- De bijeenkomsten met klagers en beklaagden vinden plaats bij de rechtbank. Op de pagina contact vindt u info over de locatie en bereikbaarheid.
- Op onderstaande pagina vindt u informatie over de procedure .
Procedure
Een procedure begint met het indienen van een klaagschrift bij een regionaal tuchtcollege. Het regionaal tuchtcollege beoordeelt of de zorgverlener zich heeft gehouden aan zijn beroepsnormen. Klap onderstaande teksten open voor informatie over de onderdelen van de procedure.
Bij het Regionaal Tuchtcollege hoort een mondeling vooronderzoek tot de procedure. Het is een besloten bijeenkomst waarvoor alleen klager en verweerder (eventueel met hun gemachtigden) worden uitgenodigd. Andere personen worden in principe niet toegelaten.
Het gesprek wordt geleid door een vooronderzoeker. Meestal is dat een secretaris van het college. Naast de secretaris zit een notulist.
Bij het Centraal Tuchtcollege wordt geen mondeling vooronderzoek gedaan, omdat het CTG zaken in beroep behandelt.
Doel mondeling vooronderzoek
Het doel van het mondelinge vooronderzoek is om meer informatie te verkrijgen over de klacht en het verweer. Tijdens het mondelinge vooronderzoek kunnen partijen hun standpunt toelichten. Ook kan de secretaris partijen vragen stellen.
Een ander doel van dit gesprek is om te onderzoeken of partijen nader tot elkaar kunnen komen. Als dat lukt kan de klacht ingetrokken worden. Gebeurt dan niet, dan besluit het college of het tot een zitting moet komen.
Verloop vooronderzoek
Het gesprek vindt plaats in een kamer van het Gerechtsgebouw. U wordt vanaf de hoofdingang doorverwezen naar de juiste balie.
De vooronderzoeker leidt het gesprek. Beide partijen mogen hun standpunten toelichten en vragen aan elkaar stellen. Het gesprek duurt zo'n 30 tot 60 minuten. De griffier maakt een verslag van het gesprek, dat aan klager en verweerder wordt toegezonden.
Voor een zitting wordt meestal een uur gereserveerd.
De voorzitter stelt eerst vast wie van de partijen aanwezig is. Dan stelt de voorzitter de leden van het college voor, dus wie beroepsgenoot, wie jurist en wie secretaris is. De leden van het college dragen geen toga’s. De secretaris maakt aantekeningen van wat wordt besproken.
Toelichting door partijen
De voorzitter nodigt de partijen om beurten uit om hun standpunt toe te lichten. Denkt u bij de omvang hiervan aan de voor u gereserveerde spreektijd.Als u uw standpunten op papier heeft gezet en deze wilt voorlezen, is het handig als u zeven kopieën van dit document meeneemt om uit te delen aan de leden van het college en aan de andere partij.
Vragen van het college
Voor en/of na de toelichtingen kunnen de leden van het college vragen stellen aan beide partijen.
Reageren en het laatste woord
Na het voorlezen van de pleitnota's hebben de partijen nog éénmaal de mogelijkheid om op elkaar te reageren. De aangeklaagde zorgverlener krijgt altijd het laatste woord.
Afsluiting
De zitting wordt afgesloten en de voorzitter vertelt wanneer de uitspraak zal komen. Dat is meestal ongeveer acht weken na de zitting. Het is niet nodig om bij de uitspraak aanwezig te zijn, omdat op dezelfde dag de beslissing per aangetekende post naar u wordt verstuurd.
Het college zit al in de zaal als u binnenkomt en bestaat uit:
- Voorzitter
- Bij het RTG: 3 leden-beroepsgenoten van de beklaagde; bij het CTG: 2 leden-beroepsgenoten
- Bij het RTG: 1 lid-jurist; bij het CTG: 2 leden-juristen
- Secretaris
- Bij het RTG: zorgverlener/beklaagde; bij het CTG: verweerder
- Bij het RTG: klager; bij het CTG: appellant
Achter de klager en verweerder bevindt zich de publieke tribune. Daar kunnen belangstellenden de zaak volgen.
Ongeveer acht weken na de zitting ontvangt u de beslissing. De exacte datum hoort u tijdens de zitting.
Op de dag van de uitspraak kunt u vanaf 15.00 uur bellen met het college waar uw klacht in behandeling is. U hoort dan wat de uitkomst van de zaak is. Dezelfde dag wordt de beslissing aangetekend naar u verstuurd.
Het is niet nodig om naar de rechtbank te komen voor de uitspraak.
Kijk voor meer informatie op de pagina Uitspraken.
Tegen beslissingen van de regionale tuchtcolleges kunt u in hoger beroep gaan. Het centraal tuchtcollege behandelt de zaken in hoger beroep. Dit college is gevestigd in Den Haag, en is de hoogste rechter in Nederland op dit terrein. Meer hierover.
Een tuchtcollege kan de volgende maatregelen opleggen:
- Waarschuwing
- Berisping
- Geldboete (max. € 4.500,-)
- Schorsing inschrijving BIG-register (maximaal 1 jaar geschorst, eventueel voorwaardelijk)
- Gedeeltelijke ontzegging beroepsuitoefening
- Schrapping uit het BIG-register
- Ontzegging van het recht wederom in het register te worden ingeschreven
Bij opgelegde maatregelen die zwaarder zijn dan een berisping volgt er een publicatie in het BIG-register en in de lokale krant.
Maatregelen die van invloed zijn op de bevoegdheid van de zorgverlener worden gepubliceerd in het BIG-register en zijn te vinden in het overzicht van zorgverleners aan wie een maatregel is opgelegd.

Beeld: © ESTT