartij die toen ontstond is de klager op de grond terecht gekomen. De arts maakte zich als arts bekend en heeft klager naar zijn toestand gevraagd (onder andere het functioneren van zijn geheugen) en heeft zijn ademhaling en hartslag gecontroleerd.

Een deel van de terugweg van klager naar huis is de arts met hem meegefietst. Omdat klager een pijnlijke kaak had, heeft verweerder hem geadviseerd naar een huisartsenpost te gaan. Klager liet de arts om één uur ’s middags per sms weten dat hij om kwart voor twee bij een dokterspost terecht kon. Kort na half vijf heeft de arts op dit bericht gereageerd. Drie dagen later heeft de vrouw van klager de arts gebeld, onder meer over de schuldvraag. De arts heeft het gesprek overgedragen aan zijn vrouw.

De klacht

De klager maakt de arts een aantal verwijten:

  • niet bellen van een ambulance na de valpartij;
  • het achterna rijden;
  • geen contact opnemen met de vrouw van de klager na de val;
  • pas laat reageren op de sms van de klager en
  • het ontbreken van nazorg/interesse door na het telefoongesprek van drie dagen later niet meer naar de klager te informeren.

Wat vindt het college?

Het achterna rijden na de botsing valt niet onder het tuchtrecht, omdat dit in de privésfeer plaatsvond en niets te maken had met de gezondheidszorg.

Hetzelfde geldt vanaf het moment dat vaststond dat een reguliere arts de behandeling had overgenomen. Dat was toen de arts wist dat klager contact had met de dokterspost en daar op korte termijn terecht kon. Toen stonden de partijen weer als privépersonen tegenover elkaar.

Het college oordeelt dus niet over het achterna rijden, over de reactie op de sms van de klager en over gebrek aan nazorg/interesse. In deze klachtonderdelen wordt de klager dan ook niet-ontvankelijk verklaard.   

Wel valt onder het tuchtrecht wat de arts direct na de val heeft gedaan, want toen de klager was gevallen, handelde de arts in zijn hoedanigheid van arts. De partijen verschillen van mening over de ernst van de toestand van klager na de val. Daarover is geen duidelijkheid gekomen.

Het college heeft niet kunnen vaststellen dat het toen nodig was dat de arts een ambulance of de vrouw van de klager zou bellen. Wel kon de klager de thuisreis per fiets aanvangen een heeft de arts hem daarbij in eerste instantie begeleid. Ook daarom en omdat de feiten niet duidelijk zijn geworden heeft het college de klacht als ongegrond afgewezen.

Tegen de beslissing is geen beroep ingesteld. De volledige beslissing leest u op tuchtrecht.nl.